Op bezoek bij en een interview met meneer J.-K. Huysmans in 1891

‘Gedurende alle jaren van mijn naargeestige jeugd bleef Huysmans voor mij een metgezel, een trouwe vriend; nooit voelde ik twijfel, nooit overweeg ik op te geven of me op een ander te richten.’ Zo  opent Houellebecqs nieuwste roman Soumission (Onderworpen) in de vertaling van Martin de Haan. (De Haan vertaalde overigens recent samen met de … Lees verder “Op bezoek bij en een interview met meneer J.-K. Huysmans in 1891”

‘In duizend stukken’ – Péladan en Khnopff in de Nederlandse krant (1885)

In de nieuwe aflevering van het literair-historische prachtblad Zacht Lawijd  schrijven wij uitvoerig over de verfijnde band die Henri Borel rond 1900 met de décadence litteraire en het decadent-symbolisme onderhield. Koopt de aflevering om uw kennis te vermeerderen alsmede de literaire tijdschriftcultuur van de nakende ondergang te redden! De usual suspects waarmee wij Borel hebben trachten … Lees verder “‘In duizend stukken’ – Péladan en Khnopff in de Nederlandse krant (1885)”

Neo-décadence in De blauwe nacht van Jan Siebelink

Sâr Peladan, Lorrain, Céard, De Maupassant, Gide, Valéry, Pierre Louÿs, Lucien Descaves, Hennique, Daudet, Marcel Schwob, Villiers de l’Isle-Adam, Huysmans, De Goncourt, Barrès, Stanislas de Guaita, Jean de la Ville de Mirmont, Rachilde, Coppée, Mirbaud, Rémy de Gourmont. En nog enkelen. Met die uitgelezen schare liet hij zijn studenten in het fin de siècle onderduiken. … Lees verder “Neo-décadence in De blauwe nacht van Jan Siebelink”

‘Verduiveld geblaseerd wat de gewone ontroeringen betreft’ – La femme pauvre (1897) van Léon Bloy

Mag ik u in het geval dat u eens een goed, indrukwekkend en door en door decadent boek wilt  lezen, en ook nog zondagochtend ter Heilige Communie wilt gaan in uw leeglopende katholieke kerk om de hoek, het volgende werk aanraden? Kijk dan eens of u bij de volgende gelegenheid dat u in de één-euro-bakken … Lees verder “‘Verduiveld geblaseerd wat de gewone ontroeringen betreft’ – La femme pauvre (1897) van Léon Bloy”

Carel Scharten en het (polder)decadentisme: De bloedkoralen doekspeld

Vraag: welke van de volgende Nederlandse schrijvers schreef géén roman die je probleemloos aan de stroming van het decadentisme kunt verbinden? A. Louis Couperus B. Jacob Israël de Haan C. Carel Scharten D. Eduard Veterman U zou natuurlijk gaan voor antwoord ‘C’. Fout! Het is een instinkerd, want het goede antwoord staat er niet bij. … Lees verder “Carel Scharten en het (polder)decadentisme: De bloedkoralen doekspeld

Waarom Bram van Dam een Groot Schrijver is

Nederland is een raar land. Neem nu de literatuurgeschiedschrijving. Sinds zo ongeveer de jaren zeventig van de twintigste eeuw is de ‘(literatuur)wetenschappelijke’ consensus dat ‘het naturalisme’ de belangrijkste (lees: enige) stroming is in de Nederlandse literatuur aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. […]

Nederland is een raar land. Neem nu de literatuurgeschiedschrijving. Sinds zo ongeveer de jaren zeventig van de twintigste eeuw is de ‘(literatuur)wetenschappelijke’ consensus dat ‘het naturalisme’ de belangrijkste (lees: enige) stroming is in de Nederlandse literatuur aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. […]

‘When the world was five centuries younger’ — Johan Huizinga en Baron Corvo

Sta me toe een klein detail toe te voegen aan het verder complete en interessante verhaal van Wessel Krul in het door u uiteraard ondertussen van kaft tot kaft gelezen Lopende Vuurtjes. In zijn artikel ‘Teleurstellingen en ontdekkingen. Johan Huizinga en Engeland, 1899-1914’ schrijft hij: [Huizinga heeft] herhaaldelijk aangegeven hoeveel de cultuur van het fin de siècle voor … Lees verder “‘When the world was five centuries younger’ — Johan Huizinga en Baron Corvo”

Meijsing in documentaire Huysmans

Eind jaren zeventig werkten Geerten Meijsing en Kees Snel aan de vertaling van Là-bas van Huysmans. De vertaling zelf zou pas in 1990 verschijnen, maar al in 1979 traden Meijsing en Snel op in een documentaire over Huysmans van regisseur Jonne Severijn. Gaat dat zien! Hoe u dit te zien kunt krijgen kunt u hier lezen op het fraai aan Geerten Meijsing gewijde Armas y Letras.

Eind jaren zeventig werkten Geerten Meijsing en Kees Snel aan de vertaling van Là-bas van Huysmans. De vertaling zelf zou pas in 1990 verschijnen, maar al in 1979 traden Meijsing en Snel op in een documentaire over Huysmans van regisseur Jonne Severijn. Gaat dat zien! Hoe u dit te zien kunt krijgen kunt u hier lezen op het fraai aan Geerten Meijsing gewijde Armas y Letras.

Huysmans in Holland: ‘Peter Dumaar’: Gijsbert en Ada

‘Gijsbert en Ada’ is een onverhuld autobiografisch verslag van het leven van P.H. van Moerkerken vanaf 1896 tot circa 1904, het relaas van zijn ontwikkeling van gemankeerd kunstenaar tot mediëvist. In zijn in 1911 en onder pseudoniem van Peter Dumaar verschenen roman, een droefschoon meesterwerkje, waart de geest rond van de Franse koning der décadence, Joris-Karl Huysmans. [….]

‘Gijsbert en Ada’ is een onverhuld autobiografisch verslag van het leven van P.H. van Moerkerken vanaf 1896 tot circa 1904, het relaas van zijn ontwikkeling van gemankeerd kunstenaar tot mediëvist. In zijn in 1911 en onder pseudoniem van Peter Dumaar verschenen roman, een droefschoon meesterwerkje, waart de geest rond van de Franse koning der décadence, Joris-Karl Huysmans. [….]

Twee decadente schildpadden. Over Joris-Karl Huysmans en Fernand Khnopff

Kenmerkend voor dat decadentisme was, onder meer, de teleurstelling in de maatschappij die ontstaan was als gevolg van de industriële revolutie. Geloof en wetenschap boden geen houvast meer en het burgerlijke winstbejag stond hen zo tegen dat zij vaak, als een schildpad, een zelfgekozen isolement opzochten. Over twee kunstenaars, een schrijver en een beeldend kunstenaar, en hun schildpad. […]

Kenmerkend voor dat decadentisme was, onder meer, de teleurstelling in de maatschappij die ontstaan was als gevolg van de industriële revolutie. Geloof en wetenschap boden geen houvast meer en het burgerlijke winstbejag stond hen zo tegen dat zij vaak, als een schildpad, een zelfgekozen isolement opzochten. Over twee kunstenaars, een schrijver en een beeldend kunstenaar, en hun schildpad. […]