‘De ijdelheid der ijdelheidjes’ – Brammetje basht Couperus

Oostwaarts318_1In de rubriek ‘Noordewind-Critieken en Commentaren’ in De Hollandsche Revue van 10 januari 1922 staat een zeer merkwaardig versje, geschreven door ‘Brammetje’, een pseudoniem van M.H. du Croo, voluit Maurice Henri du Croo (1887-1951). Hieronder volgt het volledige gedicht, dat de draak steekt met Couperus’ leven en levensstijl. Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ik niet alle referenties begrijp, bijvoorbeeld de regel ‘Lodewijk van Tarascon’, maar amusant is het stuk zeker! Du Croo, ex-soldaat van het KNIL, hekelt Couperus’ gedweep met het exotische Indië en diens simplificatie – volgens Du Croo – van de Indische problematiek. ‘meneer van Oss’ is S.F. van Oss, oprichter en directeur van de Haagsche Post, in wiens opdracht Couperus vanaf oktober 1921 Indië en het Verre Oosten doorkruiste en een reeks prachtige reisbrieven schreef, die in datzelfde blad als feuilleton verscheen. Een bewerkte versie van de brievenreeks verscheen later als een afzonderlijke publicatie, Oostwaarts (1923), bij Van Oss’ uitgeverij H.P. Leopold.

LODEWIJK VAN TARASCON
Vanitas Vanitatum…
Toen Couperus na den “season”
In Den Haag was t’ruggekeerd
En zich bij het rose weekblad
Weer had aangepresenteerd,
Zei meneer van Oss: “Couperus,
‘k Ben tevreden en voldaan:
Wil je nu over het leven
In den Oost causeeren gaan?”

“Gaarne”, sprak Couperus, “gaarne!
’t Hollandsch land is me te grijs!”-
En hij ging met al z’n kleeren
En z’n ijdelheid op reis.
Met den Prins der Nederlanden
Werd Louis getransporteerd-
D’eerste brief stond in het teeken:
Lodewijk wordt gefêteerd.

Hij is president geworden
Van ’t ontspanningscomité,
En hij deelt dat-minzaam blozend-
Aan z’n lieve lezers mee.
Hij mag op het brùgdek zitten,
Heeft de kapitein gezeid!-
Hij noteert die onderscheiding,
Want zij streelt zijn ijdelheid.

Hij heeft vriendschap mogen knoopen
Met den administrateur-
Samen “dwepen” ze des avonds,
Eén van zin en van humeur,
Want de vriend speelt mandoline:
“Lindenau-de lucht is blauw…”
Lodewijk brengt in zijn brieven
Groeten over aan mevrouw!

Langs de Italiaansche kusten
Glijdt de boot- en glijdt Louis…
Bij Cimiez en Monte-Carlo
Krijgt hij last van nostalgie:
Slechts om ’t blanke, gouden weder
Heeft hij Nice gefrequenteerd…
Duiven heeft hij nooit geschoten,
Nooit heeft hij gerouletteerd!

Hij ’s in Medan aangekomen
In jacquet van crèpe de chine,
Met à jour bewerkte kuitbroek:
Ieder wou Couperus zien!
Hij logeerde ten paleize,
En daar schreef hij toen den brief:
“Holland’s roeping, zij is tropisch!
“Indië, ik heb u lief!”

Gijs Kebonicus, u weet wel,
Heeft hem daarna rondgeleid
Door de velden, waar de rubber
En waar de sigaar gedijt.
Daar heeft Lodewijk begrepen:
Holland moet in de tabak!
Tegen dat de kindren schoolgaan,
Is de planter onder dak!

Och, ’t klinkt alles zoo eenvoudig
Wanneer Lodewijk causeert
En de indische problemen
Rondom Lodewijk groepeert
Als décor, waartusschen optreedt,
Schèrp belicht door onze zon:
-IJdelheid der ijdelheidjes!-
Lodewijk van Tarascon!
BRAMMETJE

__________________
Leeslijst:
Brammetje [=Du Croo, M.H.]. ‘Lodewijk van Tarascon’. De Hollandsche Revue. 27.1 (1922): 69.
delpher.nl. Web. 25 Febr. 2016.
<http://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=dts%3A4503%3Ampeg21%3A0036&query=%22%27k+Ben+tevreden+en+voldaan%3A%22&coll=dts&maxperpage=10>

6 gedachten over “‘De ijdelheid der ijdelheidjes’ – Brammetje basht Couperus”

  1. Eigenaardig versje inderdaad, de vraag is nu wat al die referenties betekenen? Ik zal Couperus’ feuilleton er nog maar eens op nalezen…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *