// artikel

Buitenlandse literatuur

Nederland – Japan en de decadentie

Terwijl tien miljoen mensen aan de buis gekluisterd de voetbalwedstrijd Nederland – Japan bekijken, zitten wij natuurlijk gewoon in de bibliotheek van onze ivoren villa in Amsterdam-Noord om voor die vijf miljoen mensen die niet kijken een bondig doch effectief antwoord te geven op de vraag: ‘Maar Sander, als ik vragen mag, hoe zit het eigenlijk met het slag van, laten we zeggen, decadente literatuur, waarvan je soms zulke aardige details weet te melden, in het land van onze tegenstanders?’
Welnu, dat zit wel goed. Wat dat betreft winnen ze van Nederland. Er is genoeg decadents, zieks en vreemds te halen in Japan. En nog voor weinig geld ook. Veel boeken zijn namelijk in de jaren zestig tot tachtig vertaald en uitgegeven door doorgaans Meulenhoff en op elke boekenmarkt voor een paar euro te vinden. Wacht, ik maak een kort lijstje, dat is wat overzichtelijker!

Junichiro Tanizaki. Zijn Dagboek van een oude dwaas (1961) bijvoorbeeld. Gaat over een ziekelijke, impotente grijsaard die zich tot zijn schoondochter voelt aangetrokken. Bah!

Yukio Mishima. Het gouden paviljoen (1956). Een priester die geobsedeerd is door de extreme schoonheid van een object (het paviljoen) en het daarom meent te moeten vernietigen. ‘Each man kills the thing he loves.’ Decadente thematiek. Ben niet de eerste die dat opgemerkt heeft voor de goede orde.

Yukio Mishima. Bekentenissen van een gemaskerde (Japanse uitgave 1948, daarna meerdere Nederlandse). ‘Mishima’s werk wordt gekenmerkt door een verfijnde, archaïsch aandoende stijl. Met zijn bloederige esthetiek is Mishima schatplichtig aan schrijvers als Oscar Wilde, Charles Baudelaire, Gabriele d’Annunzio en Thomas Mann. ‘ (boekenwereld.be).

Yasunari Kawabata. Sneeuwland (1968). Schoonheid, dood, verdriet. Vreemde combi’s maken die Japanners.

Kafu Nagai. Zelfs uw redacteur kan niet alles lezen, maar u wel mededelen dat Kafu Nagai binnen de decadent-esthetische categorie schijnt te vallen. Zijn Voor en na de regen (Amsterdam, 1988) dus snel maar eens in huis halen.

Het verhaal ‘De hoogmoedige doden’ van Kenzaburo Oë is niet zozeer decadent, maar wel het angstaanjagendste horrorverhaal dat ik ken. Oorspronkelijk verschenen in 1957, diverse Nederlandse uitgaven.

En vanochtend bij de koffie ontdekten we Tayama Katai, die bekend staat als ‘gewoon’ naturalist, maar uit wiens memoires Literary life in Tokyo 1885-1915 een grote affiniteit met J.K. Huysmans blijkt. Deze memoires zijn grotendeels online beschikbaar, maar ik hoop in de nabije toekomst een gedrukt exemplaar, alsmede werk van Katai zelve, te lezen en daarvan nader verslag te doen. Het fascineert mij. Uiteraard. Hij was er vroeg bij

FacebooktwitterFacebooktwitter

Reacties

(Nog) geen reacties op “Nederland – Japan en de decadentie”

Reageer

Foto van de dag