// Archief per auteur

Nico Weber

Nico Weber schreef 25 bijdragen

De Omerta van Woudenberg

2008: de nooit gebeurde dingen indachtig Het dorp, de hoofdweg ingelopen naar de kerk, het was niet eens op zondagochtend, gevuld met vreugd’. O Heere laat ons zwijgen van jongens. Hooguit eén kon er mee door. Er was een ruit gesneuveld. Bij een hoeve, een kind te vondeling gelegd in hooi. Ook hier was het […]

Landing

Bij Het vliegenboek van Jeroen Brouwers. Na een vlucht uit cirkelknopen en door lussen kwam hij op mijn papier terecht. Boven op de woorden die ik schreef, argeloos naar waarden zoekend.   Over de slag die ik had willen slaan, verborgen aanzet in de zinnen, nam hij de ruimte van mijn handschrift, schoksgewijze: regels, punten, […]

Der dingen ziel

Bij het verschijnen van de Couperusbiografie door Rémon van Gemeren. Im wunderschönen Monat Mai Bij vijven valt het licht door een defecte luxaflexlamel in een strook op de matglazen kelk van een Ikealamp. Het duurt niet lang, de zon verschuift. Daarmee blijf ik achter in het donker. Aardewerk ‘My Prussian-blue electric clocks’ – Procol Harum. […]

Amsterdam-Rijnkanaal

Der Wind hat mir ein Lied erzählt (Zarah Leander) Margrieten, boterbloemen en papavers. Vergeet me niet, een doodsfestoen, kadavers. De Lage Weide is een veldboeket. Erboven schiet een buizerd luchtfoto’s. De pont een schommel drijft tussen de oevers. De zon niet welkom in het kinderspel. De spoorbrug bij de Muyskenweg de hoogte. Geen tijd nu […]

Krediet

Langzaam ging het naar beneden. / De Dood stond aan de overkant: / dit is nog niet het laatste uur! / Hij naderde en op mijn hand / schreef hij zijn signatuur: […]

Serious moonlight

Je kleren uitgetrokken. Lang gewacht. / De altijd korte herfst, een droge winter. / Het voorjaar nagemeten tot de zomer. / Gezicht gepoeierd. Lippen wit geverfd.

DORNBEENDREEF

Je lag languit te staren op de bank / en wilde dat verhaal van vroeger horen. / Nee, nee, dit is de laatste sigaret. / Een fles stond halfvol op de kleine tafel. […]

Reina Koolstra. Das Lied von der Erde

Er lag een dode ekster op de drempel. / Het was nog bijna voorjaar ook. ‘O jee,’ / riep Reina, met haar pas gebonden bezem / het zwart en wit van veren wegvegend.

Het Uraniumkanaal

Het gras bewoog, /dat deden wij / tegen elkaar / gedraaid. / Je kruin, / je dikke haar / was door het zwemmen nat.

Geboorte

Het zwart willen vangen / met schaduwen lokken. / De duisternis grijpen, / de dag uit je hoofd.

Foto van de dag