// artikel

Buitenlandse literatuur

Een vraag over een Besliste Volzin

Een Besliste Volzin (No. 33 in de De Beuk uitgave, 1954) van Neerlands ‘enige echte’ decadent Jacob Israël de Haan luidt: ‘Er is een boek van Ernest Downson met platen van Aubrey Beardsley. Ik heb dat boek nooit willen bezitten, omdat ik dan het verlangen ernaar kwijt zou zijn.’
Welk boek bedoelt De Haan? Er is mij geen door Beardsley geïllustreerd boek van Downson bekend. Anyone?

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

14 reacties op “Een vraag over een Besliste Volzin”

  1. De titel van Ernest Dowsons boek, geïllustreed door Aubrey Beardsley luidt:
    Pierrot of the Minute, 1896.

    Door Heinz Wallisch | 22 december 2006, 1:51
  2. Het kan ook gaan om The poems of Ernest Dowson (1905)

    Door Lucien Custers | 23 december 2006, 14:49
  3. Gezien het feit dat Aubrey Beardsley in 1898 overleed en Ernest Dowson in 1900, is het niet zo waarschijnlijk dat hij voor een in 1905 te verschijnen boek illustraties heeft vervaardigd. Wat daarentegen wel kan, is dat teksten uit Pierrot of the Minute in die bundeling zijn opgenomen, ondanks het feit dat het een drama is. Maar hoe dikwijls zien we niet dat drama’s, of fragmenten daarvan, worden opgenomen in de Verzamelde, resp. Complete, Gedichten van een bepaalde auteur.
    In een biografische schets van A. Bowness en L. Gowing, opgenomen in Kindlers Malerei Lexikon, worden de illustraties van Beardsley, speciaal vervaardigd voor boeken, alle opgesomd. Daarin wordt Pierrot of the Minute zowel in het artikel, alsook in de Werkauswahl genoemd, beide keren met 1896 als jaar van ontstaan. De boekuitgave is volgens sommige literatuurhistorici echter in 1897 gerealiseerd.

    Door Heinz Wallisch | 24 december 2006, 0:17
  4. De uitgave van the poems van Ernest Dowson uit 1905 heb ik niet zelf in handen gehad, maar bij alle bibliografische beschrijvingen van dit werk staat Beardsley genoemd als illustrator/boekverzorger.

    Door Lucien Custers | 24 december 2006, 21:21
  5. De Haan schreef zijn Volzin ergens tussen 1907 en 1910 en als hij het dus over ‘het boek van Downson’ heeft is het aannemelijk dat hij het over diens laatst verschenen boek heeft maar noodzakelijk is dat natuurlijk niet. Waar is de Haans bibliotheek eigenlijk gebleven? Zou wel precies willen weten wat hij aan contemporaine Engelse en Franse literatuur bezat, hoewel ik me er wel iets bij kan voorstellen

    Door Sander Bink | 26 december 2006, 14:01
  6. Dat, Sander, is ietwat kortzichtig. Immers, Dowsons gedichten waren deels verschenen in The Yellow Book, geïilustreerd door Beardsley, en ook uitgegeven als bundels: Verses (1896) en Decorations (1899). De Collected Poems verschenen, zoals Lucien Custers reeds meldde, in 1905. Onder redactie van Arthur Symons (1865-1945), die eveneens medewerker van The Yellow Book was.
    (Dezer dagen kom ik, in een aparte bijdrage voor deze webkrant, nog even terug op de 13 nummers van dat tijdschrift, en een selectie daaruit in boekvorm.)
    Hoewel die afbeeldingen, welke Beardsley voor gedichten van Dowson heeft gemaakt, ongetwijfeld zijn opgenomen in de editie van de Collected Poems, wordt dat daardoor nog niet het boek van Dowson dat Beardsley heeft geïllustreerd, vooral niet als je bedenkt dat de eenakter in verzen (The) Pierrot of the Minute (1896, gepubliceerd in 1897) wel een boek is waarvoor Beardsley de illustraties heeft vervaardigd, zoals hij dat heeft gedaan voor Oscar Wilde’s Salome (1894), voor Aristophanes’ Lysistrata (1896), voor Alexander Pope’s The Rape of the Lock (1896), en voor Ben Jonsons Volpone (1898).
    Wellicht dat literatuur over Dowson –die ik in mijn privé-bibliotheek echter niet beschikbaar heb, maar misschien heb jij zelf, bij voorbeeld op de Geldersekade, meer geluk– je definitief uitsluitsel kan geven: Victor Plarr: ED 1888-1897: reminiscences, 1914; of de levensbeschrijving door M. Longaker, 1944 (revisie 1967).

    Door Heinz Wallisch | 26 december 2006, 16:47
  7. Er is een catalogus van de boeverkoping van de bibliotheek van De Haan uit 1946. De UB in Amsterdam beschikt over een exemplaar hiervan.

    Door Lucien Custers | 27 december 2006, 15:55
  8. “Boekverkooping 25-27 Juni 1946: bibliotheken J. Israel de Haan, Letter- kundige, Amsterdam; L. Smith, Apeldoorn e.a. : benevens antieke boeken wegens liquidatie van een 2e-hands boekhandel in de provincie : publieke verkooping … door en ten huize van de veilinghouders G. Theod. Bom & Zoon”

    Die ja, die zal ik eens inkijken. Dank u. [En Ross en Delvigne’s artikel in De Gids eind jaren 70 over De Haans decadente-gehalte eens herlezen, want volgens mij is daar veel meer over te zeggen, nu dat ik zelve De Haan zo’n beetje herlees. [Waar blijft zijn VW? Al die verdomde marginale en tijdschrift-dingen! Dat werkt niet] Artikel volgt. Over een eeuw of iig binnen 2 jaar. ]

    Door bink | 27 december 2006, 21:18
  9. zojuist heb ik heer louis putman deze discussie laten lezen. hij zal even kijken en vast uitsluitsel geven, want weet alles van de haan!

    Door bink | 28 december 2006, 13:30
  10. De Haan wordt mijns inziens veel te sterk in de stroming van de decadence geplaatst. Als je de reacties van zijn tijdgenoten leest, zie je juist dat dichters en critici die zich tegen de decadentie uitspraken, hem wel degelijk konden waarderen. Zie bijvoorbeeld Verwey, Van Eeden, Van Eyck (die hem met Bloem, Gossaert en zichzelf juist tot de generatie van het ‘verlangen’ rekende).

    Door Lucien Custers | 28 december 2006, 21:40
  11. Waarde Lucien,

    Als je wat mij betreft je wel ergens juist in het geheel NIETS van moet aantrekken of moet laten meespelen, waar ik doorgaans zelf erg geergerd kan worden, bij het interpreteren of literair en cultuurhistorisch plaatsen van een literair oeuvre is het wel de contemporaine kritiek, zeker de Hollandse die doorgaans, hoe cliche het ook klinkt, benepen en kortzichtig is als altijd en ik zie ook werkelijk nooit goed in wat je als hedendaagse lezer/’wetenschapper’ met al die domme kritiekjes moet. Goed, lang verhaal, te lang voor hier maar heb voorbeelden en gevallen te over. Hgr

    Door bink | 28 december 2006, 23:13
  12. Het is wat al te gemakkelijk om juist (de) critici af te stempelen als die lieden, welke van auteurs, resp. andere kunstenaars, en hun werken helemaal geen verstand hebben en er zelfs in aanleg niets van hebben begrepen. Het is eveneens een kreet die veelvuldig afkomstig is uit de mond van kunstenaars zelf, die naar eigen ondervinden onrecht wordt aangedaan door ‘de kritiek’, maar die onmiddellijk een enorme mond openscheuren zodra het werk van een collega, en meestal is dat een tijdgenoot, aan de orde komt, waarover ze dan heel wat onhebbelijker praten dan alle critici tesamen, die ze kort tevoren hebben gemangeld, en zeer kwistig zijn met kwalificaties die kant noch wal raken. Verder is het zeker niet een typisch Nederlands verschijnsel dat critici maar lukraak met een epitheton ornans –ten faveure, dan wel ten detrimente van kunstenaars– wapperen. De Duitsers roepen dat het alleen maar, resp. voornamelijk, in Duitsland gebeurt, de Fransen doen hetzelfde en de Engelsen, op hun beurt, idem dito. Een fraai voorbeeld van ‘afstempeling’ is te vinden in de inleiding bij de selectie van The Yellow Book (1950), waarin samensteller Norman Denny schrijft over de betiteling van dit tijdschrift als een uiting van decadence en als een product van het fin de siècle, omdat het tijdschrift in kwestie in het geheel niet decadent was en al evenmin “the end of anything”, maar juist een “vigorous attempt to make a beginning”. Maar “de plechtige negentiende eeuw” kon het niet verkroppen te worden bejegend alsof die reeds voorbij was. Dus was er geen vergiffenis voor het lef om te proberen Edwardiaans te zijn, zolang Victoria nog op de troon zat, en de straf zat onder meer in onterechte kwalificaties, die daarna nog langdurig en geheel klakkeloos zijn overgenomen door een niet gering deel van het gilde der kritiek.
    Jacob Israël de Haan is niet de enige (Nederlandse) kunstenaar die een dergelijk etiket opgeplakt heeft gekregen.

    Door Heinz Wallisch | 29 december 2006, 0:42
  13. beste hein, ik bedoel geheel niet ‘de ongeschiktheid der hollandsche kritiek’ die de kunstenaar niet zou kunnen begijpen oid maar wanneer ik stel, kort door de bocht, ‘de haan is een schrijver in de decadentistische traditie’ dan is het gegeven dat iemand 100 jaar geleden zei dat dat niet zo is of dat een ‘anti-decadent’ als van eeden van haan waardeerde geen tegen-argument. slechts is het aan mij om mijn stelling redelijkerwijze en solide te onderbouwen en evnt. voorgaande stellingen te beschouwen. nu, ik ben allicht ten overvloede. zoals ik zei lang verhaal. op gedrukte wijze hoop ik voorgaande dus eens redelijk te doen. op virtuele wijze ben ik doorgaans minder redelijk. hoepla! ciao!

    Door bink | 29 december 2006, 0:56
  14. Inderdaad zijn de illustraties van Beardsley in Dowsons Poems dezelfde als die Beardsley maakte voor The Pierrot of the Minute, een initiaal en vier tekeningen. Ook de (abstracte) bandtekening van Poems is naar ontwerp van Beardsley.
    Het zou me niets verbazen als het bedoelde boek van De Haan Poems is, want dat boek is Dowsons meest bekende en vele malen herdrukte werk. The Pierrot of the Minute is uitgegeven in slechts 330 exemplaren; het is zeldzaam en (nu) vrij kostbaar.

    Door Paul Snijders | 3 januari 2007, 13:16

Reageer

Foto van de dag