// artikel

Nederlandse literatuur

De ogen van Couperus

De ogen zouden de spiegel van de ziel zijn. Niet elke biograaf kan zijn subject, de gebiografeerde, in de ogen kijken en aldus direct proberen diens ziel te doorgronden. Henri van Booven heeft dat voorrecht wel gehad. Of hij Couperus’ ziel geheel doorgrond heeft is de vraag, maar in ieder geval kon hij aan Johanna Funke (brief juni 1927) over zijn ogen de volgende, aardige observatie mededelen:

‘Neen, Couperus had bruine, heel merkwaardige wat Mongoolsch aandoende oogen. Kijk ook maar eens naar dat prachtig portret van hem dat in Oostwaarts staat, ’t mooiste dat er van C. is. Jh Haverman is een ietwat satyrieke, somwijlen gewild karikaturaal ziende, wel zeer begaafde kerel, en ik heb indertijd in zijn huis heel goede dingen van hem gezien.’

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

één reactie op “De ogen van Couperus”

  1. Couperus moest niets van Havermans’ portret hebben:

    Brief aan André de Ridder die het belangrijkste interview met Couperus heeft gepubliceerd:

    Den Haag.
    28.XII.XVI

    Zeer Geachte Heer.

    Een enkel kort woord tot antwoord, daar ik ongesteld ben en niet lang schrijven kan.
    Mijnerzijds is er niets tegen een herdruk van Uw artikel: ik ben echter tegen een iconografie, daar ik reeds tal van malen gezegd en geschreven heb niet te hechten aan portretten, ja, dikwijls ze zelfs te verafschuwen. Tot de laatste categorie behooren die van Haverman en A. De Meester. Hoe kan een jong meisje een portret maken van een man van in de vijftig! Het is dan ook heel slecht.

    Ik zal Veen een woordje schrijven.
    Geloof mij steeds uw dw.
    Louis Couperus

    Door paulbrussel | 19 mei 2009, 12:35

Reageer

Foto van de dag