// artikel

Nederlandse literatuur

Over een lievelingsroman van Louis Couperus

In de Nederlandse letteren van zijn tijd was er maar bitter, bitter weinig dat Louis Couperus kon bekoren. Slechts enkele schrijvers konden op zijn uitgesproken waardering rekenen. Een daarvan was Henri Borel. Couperus laat zijn alterego Hugo Aylva in Metamorfoze zeggen:

Wat heb je weinig moderne Hollandsche auteurs! Ik vind niemand. Heb je er geen?
– Bedenkelijk weinig. Tragisch weinig. Een paar. Borel, vindt je dien?
– Over China. Ja, hier.
– Juist. Ik zal hem op deze plank zetten, op een eereplaats. Borel is op het oogenblik de eenige Hollandsche auteur, die heel zuiver is, heelemaal zichzelven, fijn oorspronkelijk voelt en schrijft, en nooit invloed heeft ondervonden van clubgeest. Hij houdt veel van het woord: puur, maar dat komt misschien, omdat zijn eigen kunst zoo puur is. Ik stel hem heel hoog.
– Maar de anderen een beetje te laag.
– Gemis aan zielverwantschap misschien. Als het te pas geeft, laat ik ze recht wedervaren. Maar Borel is eenig van zuivere pracht tusschen hen allen. Hijzelve heeft iets van een Chineesch landschap, zooals hij zoo mooi beschrijven kan.

Gek genoeg is het door latere Couperus-onderzoekers altijd een beetje belachelijk gevonden dat Couperus Borel als schrijver zo waardeerde. Een typisch geval van met een latere suffe ‘academische’ blik naar de literair-historische werkelijkheid kijken. En eigenlijk is het ook niet echt ‘respectvol’ ten opzichte van  Couperus. Waarom zou je zijn voorkeur eigenlijk niet serieus nemen? Zoals hier al regelmatig is beweerd, is Borel best een goed en interessant schrijver, en Couperus’ waardering voor zijn vreemd-ambigue werk zegt toch ook iets over Couperus, lijkt me zo.

Ook over Couperus’ waardering voor het werk van een andere Nederlandse schrijver, zijn vriend Maurits Wagenvoort, wordt altijd een beetje schamper gedaan. Waarom, dat is me niet duidelijk. Wagenvoort is inderdaad geen literair natuurtalent, maar zoals eveneens hier betoogd behoorlijk interessant. Het is een aardig gegeven binnen de Couperus-studie: Maurits Wagenvoort als een soort Couperus-epigoon. Zo werd hij door Johan de Meester (NRC, 27-11-1895) ervan beschuldigd met zijn roman Felicia Beveridge (1895) Couperus te hebben nagevolgd. Ik zou zeggen: reuze leuk zoiets.

Een van Wagenvoorts romans die Couperus zeer waardeerde was diens historische roman Maria van Magdala (1897), over de beruchte dame uit de bijbel. Aan Wagenvoort heeft Couperus hierover geschreven:

Je weet, dat ik Maria Van Magdala een van de mooiste boeken vind van onze moderne litteratuur: een rijp en heerlijk werk, dat ik dikwijls weêr eens opneem en altijd met genot overlees. (Brief aan Wagenvoort, 12 april 1903)

Welnu, ik begrijp Couperus wel. Ik had namelijk recentelijk het geluk een exemplaar van de buitengewoon zeldzame eerste druk van Wagenvoorts roman op de kop te tikken. Ook ik heb deze ‘met genot’ gelezen. De tweede druk van de roman had ik wel staan – overigens opgedragen aan de weduwe Couperus en in het voorwoord deelt Wagenvoort nog meer mee over Couperus’ waardering voor zijn roman – doch dat leest niet zo lekker als een mooie, zeldzame eerste druk. Natuurlijk: het boek heeft compositorische feilen. Ook zal mijn vroegere christelijke opvoeding met bijbelse kleurplaten mijn waardering positief hebben beïnvloed, maar het is en blijft een mooie roman. Ik denk ook dat Maria van Magdala Couperus onbewust geïnspireerd heeft tot het schrijven van zijn eigen historische romans, enige jaren later. Concreet bewijs heb ik daar niet voor, net als ik geen bewijs heb voor mijn gevoel dat de roman Aphrodite van Pierre Louÿs, kort daarvoor in 1896 verschenen, Couperus langzaam het weelderig-historische pad heeft doen opgaan.

Hoe het ook zij, mocht u ooit Wagenvoorts roman in het wild tegenkomen: direct kopen. Tegen elke prijs.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

(Nog) geen reacties op “Over een lievelingsroman van Louis Couperus”

Reageer

Foto van de dag