C.F. Meyer — Een avontuur in een nonnenklooster (en andere aanwinsten)

Uit de immense partijen boeken van de baas konden we deze week twee bijzonder aardige boekjes medenemen: Een avontuur in een nonnenklooster van Conrad Ferdinand Meyer, Uit de memoires van soldaat Ivanov van Vsevolod Michajlovitsj Garsjin en De berg der pagoden van Hans Steengracht. […]

– Conrad Ferdinand Meyer, Een avontuur in een nonnenklooster. In de Duitse literatuur ben ik niet al te goed thuis, aangezien mijn Duits nogal te wensen overlaat. Meyer ken ik dan ook uitsluitend van naam. Het enige boek dat ik diverse keren bíjna heb gekocht is de Nederlandse vertaling (verschillende uitgaven) van zijn novelle Angela Borgia (1891), die me een redelijk decadent onderwerp leek te hebben. Of er verder nog iets van hem in het Nederlands vertaald is weet ik niet. Wel denk ik te weten dat deze uitgave bijzonder wildzeldzaam te noemen is. Hij is namelijk verschenen in de reeks ‘Voor de coupé’ (met boven elke pagina reclame voor aambeienzalf en laxeermiddelen) en dat soort dingen verdwijnt doorgaans van de aardbodem. Ik weet ook niet precies waarvan het een vertaling is. Van Plautus im Nonnenkloster (1882) wellicht?

– V.M. Garsjin, Uit de memoires van soldaat Ivanov. Nederlandse vertaling van een aantal verhalen van deze eindnegentiende-eeuwse Rus, door onder anderen Toergenjev en Tolstoj gewaardeerd. Ik kende hem alleen van naam en las deze pas nog eens in de Dedalus book of decadence, waarna ik hem meteen eindelijk eens wou lezen: ‘While the novelists of Decadence were first becoming busy in France the Russian writer Vsevolod Garshin, while going mad himself, was producing ‘The Red flower’ (1883) in which a patient in a lunatic asylum ‘discovers’ that all the world’s evil is contained in three poppies growing in a garden and must lay an eleaborate plan for their destruction.’ (p. 66)

– Hans Steengracht, De berg der pagoden. Dit noemde ik al eerder. Het is niet echt een nieuwe aanwinst, aangezien ik het boek nog steeds niet heb, maar het ondertussen wel in kopie heb ontvangen en hier nog besproken heb. Het is een curieus en best goed geschreven boek. Héél decadent is het niet, maar het bevat er wel duidelijke sporen van, zoals op pagina 15: ‘…zoo kwam het, dat ik op ’t laatst bijna alleen aan het woord werd gelaten, en gehouden, met de vreemde of lugubere verhalen van de Fransche decadenten of de Engelsche sensatie-litteratuur. Ik kwam op dreef, en ik geloof dat ik toen in een enorme helderheid van geest ben geweest, zoodat werkelijk mijn voordracht van o.a. de vertellingen van Poe onovertrefbaar moet geweest zijn.’
Ook sprak ik ondertussen de zoon van deze mysterieuze, vergeten schrijver, maar die wist helaas niets meer te vertellen van papa’s schrijverijen van rond 1900. Wel een malle ervaring natuurlijk, om 107 jaar later hierover nog te kunnen spreken met een soort van indirecte getuige.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *