// artikel

Buitenlandse literatuur

Oscar Wilde literair gecanoniseerd door Rome

Oscar Wilde in Napels, 1897Gepaste achterdocht
Dat er veel mis is in ‘Rome’ en dat dit, op verscheidene niveaus, ook reeds vele eeuwen lang het geval was, weet ieder die het maar wil toelaten tot die bewustzijnslaag van de menselijke geest waarin wij gegevens opslaan en, als vanaf een harde schijf, naar believen weer kunnen oproepen. Zelfs streng gelovige katholieken — die echter met het instituut Paus en/of met het sterfelijke wezen van vlees en bloed dat in deze functie is gekozen, op gespannen voet verkeren — zijn zich bewust van de extremistische misdaden, die deze instelling in de loop der tijden, op meer dan alleen ons eigen continent, heeft gepleegd (1), en evenzeer van wat de gevolgen zijn van de dwingelandij die tot op de huidige dag hoog in het vaandel staat van de als pontifex (2) gekwalificeerde hoofdman en zijn ijzingwekkende kongsi.

Het is dan ook altijd een kwestie van opletten, uitkijken, wikken en wegen, als er vanuit Rome weer eens een apodictische mening, of een anderszins voor zo menigeen moeilijk te omzeilen opdracht, aan de weliswaar slinkende, doch nog steeds relatief enorm grote, kudde gelovigen — en, vanuit de boodschappers bezien, het liefst meteen ook aan alle niet-gelovigen als bindend — wordt opgedrongen, omdat alles immers rechtstreeks vanuit de hemel zou zijn doorgeseind. Gezonde achterdocht is in elk van dergelijke gevallen dan ook het Eerste Gebod. En al helemaal als men in de dogenstaat van het Sint Pietersplein plotseling een afwijking van de ijzeren regel praktiseert doordat men aldaar meent een door de eigen organisatie — zij het ook inmiddels ruim een eeuw geleden — als paria beschouwd menselijk wezen, te moeten omarmen, bij voorbeeld door hem, zij het hier slechts literair, te canoniseren.

Provocaties

Oscar Wilde
(1854-1900) heeft enige decennia lang op intelligente wijze diverse geledingen van de maatschappij van toen geprovoceerd met al zijn, meestentijds briljant geformuleerde, opvattingen, evenals met zijn, zowel oprechte, alsook dikwijls gespeelde,Joseph Alois Ratzinger (geb. 1927), thans ook wereldwijd bekend onder het pseudoniem Benedictus XVI, op 20 januari 2006 ijdelheid, welke niet zelden de vorm heeft aangenomen van extreme ijdeltuiterigheid. Zijn eigenliefde, en, zeker niet in de laatste plaats, zijn homoseksuele praktijken, zijn hem, door een nogal bevreemdende samenloop van omstandigheden, helaas zeer noodlottig geworden. (3) En met al die ‘eigenschappen’ is hij door menigeen, en zeker niet in de laatste plaats door de clerus — een grote groep van alleen maar mannen, veelal in jurken en somtijds ook nog voorzien van een bokkenpruik— in het kader van een kruistocht tegen homo’s, beschouwd als een uiterst giftige doorn in het vlees van de rechtgeaarde christenen: al diegenen, welke menen zich te moeten laten leiden, ergo tevens lijden, door een menselijk wezen — echter niet zelden behept met onmenselijke karaktertrekken — dat moet worden beschouwd als de plaatsbekleder op het ondermaanse van een dan wel ander, toch altijd maar in tal van nevelen gehuld blijvend, opperwezen. En juist die bruggenbouwer dient volgens een door de Stoel zelf uitgevaardigd dogma als onfeilbaar te worden beschouwd, en daarmee heeft deze zich de macht toegeëigend, heel veel mensen tot in hun diepste wezen te onderdrukken, een ‘recht’ dat de nieuwste Bezetter van die Stoel lustig blijft uitoefenen.
De existentie van dat zogenoemde opperwezen is echter slechts gebaseerd op een geestelijke defecttoestand: een conglomeraat van waandenkbeelden in de hoofden van aanvankelijk een kleine groep, maar later toch steeds meer mensen, heeft een figuur uit de literatuur in de vaart der hemelscharen flink opgestuwd tot een soort alternatief hoofd (m/v/o), dat het heelal zou besturen en bestieren, doch dat altijd maar weer verstek heeft laten gaan als het echt heel problematisch werd op deze, onze, globe, want juist daar blijken dan wel veel, flink en krachtig manipulerende, zeer aardse krachten altijd weer oppermachtig.

Een andere paapse wind?
Thans heeft Oscar Wilde — als auteur van een ‘Bajesballade’ (4), die hij heeft geschreven na zijn gevangenisperiode in 1897, enerzijds en daartegenover zijn autobiografische samenvatting onder de van lieverlee toch religieus aandoende titel De Profundis (5), in de vorm van een brief aan zijn toen voormalige minnaar Lord Alfred Douglas (1870-1945), aan het begin van onze pas gestarte, eenentwintigste eeuw — een plaats gekregen in een ‘alternatieve encycliek’: een Vaticaanse bloemlezing van aforismen die de fraaie titel Provocaties heeft meegekregen en waarover, door onder anderen de samenstellende redacteur, wordt gepostuleerd dat deze is bedoeld als een uiting van een anti-conformistisch christendom.
Nu komen er in het oeuvre van Oscar Wilde inderdaad enkele gedichten voor, waarin figuren uit de historie van het christendom een rol spelen, of die daar zelfs in het geheel aan zijn gewijd, zoals ‘Jesus, the son of Mary’, in het Sonnet, dat Wilde heeft geschreven Op deze houtsnede uit 1925 van Frans Masereel is het hoofd van de gevangene vervangen door C.3.3, Oscar Wilde’s nummer in Reading, dat hij tevens gebruikte als pseudoniem voor de uitgave van 1898 van de Balladtijdens de Holy Week at Genoa, waarin ‘The Cross, the Crown, the Soldiers and the Spear’ als laatste regel voorkomt. En in het gedicht Rome unvisited staan teksten welke de The Selfish Giant op de Stoel van The Fisherman and his Soul wel zouden (hebben) kunnen aanspreken, zoals Wilde’s gedicht over de Urbs Sacra Æterna (Heilige en Eeuwige Stad):

Nay, but thy glory, tarried for this hour,
When pilgrims kneel before the Holy One,
The prisoned sheperd of the Church of God.

Maar diezelfde auteur schreef in zijn De Profundis onder meer: “Religion does not help me. The faith that others give to what is unseen, I give to what I can touch, and look at.”
En verderop: “When I think about religion at all, I feel as if I would like to found an order for those who cannot believe: the Confraternity of the Faithless, one might call it . . . ”
Zou er thans, wellicht eindelijk toch nog, sprake kunnen zijn van een nieuw en geheel fris fluisterend lentebriesje met nieuwe geluidjes? Of zelfs van een echte nieuwe wind — er zaten ook inderdaad wel al te veel uiterst dubieuze luchtjes aan de oude —, die in en vanuit het Vaticaan is gaan waaien? Met een rechtse rakker als Joseph Ratzinger, die thans in Rome die heilige stoel van Petrus bezet houdt, past echter uitsluitend een oude boerenwijsheid: “Wie dat gelooft, heeft een kalf in het hoofd.”

*****

(1) Men leze daartoe — en dat zij hier met nadruk aanbevolen — onder meer de essaybundel uit 1976 van Jef Geeraerts: De heilige kruisvaart, uitgegeven in de reeks Manteau Marginaal (ISBN 90-223-0528-7, doch waarschijnlijk alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.)
(2) Pontifex — (letterlijk: maker van een brug): bruggenbouwer; hier bedoeld ’tussen mens en hemel(heer)’.
(3) Zie dienaangaande ook onze bijdrage over Wilde’s uiterst smaakvolle — en uitstekend ontvangen — komedie The Importance of Being Earnest, geplaatst op dit weblog, op dinsdag 2 januari van dit jaar.
(4) De complete Nederlandse titel van één der vertalingen van Wilde’s Ballad of a Reading Gaol luidt: De Bajesballade van Wilde Oscar — tijdens de bezettingsjaren in juni 1944 en in maart 1945 geschreven, in datzelfde jaar door F.G. Kroonder te Bussum uitgegeven, en in 1950 herdrukt —, door A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij, 1917-1964).
(5) De profundis — (van)uit de diepte.

*****

Afbeeldingen
1. Oscar Wilde in Napels, 1897. Op de achterzijde van een afdruk van deze foto schreef Wilde aan zijn vriend-tot-op-het-laatst, de journalist en columnist voor de Daily Telegraph, Reginald Turner (1869-1938): “A young, unmitred bishop in partibus.
2. Joseph Alois Ratzinger (geb. 1927), thans ook wereldwijd bekend onder het pseudoniem Benedictus XVI, op 20 januari 2006.
3. Op deze houtsnede uit 1925 van Frans Masereel is het hoofd van de gevangene vervangen door C.3.3, Oscar Wilde’s nummer in Reading, dat hij tevens gebruikte als pseudoniem voor de editie uit 1898 van de Ballad.

FacebooktwitterFacebooktwitter

Reacties

(Nog) geen reacties op “Oscar Wilde literair gecanoniseerd door Rome”

Reageer

Foto van de dag