// artikel

Taal

Een thans geconcipieerd stukje op basis van een woordenboek uit 1911 (1)

Een tekst met zeventien vreemde woorden
De matelot liep, in het bezit van een matador, over het trottoir van een beroemde, beruchte straat in een grote stad van een der West-Europese landen, en hij besefte dat genoemd bezit zijn honger niet kon stillen. Gelukkig wist hij een beetje de weg en kwam hij al snel aan bij een etablissement waar men hem zou kunnen, en tevens willen, voorzien van een mastelium. Aangezien hij zijn vers uitbetaalde soldij bij zich had, besloot hij de winkelier gewoon – beter gezegd: ruimschoots – te betalen, opdat hij niet met de betiteling marwieger mocht worden aangesproken. Na zijn bestelling te hebben gedaan, legde hij vriendelijk-breed stralend een joetje neer. De handelaar, die hem het gewenste had overhandigd, was wel een beetje labberlottig: hij zag de ruime betaling als pure massematten. Hij ging er in eerste instantie van uit dat hij niet zou worden verrast door een kedeevie, en daarom streek hij de ruime vergoeding met een blik vol doodsverachting op. Mocht die houding bij de ‘gulle gever’ verkeerd vallen, dan zou die er wellicht een kip bij halen, die met een knalrode kiebes van gevoelde importantie de zaak op scherp zou komen zetten. Doch ook dat zou hij dan weer overleven, evenals een boete ter hoogte van een kimmelaar. Het betekende immers dat hij nog over voldoende wisselgeld zou kunnen beschikken om voor een kleine-knoop een kinamatograaf te laten vervaardigen, voor de kast waarin hij een kinematograaf had opgeborgen, evenals een kloek met kuikens en een koetsef blinker. Geheel onverwacht klonk daar weer de kwak.

Puzzelen of kennis opdiepen
De cursieve woorden die u in de bovenstaande regels leest, worden verklaard in het boek De Vreemde Woorden. — Verklarend woordenboek, door Fokko Bos, leraar Nederlandsche taal- en letterkunde M.O. Het exemplaar dat ik in oktober 1997 uit een doos – bestemd voor het oud papier – heb gered, werd in 1911 uitgegeven door Cohen Zonen te Amsterdam. Op de afbeelding kunt u zien dat de prijs in die dagen ƒ 1,25 bedroeg. Het boek, dat we heden ten dage zouden omschrijven als paperback, telt 476 pagina’s met twee kolommen Vreemde Woorden. En hoewel dat een behoorlijke omvang is, kan men de titel met dat bepaalde lidwoord toch met enige afstandelijkheid tegemoet treden, hetgeen ook toen had moeten gebeuren, mede op instigatie van de uitgever, die in het besef had dienen te verkeren dat er nog honderden woorden zouden ontbreken. En omdat dit het geval is bij de samenstelling van elk lexicografisch boek op het moment van verschijnen per definitie ‘verouderd’ is, had men er beter aan gedaan dat bewuste lidwoord in de titel van dit lexicon achterwege te laten.

Die cursieve woorden in de bovenstaande tekst zijn, op een enkele uitzondering na, bepaald niet alledaags (meer), en dat maakt het des te interessanter om eens voor u zelf te zien wat u daarvan zonder meer kent, of gedeeltelijk uit de context begrijpt. Misschien is het zelfs een min of meer spannende aangelegenheid om eens te zien welke woorden inmiddels een andere betekenis hebben gekregen.
In mijn gymnasiumtijd kregen we een A-4 schrift op niet al te best papier, met de titel Het vreemde woord in boek en krant, dat ik als uiterst leerzaam onderging. De oorzaak daarvoor lag echter meer bij de lerares, een uiterst belezen dame, die voordat ze in Groningen Nederlands en Geschiedenis ging doceren, eerst aan de universiteiten van Uppsala en Lund in Zweden Nederlandistiek had gedoceerd. Bij vrijwel elk woord dat we op de stippellijn moesten invullen, wist ze wel een verhaal of een andere korte uitleg te geven, die niet alleen taalkwesties met betrekking tot het Nederlands raakte, maar evenzeer de muziekgeschiedenis en de oude letteren.
Zelf heb ik, gedurende de drieënhalf jaar dat ik heb getracht jongelui Grieks en Latijn bij te brengen – doch dat is inmiddels alweer prehistorie –, nog flink wat tijd nodig gehad om door te dringen en de jongeren in kwestie ervan te overtuigen dat dergelijke geestelijke bagage alleen maar een aanwinst was en geen overbodige, want nodeloze of nutteloze, kennis.

NASCHRIFT 3 MEI 2011
Opdat het gemak de mens – en in eerste instantie de lezers van deze elektronische cultuurkrant – diene, heb ik de betekenis van de zeventien vreemde woorden uit het hierboven afgedrukte stukje hieronder voor u nogmaals opgesomd, steeds aangevuld met de betekenis die deze hebben in de context. Soms heeft zo’n woord diverse betekenissen, die, al dan niet op het eerste gezicht, niets met elkaar gemeen lijken te hebben.
Daar diep op in te gaan, kijkt mij het kader van deze bijdrage verregaand te overstijgen, en zulks zou alleen, als daartoe aanleiding bestaat, in een separate bijdrage behandeld moeten worden.

matelot  – matroos
matador
–  dominosteen met zeven ogen
mastelium –  brood, half van tarwe, half van rogge
marwieger
–  dief
joetje –  gouden tientje
labberlottig –  losbandig
massematten –  handel
kedeevie –  slag (dreun)
kip –  agent van politie
kiebes –  hoofd
kimmelaar –  drie gulden
kleine-knoop –  gulden
kinamatograaf –  sleutel
kinematograaf –  soort toverlantaarn
kloek met kuikens –  stel gewichten
koetsef blinker –  briljant
kwak –  winkelschel

Mocht zich er een actuele aanleiding voordoen, dan kunnen we altijd nog een nieuw verhaaltje maken met oude woorden; dat merkt u dan wel.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

(Nog) geen reacties op “Een thans geconcipieerd stukje op basis van een woordenboek uit 1911 (1)”

Reageer

Foto van de dag