Het bekendste boek van Conrad Busken Huet voor één euro

….
“Het aangename voor een schrijver, schrijvend over zijne land- en tijdgenooten, is te bespeuren dat het het gelukken mogt hun eene dienst te bewijzen.
“Zeker, de letteren zijn niet in de eerste plaats aan zulke overwegingen gebonden. Als eene der uitingen van het hoogste in den geest behooren zij noch aan eene eeuw, noch aan een volk.
“Toch misstaat het haar niet, somtijds ook een maatschappelijk karakter te vertoonen, en den schrijver te doen kennen als gezellig mensch, verwant aan gezellige medemenschen.”
Uit de ‘Voorrede bij den tweeden druk, geschreven te Parijs in Januarij 1886’.

Een paar dagen geleden liep ik er pardoes tegenaan, in een antiquariaat dat de tweedelige, goedkoope druk uit 1901, voor de prijs van één euro aanbood. Het werk had meer dan drie jaar op de plank gestaan, en dan ruimen de eigenaren van Antiquariaat Isis, Lyseth Belt en Theo Butterhof, die boeken op. Een deel gaat, pro deo, naar de bekende verhalenverteller Guillaume Pool, die verhuisdozen vol boeken meeneemt naar Suriname (omdat daar nu eenmaal een dringende behoefte aan dit fenomeen bestaat), de rest wordt in dozen en kratten voor 50 cent per boek aangeboden.

Hoewel ik reeds lang verschillende edities van Het land van Rembrand ― Studiën over de Noordnederlandsche beschaving in de zeventiende eeuw (1882-1884) bezit, kocht ik het boek toch, omdat het bandontwerp me aansprak. En, zegt u nu zelf: wie kan zich daar een buil aan vallen… De naam van de vorige koper is, samen met de datum van aankoop, op het schutblad vermeld, ongetwijfeld aangebracht met een kroontjespen: 22/3 ’05. Het betreft desondanks een ongelezen exemplaar, wellicht op een enkele plek, heel voorzichtig, even geraadpleegd.

4 gedachten over “Het bekendste boek van Conrad Busken Huet voor één euro”

  1. isis zijn dan ook amateurs wat betreft de moderne nederlandse antiquarische letteren (‘weg met/wat is die die vage troep’), wat niet wegneemt dat een toegegeven toch onverkoopbaar boek toch mooi een zeer goede bestemming heeft gekregen! hgr

  2. Wie anders dan Sander wil ons naders doen weten omtrent het niveau van ― heel algemeen gesteld ― bepaalde zaken. Ik ga er dan ’s voor zitten en denk: Laat mij hier en nu ‘s raden…. Sander doet dat in een moment van, soms best begrijpelijke, emotionaliteit. Maar dan maakt hij wel eens de indruk dat hij een felle danser is, die in zijn ongebreidelde opwelling weer eens iets platwalst. Niets tegen emoties…alsof je zo’n instelling in principe tégen iemand zou kunnen gebruiken. Maar als het een kwestie wordt van extraverte emotionaliteit ― die niet haar oorsprong vindt in oprechte gevoelens ― die dan ook nog eens wordt geuit in een zodanig rammelende zin, dat zelfs een zieltogende Tante Betje ― waarschijnlijk ook nog eens ondersteund door al haar Neven en Nichten ― zich diep zou schamen, is dat geen goede zaak, en doet het ― ook als dat geenszins is beoogd ― wel degelijk afbreuk aan de werking van het betoog in kwestie, zelfs als de scribent met al datgene wat hij bedoelt, een sluitende redenering heeft.
    De taal is een vehikel dat wij allen nodig hebben om onder meer de roerselen in onze denk- en gevoelswereld enigermate gestalte te geven, en wel zodanig dat ook een simpel bedoeld betoog als het drieregelige hierboven, van Sander, voor al diegenen begrijpelijk wordt, die niet veelvuldig met het verschijnsel antiquariaat en de aldaar gevoerde politiek worden geconfronteerd. Daarvoor is een basisbeheersing, van zowel de orthografie alsook van de interpunctie, en tevens van de grammatica en de syntaxis, een eerste vereiste. Over stilistiek zullen we het in dit stadium dan maar niet hebben. Dat alles valt te leren, ook voor iemand die, als gevolg van zijn somtijds ietwat overmatige enthousiasme, in de redactie van zijn reactie steeds opnieuw tekort schiet.
    En, om ook even enige relativiteit aan te brengen in de kritiek op zich, wil ik eraan toevoegen dat ik ― op basis van decennialange kennis van dat antiquariaat en de aldaar gevoerde bedrijfspolitiek ― best kan begrijpen dat men min of meer op die manier moet werken. Bovendien hebben de beide firmanten een open oog en oor voor de wat langer in dit vak zich bewegende boekenliefhebbers, en zijn die beiden evenmin vastgeroest in een patroon dat ze in diverse opzichten zou kunnen frustreren.
    En dat geldt zeker niet voor iedereen die ik, met mijn ― bij tijd en wijle vast wel irritante ― onderwijzersvingertje waarschuw. Dat alles geschiedt echter uitsluitend en alleen tot roem en glorie van diegenen, die zulke steun, hier en nu of elders, dringend nodig blijken te hebben.

  3. je verhaal is vanzelfsprekend te lang en te confuus voor me maar ik voel me vereerd door de hoeveelheid toegewijde woorden! hgr, [de] (s)ander, om een barthiaanse of welke vervelende franse filosoof het dan ook al weer was op flauwe wijze te parafraseren.

  4. Heel kort: dit is niets anders dan verdringing van jouw kant. Jij toont bijna altijd, niet met onze taal te kunnen omgaan. Doch als mocht blijken, dat je het wel kunt, maar simpelweg niet doet ― uit welke, al dan niet bewuste, overweging(en)  dan ook ―, is dat des te erger, en ook dan bevestig je mijn stellingen op alle punten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *