Aan mijn vaderland — als gedicht en als symfonie van eigen bodem

Tekening van Frits Lensvelt, afgebeeld bij het bovenstaande gedicht in de Verzameling 'Onze Dichters' door Gust. van ElringDe dichter Hendrik Schimmel
Aangezien de diverse geleerden het niet eens zijn over het sterfjaar van de dichter Hendrik J. Schimmel — 1906 of 1907, een enkeling meldt zelfs die twijfel door de beide mogelijkheden te noemen — maar er vooralsnog geen onenigheid bestaat over de datum: 14 november, hebben wij besloten om een gedicht ter herdenking aan hem op te nemen op de dag die precies tussen die twee data valt, 17 mei, al zou dat eigenlijk 15½ mei moeten zijn, maar dat krijgen zelfs de mensen van Rond1900 niet voor elkaar, en dus houden we het er in dit geval maar op dat het rond de zestiende mei 2007 wel goed is.

AAN MIJN VADERLAND

(1 April 1872)

Drie eeuwen vloten heen, sinds d’Oceaan ontstegen,
De Geus voor Brielle’s vest zijn leuze schallen deed;
Een suizing vaart door ’t land en de echo allerwegen
Herhaalt een jubelkreet.

Drie eeuwen vloten heen, sinds aan deez’ weeke strandenHendrik J. Schimmel
De korrel werd gestrooid, waaruit de Vrijheid wies;
De horen klonk, die door de ontkrachte Nederlanden
’t Lied der verjonging blies.

Drie eeuwen! Vrij zijn nog de nijvre zeven landen;
Geen enkel parel zelfs verloren ze uit hun kroon!
Neen, de erfenis, aanvaard uit zijner vaadren handen
Verkwistte niet de zon.

Vier feest, mijn vaderland, gedenkend het verleden,
Hoe ge eens herschapen zijt, en nog u steeds herschept!
De Prinsevlag ontplooid, waaronder gij gestreden
En overwonnen hebt!

HENDRIK J. SCHIMMEL (1824-1906, resp. 1907)

*****

Notariskantoor, bank en redactie
Hoewel Hendrik Schimmel in de huidige tijd nauwelijks meer enige belangstelling weet te wekken, is er een tijd geweest dat hij een zeer belangrijke plaats heeft ingenomen in onze letteren, en niet alleen als schrijver, maar tevens als redacteur van diverse tijdschriften.
Volgens Ter Laan [1] was Schimmel in 1825 geboren, anderen noemen wat consequenter een jaar eerder. Hij was de zoon van de notaris te ‘s-Graveland, die tevens burgemeester van die plaats was, in die tijd geen ongebruikelijke combinatie. Hendrik was van 1836 tot 1842 werkzaam op het kantoor van zijn vader. Na diens overlijden vertrok zoonlief naar Amsterdam en trad daar in 1849 in dienst van de Handelmaatschappij — u weet wel, die van de Koffijveilingen — en in 1863 werd hij directeur van de Credietvereeniging.
In 1846 was Schimmels eerste literaire werk voorgesteld, een historisch drama, waarna er nog enkele volgden. Beïnvloed was hij in deze thematiek door Friedrich (von) Schiller (1759-1805) en Victor Hugo (1802-1885). In 1851 heeft Everhardus Johannes Potgieter (1808-1875) hem opgenomen als redacteur van De Gids; in datzelfde jaar schreef hij nog een drama over Napoleon Bonaparte, dat echter pas vijftien jaar later werd opgevoerd. Zijn eerste poëtische werken kwamen in 1852 uit als Verspreide Gedichten, die in de sfeer der romantiek zijn geschreven, en die nog door vele gevolgd zouden worden. Voordat hij zich aan de wat grotere epische vorm waagde, had hij wat kortere verhalen geschreven, zoals Een Deugniet, over Michiel de Ruyter. Pas na het verschijnen van zijn historische romans — Mary Hollis (1860) en Mylady Carlisle (1863), die qua sfeertekening en tevens omdat ze op het grote eiland aan de overzijde van de Noordzee spelen, enige verwantschap vertonen met die van Walter Scott (1771-1832) —, kreeg Schimmel enige bekendheid. Hoewel hij van huis uit zeer orthodox was, werd hij allengs liberaler tot in het moderne toe.

*****

De componist Bernard Zweers
Zijn vader vond dat componeren verspilling van tijd en papier was, en daarom kocht Bernard Zweers, die vanaf zijn veertiende jaar was gaan componeren, maar stiekem boeken over muziektheorie, en dat hield hij acht jaar vol, totdat er De componist Bernard Zweers (1854-1924); foto uit 1896een werk van hem in het openbaar te Amsterdam werd gespeeld (1876), en daarna, toen hij zelf de uivoering van zijn Eerste Symfonie had geleid, heeft papa zijn verzet tegen het componeren van zijn zoon opgegeven. Zweers is een jaar in Leipzig gaan studeren bij de (niet alleen) aldaar befaamde dirigent, componist en muziektheoreticus Salomon Jadassohn (1831-1902). Bij deze heeft Zweers echter uitsluitend theorielessen gevolgd; als componist is hij volstrekt autodidact. Na het ‘ondergaan’ van Wagners Ring-cyclus in Berlijn, was Zweers een echte Wagneriaan geworden.
In 1896 — hij was inmiddels 42 jaar oud — werd hij aan het Amsterdams Conservatorium benoemd in de functie van directeur, een positie die hij ruim een kwart eeuw, tot 1922, heeft bekleed. In de loop van zijn laatste levensjaren werd hij steeds meer doof. Twee jaar daarna overleed Bernard Zweers in de hoofdstad, zeventig jaar oud.

Muziek en tekst van eigen bodemSalomon Jadassohn (1831-1902); bij hem in Leipzig studeerde Bernard Zweers een jaar lang muziektheorie
Tijdens zijn docentschap had hij de goede eigenschap ontwikkeld, zijn studenten nimmer de eigen weg op te leggen, en de meesten van hen zijn dan ook een heel andere richting ingeslagen. Zweers’ eigen compositiestijl wordt vooral gekenmerkt door twee elementen: het folkloristische van eigen bodem, in combinatie met de compositiemethode, die Wagner vooral in zijn tweede fase hanteerde.
Zweers maakte voor zijn liederen, die hij voornamelijk componeerde voor zijn echtgenote, gebruik van teksten van tijdgenoten, zoals twee van hen: Nicolaas Beets (1814-1903) en Jan Jacob Lodewijk ten Cate (1809-1889). Zweers was van mening dat men teksten uit de eigen taal zou moeten gebruiken om tot een geheel eigen compositiecultuur te geraken, en zo componeerde hij eveneens veel, doch net niet uitsluitend, op Nederlandse literaire teksten, zoals Jacques Perk (1859-1881) en Hélène Swarth (1859-1941); later is Pieter Cornelis Boutens (1870-1943) daar nog bij gekomen. En verder heeft hij twee Wijzangen van Rabindanath Tagore (1861-1941; Nobelprijs Literatuur 1913), op muziek gezet, maar dan wel in een Nederlandse vertaling. Verder schreef hij toneelmuziek, werken voor koor, één ouverture — Saskia, ter gelegenheid van de toenmalige Rembrandt-herdenkingen —, twee Kroningscantates (1897, 1898) voor de inhuldiging als koningin van Wilhelmina, en drie symfonieën (1881, 1883 en 1890), waarvan de Derde als zijn pièce de résistance geldt. Deze heeft, met de speelduur van ruim een uur, de lengte van een Bruckner-symfonie, en heeft als titel Aan mijn vaderland. Daarmee wordt direct een beschrijving gegeven van de sfeer die in één muzikaal thema het gehele werk draagt. De titels van de vier onderdelen laten zien dat het Zweers menens was met zijn ode aan Nederland: In Neerlands Wouden; Op het Land; Aan het Strand en op Zee; Ter Hoofdstad.

Vier eeuwen Nederlandse muziek
Nu alweer bijna drie decennia geleden heeft het Residentie Orkest een gigantisch project opgezet waarin vier eeuwen Nederlandse muziek werden uitgevoerd en (in die tijd) op LP’s in twee cassettes werden uitgebracht. In totaal gaat het Voorzijde van het boekje bij de cd met de Derde Symfonie van Bernard Zweers, gecombineerd met het Fluitconcert van Theodoor Verheyom 46 composities in twee cassettes elk met zes langspeelplaten, waarvan het gros in 1991 ook nog eens door de Engelse maatschappij Olympia op zeven cd’s nog een keer onder de aandacht van de liefhebbers van de klassieke muziek is gebracht. Zowel op een langspeelplaat alsmede op (een van die) compact discs is Bernard Zweers met zijn Derde Symfonie vertegenwoordigd. En de talrijke muziekscribenten zijn het er wel over eens dat de kracht van deze Zweers-symfonie, met daarin de passende, hymnische momenten, in de eerste drie delen ligt. Op de compact disc wordt Zweers’ Derde voorafgegaan door het Fluitconcert van Theodoor Verhey (1848-1929).

*****

[1] In diens Letterkundig Woordenboek voor Noord en Zuid (1941; 1952²).

*****

Bernard Zweers (1854-1924): Symfonie nr.3 — ‘Aan mijn Vaderland’ (1890). Residentie Orkest, dirigent Hans Vonk. Opname uit 1978/79; cd-uitgave 1991. Gecombineerd met: Theodoor Verhey (1848-1929): Fluitconcert in d klein, opus 43; Koos Verheul, fluit; Residentie Orkest, dirigent Lucas Vis. OLYMPIA OCD 503, als onderdeel nr. 4 van een reeks van 7 cd’s met het motto 400 Years of Dutch Music.

*****

Afbeeldingen
1. Tekening van Frits Lensvelt, afgebeeld bij het bovenstaande gedicht in de Verzameling Onze Dichters door Gust. van Elring; Elsevier, Amsterdam 1908.
2. Hendrik J. Schimmel.
3. De componist Bernard Zweers (1854-1924); foto uit 1896.
4. Salomon Jadassohn (1831-1902); bij hem in Leipzig studeerde Bernard Zweers een jaar lang muziektheorie.
5. Voorzijde van het boekje bij de cd met de Derde Symfonie van Bernard Zweers, gecombineerd met het Fluitconcert van Theodoor Verhey.

Eén gedachte over “Aan mijn vaderland — als gedicht en als symfonie van eigen bodem”

  1. Great blog! I truly love how it’s easy on my eyes and the details are well written. I am wondering how I could be notified whenever a new post has been made. I have subscribed to your rss feed which ought to do the trick! Have a nice day!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *