// artikel

Buitenlandse literatuur

Feiten en fictie over de incarnatie van het Kwaad

De Amerikaanse schrijver Norman MailerGrand old man met nieuwe roman
Norman Mailer
, één der meest vooraanstaande Amerikaanse auteurs van na de Tweede Wereldoorlog — met The Naked and the Dead (1948) schreef hij volgens The Modern Library één der honderd belangrijkste romans ooit —, wordt op 31 januari weliswaar reeds 84 jaar, maar hij heeft zeer recentelijk nog weer een nieuwe roman voltooid, die in de Verenigde Staten op 23 januari is verschenen: The Castle in the Forest. Dit boek heeft, op een kleine vijfhonderd bladzijden, als onderwerp de jeugd, aan het eind van de negentiende eeuw, van de op 20 april 1889 te Braunau (nomen est omen) aan de Inn geboren jonge heer Hitler, A. — in deze elektronische krant reeds bij een eerdere gelegenheid aan u, en eveneens aan alle geïnteresseerde uwen, geïntroduceerd als Dolle Dolfje.

De vertaalrechten op dat nieuwe boek van Norman Mailer zijn inmiddels al naar 20 landen verkocht, echter waren er tot aan het afgelopen weekeinde in het centrum van de (thans nog) voormalige Bruin-Brullende Beestachtigheid — Oostenrijk en Duitsland — nog geen concrete gegevens beschikbaar over een eventuele Duitse vertaling. Dat moet het werk van de duivel zijn, meent Normal Mailer, die nu juist zo graag had gezien dat zijn boek eerst in de huidige staat van het ooit zo ruime Hol van thans wijlen het dode lijk van die overleden brulboei zaliger (lees: Duitsland) zou zijn verschenen, voordat al die Engelstalige lezers zich zouden kunnen verlustigen aan het vele wel en wee van borelingske Dolfje en de direct daarop volgende jonge jaren in zijn nogal singuliere bestaan. Maar na een, relatief gezien beknopte, bijdrage — in het zondagse televisiepogramma van de Duitse zender Das Erste over actuele cultuuruitingen: titel, thesen, temperamente, met daarin een, helaas al te kort, zij het exclusief, interview in de New Yorkse woning van en met de ‘Meester van het menselijke Ego’ (zoals The New York Times deze literaire agent provocateur ooit beliefde te kwalificeren) meldde de presentatrice dat er nu toch werd onderhandeld over een Duitstalige editie.

Contrapunt bij verlosser
Volgens sommigen was het onvermijdelijk dat Mailer na zijn Jezus-roman met een boek over de één of andere anti-christ zou komen aandragen — en een nog duivelachtiger wezen als deKlein Dolfje, geboren (1889) in een Oostenrijks sprookjesbos hier gekozen protagonist is, als scherpste wapen jegens god en diens zoon, immers nauwelijks meer denkbaar. Tenzij men gaat mijmeren over enkele hedendaagse tirannen, welke thans nog steeds maar niet door een ostracisme zijn uitgeschakeld, en die recentelijk in een zeer uitgestrekt rijk in dat verre, wilde westen, respectievelijk in het uiterst barre oosten, als roverhoofdman en massamoordenaar fungeren, en geheel overeenkomstig terecht verafschuwde, maar tegelijkertijd erg luid omjubelde figuren zijn. Helaas lenen deze extreem saaie, doch een uiterste aan dood en verderf zaaiende, lieden zich in zeer veel mindere mate voor een omvangrijke, en eventueel veelzijdig geschakeerde, roman dan de zo intens Aanbeden Wolf van Winifred Wagner: de Krijsende Krankzinnige, afkomstig uit het zo anti-semitische, Oostenrijkse sprookjesbos van rond 1900.

Incarnatie van het Kwaad
Mailer zegt nu, zich zo intensief met de jonge Hitler te hebben beziggehouden, omdat deze het leven vanaf Normans negende jaar en dat van diens moeder zo ingrijpend heeft veranderd. En verder is het bestaan van alle Joden in Amerika door Hitler beïnvloed. Daarom heeft hij naar oorzaken gezocht voor de catastrofe van de holocaust: hoe was het toch mogelijk dat dit éne wezen kon bewerkstelligen dat de helft van alle Joden die toen onze wereld bevolkten, werd uitgeroeid, en volgens Norman Mailer wordt de figuur Hitler door alle Joden van de wereld gezien als de man bij wie alle wortels van het Kwaad voor de Duitse monsterlijkheden in de eerste helft van de twintigste eeuw liggen. “Voor de Joden in de hele wereld is het onmogelijk te leven, zonder daar altijd weer aan te denken”. . .

Functie van de kunst
In Duitsland kwam het allemaal snel na elkaar: de filmvertoning van een kluchtige draak met daarin een zeer potsierlijke Hitler — geregisseerd door Dani Levy — had daar reeds de vraag Adolf H. als opgeschoten jongenopgeworpen hoever men mocht gaan met het uitbeelden van Hitler in karikaturale voorstellingen. Historici en vooral de (kinderen van diens) slachtoffers zien toch een gevaar in een dergelijke vorm van ‘Verharmlosung’. De redactie van ttt vroeg het aan de vice-president van de ‘Zentralrat der Juden in Deutschland’, Salomon Korn. Hij is weliswaar van mening dat je de kunst enerzijds niet kunt verbieden, zich met het fenomeen Hitler en alles wat daarbij hoort, in te laten, maar hij vindt tevens dat het besef nadrukkelijk moet prevaleren dat kunst er nimmer in zal slagen enige vorm van begrip en inzicht in dit fenomeen te realiseren, maar daar veel eerder van zal afleiden. En daaraan knoopt deze representant van de Duitse Joden de eis dat iedereen, die zich hiermee bezighoudt, zich eerst goed moet realiseren welk doel hij voor ogen heeft.

Duivel als SS-er
Zonder de duivel bij de jeugdige Hitler in het spel te brengen, zou Norman Mailer er zeker niet uitgekomen zijn, vertelt hij. Maar: “Mensen die niet aan de duivel geloven, zullen mijn boek haten. Ze zullen het agressief en dom vinden.” Er is echter volgens hem nog niemand geweest, die Hitler heeft kunnen verklaren: zelfs de allerintelligentste van de exegeten is daar nog niet in geslaagd. Maar of de duivel nu wel het meest geschikte fenomeen is om als een betrouwbare wegwijzer te fungeren bij de queeste naar de bronnen waaruit het Kwaad bezit heeft kunnen nemen van het wezen Adolf Hitler, mag men zich nu, met de nodige scepsis jegens Norman Mailer en zijn literaire product, gerust blijven afvragen. Met zijn nieuwe roman wil hij echter ook helemaal niet het raadsel Hitler verklaren, maar sporen leggen en tips geven, meldde deze voormalige supermacho in het interview met de Duitse collega’s van ttt. Die duivel komt in Mailers nieuwe roman niet rechtstreeks opdraven, maar via een plaatsbekleder, in de vorm van een SS-officier, die de kleine Adolf, geheel volgens de voorstellingen van zijn grootmeester, naar diens wensen en voorstellingen moet vormen: als werktuig.

Achtergronden
Adolf Hitler stamt uit een boerenclan, zo heeft Normal Mailer, met zijn diepgravende onderzoek gedurende een decennium, aan het licht gebracht: de vader, Alois Schiklgruber, een correcte ambtenaar, die in huiselijke kring echter een gewelddadige tiran was, werd gedreven door een extreme honger naar seks. In Mailers roman trad hij, hier voor deIllustratie op de voorkant van Norman Mailers nieuwste pennenvrucht derde keer, in het huwelijk, nu met Klara, die in de roman zijn dochter, maar in werkelijkheid zijn nicht, was, en vervolgens hebben zij samen het Monster Adolf op de wereld gezet. Deze werd reeds jong door vader geconfronteerd met de harde wetten van de natuur. Toen Schiklgruber eens één van zijn bijenvolken uitrookte, informeerde hij zijn zoon omtrent het feit dat de natuur geen erbarmen kent met de zwakken.
Valt in zo’n beklemmende gebeurtenis een verklaring te vinden voor Hitlers rassenwaan, heeft de interviewster, Elisabeth Weyer van ttt, aan Norman Mailer gevraagd. Die vindt dat echter dwaas. “Nee, dat is voor mij hooguit één element uit duizenden, welke de ontwikkeling van een kind nadrukkelijk beïnvloeden.” Maar hij vindt tegelijkertijd dat dertig à veertig wel voldoende zijn om zo’n kind goed te kunnen (leren) kennen.

Centra van de macht
De man die een heel groot deel van zijn bestaan heeft besteed aan het bekritiseren van de Amerikaanse maatschappij is dan ook niet bereid zich zonder slag of stoot gewonnen te geven, en hij laat zich niet in een bepaalde hoek dringen. “Ik doe niet aan zwart/wit schilderen. Wij mensen staan vanaf het begin tussen Goed en Kwaad; wij hebben grote invloed op God en op Satan. Dat noem ik de oorlog van drie machten. Wij staan in het midden en hebben een enorme macht. De macht om oneindig veel te vernietigen, ook zonder Satan.”
Een dag na het verschijnen van dat nieuwe boek van Norman Mailer meldde het Duitse daglad Die Welt, bij monde van Uwe Schmitt, dat Amerika zich nu toch echt afvraagt of Norman Mailer alles nog wel op een rijtje heeft, omdat hij in zijn nieuwe roman de Satan zelf in de gedaante van de Officier van het Kwaad laat vertellen over Adolf Hitlers geboorte, over de incest en over in-de-broek-schijten. Critici daar in het verre, wilde westen zouden nu ongeveer in twee kampen verdeeld zijn: is Mailer nu volstrekt gaga geworden, of laat hij met zijn nieuwe boek nu juist zien dat hij zelfs na bijna veertig boeken nog steeds een eersterangs provocateur is?

Vooraanstaande protagonisten
Voordien had hij immers geschreven over Picasso en Marlyn Monroe, over John Kennedy en diens moordenaar Lee Harvey Oswald, en over bokserlegende Muhammed Ali, alsmede tal van anderen. Met die reportages, welke hij tot literatuur had weten te verheffen, had Norman Mailer, net als Tom Wolfe en Hunter Thompson, terecht een als belangrijk beschouwd aandeel in de New Journalism. In dat rariteitenkabinet past Hitler uitstekend, maar dan niet als de veel gehoorde en dito geziene bruine brulboei van de oude Duitse bioscoopjournaals, maar als het kleine Dolfje met in zijn hand een kolfje: het lid van de ruk- en trekvereniging dat zijn kostelijke vocht op een plantenblaadje terecht laat komen. Nou ja zeg, je mag er niet aan denken . . . zulk een hemeltergend schandaal! Een fetisjist van dergelijk kaliber, die iets zo gruwelijks, bijna onbeschrijfelijks, doet, en dat reeds als puber, kan toch alleen maar een gestoorde dictator worden . . .

Opwinding bij oosterburen
Nauwelijks is de Duitse lezer en kijker — recentelijk overspoeld met grappig-serieus bedoelde nieuwe ‘cultuuruitingen’ over Hitler — enigszins bijgekomen van het intensieve, en deels ook vermoeiende, debat over de vraag hoe stupide en ridicuul, of hoe subtiel en invoelend, een persiflage op de mofse supergeleider gedurende de jaren negentig van de negentiende tot ongeveer medio vorige eeuw mag zijn, of daar dient zich een, flink door de wol gekleurde, Amerikaanse auteur aan met een literaire creatie vol feiten, echter vermengd met fictie, over een creatuur dat blijkt opgebouwd uit een incestueuze cohabitatie plus de daaruit ontstane spermatozoïden. En omdat Mailer niet even kort en krachtig mailt, maar een, qua omvang als ouderwets-dik te kwalificeren, boek heeft afgescheiden, vinden we daarin ook nog uitwerpselen en, de duivel aankondigende, zwaveldamp: niets uitzinnigs is zo’n jongenOmslag van de Signet-edition uit 1971 de New American Library van Normal Mailers boek The Prisoner of Sex dat The New York Times indertijd Mailers beste boek noemde uit het sprookjesbos vreemd. Terzijde vraagt men zich in retrospectief wel even, min of meer wanhopig, af of het toch niet beter zou zijn geweest dat die superhitsige papa — een soort van gevangene van de seks, zullen we maar zeggen — een andere oplossing zou hebben gezocht voor zijn onbedaarlijke geilheid: coïtus interruptus bij voorbeeld; ook had hij het heft in eigen hand(en) kunnen nemen, en daarmee onbewust, eindelijk een daad hebben verricht. Dan had de ontwikkelingsgang der geschiedenis van West- en Oost-Europa, alsmede nog tal van andere delen van de wereld — wat die periode in de bewuste context aangaat —, eventueel nog met een sisser kunnen aflopen. En toen het daarvoor in april 1889 eenmaal te laat was gebleken, blijft nu nog steeds de vraag, waarom die ouders dat kind dan niet tijdig hebben getracteerd op een beschuitje met cyaankalimuisjes.
Dat is echter, helaas, ook niet meer dan retoriek achteraf, en tevens behoorlijk relatief. Van hoevelen immers onder de bejubelde sterren van het witte doek, de beeldbuis en/of bepaalde vertegenwoordigers (van het/een/welk volk dan ook) die heel speciale zetels in een behoorlijk uit de toon vallende, zeer ruime kamer hebben ingenomen, vinden wij niet eveneens dat dier ouders het fatsoen hadden moeten opbrengen om, met ten minste evenveel overgave als tijdens de cohabitatie, het merkwaardige product van hun eenwording reeds in de wieg met euthanasiavla te verwennen . . .
Die Norman Mailer moet echter, op basis van eigen kennis, inzicht en ervaringen, wel verstand hebben van de diverse aspecten in het bestaan van de familie Schiklgruber-Hitler, als je in aanmerking neemt welke thema’s hij eerder heeft behandeld in zijn fictie en essays, en hoe daarop door delen van de pers is gereageerd. In 1965 publiceerde hij The American Dream, waarover in het weekblad Life werd geschreven dat het een “devils encyclopedia of our secret visions and desires” was, en zes jaar later werd Mailers boek over ‘wives, mistresses, lovers and manhood’, getiteld The Prisoner of Sex, door The New York Times gekwalificeerd als “Norman Mailer’s best book.” Hij zou het derhalve allemaal moeten (kunnen) weten.

Reacties van VS-critici
Het zal niemand verbazen: Norman Mailers uitgever, Random House te New York — “bringing you the best in fiction, nonfiction & children’s books” —, is zeer enthousiast over Voorplat van de Nederlandse editie van Mailers boek The Presidential Papershet nieuwe boek van deze sterauteur. Het wordt dan ook aangeprezen als een gobelin vol onvergetelijke personages, dat een verbazingwekkend inzicht biedt in de aard van de strijd tussen goed en kwaad, dat in ons allen aanwezig is. De hypothese, die in de roman wordt geventileerd, maakt het boek — nog steeds volgens de enthousiaste PR-schrijver van Random House — tot een werk van verbijsterende originaliteit, en Norman Mailer zegt daarin misschien meer dan ooit tevoren.
Dat menig recensent dat ietwat, of zelfs in verregaande mate, anders ziet, mag evenmin verbazing wekken. In The Washington Post schrijft William Boyd dat hij geïrriteerd is door de pompeuze, hoogdravende toon van de duivel, en eveneens door de dialogen, die volgens hem de indruk wekken dat ze uit zeer basaal Duits zijn vertaald — en nog slecht ook. De criticus van The Atlanta Journal-Constitution vindt het geheel ook te Duits. Volgens The Los Angeles Times is Mailer met al dat occulte gedoe over het incestueuze bloed dat door Dolfje’s aderen stroomt en over zijn zindelijkheid al te zeer aan de oppervlakte gebleven, en men hoopt daar dan ook dat Mailer in een aansluitend boek het geheel naar een hoger niveau kan tillen. De hoeveelheid beschikbaar materiaal is er immers omvangrijk genoeg voor. En de commentator van de krant The Buffalo News vindt dit nieuwe Mailer-boek in ieder geval beter dan het vorige, over Jezus.

Angst en ouderdom
Norman Mailer zegt dat het een voordeel van het ouder worden is, niet meer bang te hoeven zijn: niet voor teleurstelling en ook niet voor afwijzing. En hij wordt evenmin bang, zegt hij, als mocht blijken dat hij wordt gehoond vanwege zijn metafysische benadering van de jeugdige Hitler, diens darmwerking en zaadproductie tot aan zijn zestiende jaar, waar Mailer de dan nog puberende Adolf achterlaat in het Linz van 1905: het reeds extreem gedegenereerde wezen dat wordt beheerst door de oerschreeuw en aanverwante brulgeluiden, welke hem alle als geen andere uitingen van onvermogen zullen blijven begeleiden.

Andere literatuur
Wie het wat wetenschappelijker, maar tegelijkertijd zeer boeiend voorgesteld wil krijgen, zij verwezen naar diverse andere, niet met fictie gemengde, biografieën, waarvan sommige nogal omvangrijk zijn, zoals de inmiddels alweer wat oudere van Joachim Fest (1) en Allan Bullock (2), en — van (iets) recentere datum — die van Hans-Jürgen Eitner (3) en Ian Kershaw (4). Die boeken hebben niet alleen hun plaats in de geschiedschrijving van deOmslag van de dtv-uitgave van Sebastian Haffners memoires van 1914 tot en met 1933 twintigste eeuw in het algemeen, en nadrukkelijk in die van het ‘speelgebied’ van Hitler en zijn misdaadsyndicaat, verdiend, zij zullen behoren tot de blijvende literatuur over die periode. Er is echter één bezwaar, dat niet tegen de auteurs en hun werk is gericht, maar toch een niet te negeren gegeven blijft. Zeer dikwijls wordt uit de mond en/of pen, maar ook wel via het toetsenbord, van veel jongeren vernomen dat die boeken te dik en te zwaarwichtig zijn. Voor al diegenen bestaan echter wel degelijk minder omvangrijke, maar qua inhoud net zo hoogwaardige boeken.
Die opvattingen over ’te zware’ boeken, en het verlangen naar zinvolle en tegelijkertijd relatief beknopte informatie blijven echter niet beperkt tot de jongere generaties. Dat feit was reeds drie decennia geleden voor de veelzijdige journalist Sebastian Haffner (5) een aanleiding om aan het verlangen tegemoet te komen: niet met een overgesimplificeerde Hitler-biografie, maar met een thematisch geordende uiteenzetting.

Analytische visie
In zijn essaybundel Anmerkungen zu Hitler gaat Haffner in zeven hoofdstukken die Führer van anno toen te lijf: Leben, Leistungen, Erfolge, Irrtümer, Fehler, Verbrechen, Verrat. Dat zijn allemaal notities uit een geheel andere invalshoek — briljant geschreven en toch leesbaar, zoals alle boeken van deze auteur. Die overigens in meer van zijn verzamelbundels heeft geschreven over Hitler, diens ‘Machtergreifung’ en tal van bijbehorende elementen in vooral het Duitsland in de jaren twintig en dertig.
Met die aanpak zorgt Haffner er niet alleen voor dat lezen over die Adolf Hitler een AH-Erlebnis wordt, vooral doordat deze uit tal van ‘sleutelposities’ wordt belicht, maar heeft hij tevens de weg geëffend voor een zeer dringend noodzakelijk ont-mythologiseren van dit — ook in de éénentwintigste eeuw nog altijd — veel te ‘legendarische’ fenomeen.
Na het verschijnen, posthuum, van Sebastian Haffners memoires (1914-1933) — in wezen zijn eerste boek! — schreef Franziska Augstein in de Frankfurter Allgemeine Zeitung: “Sebastian Haffner macht begreiflich wie Hitler möglich wurde.” Wellicht is dit boek een geschikt cadeau voor Norman Mailers vierentachtigste verjaardag, heden 31 januari 2007.
Meer uit een sterk analytisch perspectief van de psychologie is het Hitler-essay van psychiater Helm Stierlin (geb. 1926) (6), waarin wel degelijk veel wordt verklaard over mogelijke oorzaken van ’s Führers onbedaarlijke waanzin, die zich, afgezien van het hysterische gebrul, uitte in zijn verregaande agressiviteit en zijn naar alle kanten doorgeslagen destructiedrift. Hoe en in welke processen tijdens de vroegste jeugd en adolescentie is de motivatie daarvoor ontstaan? En juist dat boek van Helm Stierlin kan bijdragen tot inzicht en begrip, vanzelfsprekend zonder het fenomeen ooit te kunnen begrijpen: deze belichaming van de wil tot vernietiging.

*****
(1) Joachim Clemens Fest (1926-2006) was gedurende enkele decennia Herausgeber van de liberaal-conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung. Hij schreef diverse artikelen en boeken over nazi-Duitsland, en zijn biografie Hitler (1973, ook in het Nederlands vertaald) wordt door diverse historici gezien als het standaardwerk bij uitstek. Wel was er een storm van kritiek jegens de dcumentaire die mede naar aanleiding van dit boek is gemaakt. In oorlogstijd was hij bij de Hitler-Jugend en nam hij vrijwillig dienst bij de Wehrmacht om te voorkomen dat hij bij de Waffen-SS zou worden ingedeeld. Ooit vertelde hij dat hij door het lezen van een opstel van Sir Hugh Trevor-Roper het besluit had genomen, zelf een biografie over de Führer te schrijven. Later verscheen er nog een boek van zijn hand over Albert Speer, (1999), waarin hij tot zeer aanvechtbare conclusies over deze architect van het Derde Rijk komt. Deze deed hij later af met de mededeling dat deze hem voor de gek zou hebbn gehouden, wat een ongeloofwaardig verhaal is wanneer men bedenkt dat meer dan een halve eeuw na beëindiging van de Tweede Wereldoorlog er voldoende literatuur beschikbaar was, die hem “eines Besseren belehrt” had kunnen, en dus had moeten, hebben.
(2) Alan Louis Charles Bullock, Baron Bullock (1914-2004), Brits historicus en auteur van de invloedrijke, en tevens eerste omvangrijke, biografie Hitler. A study in tyranny, verschenen in 1952, en negen jaar later nog weer in een herziene versie. De Nederlandse vertaling van John Vandenbergh is geruime tijd als pocketeditie (dubbel Zwart Beertje) beschikbaar geweest, en later opnieuw, zij het gebonden, uitgegeven door Omega Boek te Amsterdam. Alan Bullock conclueerde onder meer dat het oude Europa voorgoed is verdwenen en dat de bouwmeester van deze ruïne Adolf Hitler heet.
(3) Het boek over Hitler, geschreven door Hans-Jürgen Eitner (1925) Der Führer — Hitlers Persönlichkeit und Charakter, is voor het eerst in 1981 verschenen. Veertig jaar daarvoor had de zestienjarige de Hitler-Jugend de rug toegekeerd; twee jaar later werd hij door de Gestapo opgepakt omdat hij Anti-Hitler literatuur uit het buitenland had laten komen: hij werd daarvoor in de Wehrmacht geplaatst en toen naar het oostfront gestuurd. In 1945 raakte hij in Russische krijgsgevangenschap. Vanaf 1954 is hij freelance publicist, voornamelijk op het gebied van wereldpolitieke analyse. Eitner heeft de afkomst en jeugdjaren van Adolf Hitler ook bestudeerd en, zij het in wat kortere vorm, in het onderhavige boek beschreven. In 1991 volgde ook nog Hitlers Deutsche — Das Ende eines Tabus.
(4) Ian Kershaw (geb. 1943) was aanvankelijk mediaevist, maar stapte in de jaren zeventig over naar de geschiedenis van Duitsland. Hij heeft veel internationale roem verworven met zijn diverse biografische studies over Hitler. Hij is werkzaam aan de Universiteit van Sheffield, waar hij de voormalige Nazi-staat in het middelpunt plaatst, en daarnaast geeft hij colleges over ‘Germans against Hitler’.
(5) Konrad Heiden (1901-1966), invloedrijk journalist en historicus ten tijde van de Republiek van Weimar en in nazi-Duitsland, publiceerde tevens onder het pseudoniem Klaus Bredow. Reeds in 1935, weliswaar in het Zwitserse Zürich, publiceerde hij een een boek tegen de barbarij van het Duitse brulgebroed: Adolf Hitler, das Zeitalter der Verantwortungslosigkeit — Eine Biographie. Dit boek is helaas alleen nog via Prof. dr. Helm Stierlin, veelzijdig medicus, (psycho)therapeut en auteurantiquariaten verkrijgbaar. In menig opzicht is dit het beste boek dat over Hitler is geschreven, mede doordat het reeds tijdens diens leven is ontstaan en berust op anderhalf decennium aan eigen observaties van de schrijver. Voorafgaand daaraan had Konrad Heiden ook al boeken over de opbouw van de Hitler-beweging (Geschichte des Nationalsozialismus) en ook over de constructie van de Hitler-staat (Geburt des Dritten Reiches) geschreven. En omdat in die twee boeken een beschrijving van het hoofdpersonage van dat alles — het menselijke, het particuliere en het anekdotische — tekort moest komen, vulde Konrad Heiden dit hiaat op met de zijns inziens gerechtvaardigde beschrijving van de persoon Adolf Hitler, die toen immers al veelvuldig met Duitsland volkomen werd vereenzelvigd. De sociaal-democraat Heiden verliet in 1940 zijn geboorteland en vertrok naar de VS, waar hij in 1966 te New York overleed.
(6) Sebastian Haffner (1907-1999) te Berlijn geboren als Raimund Pretzel, promoveerde in de Republiek van Weimar als jurist. In 1938 emigreerde hij, uiteraard tevens als gevolg van de nazistische waanzin die heel Duitsland (en kort daarna Oostenrijk) in de greep hield, naar Engeland waar hij, naast vele andere bezigheden, als journalist voor de Observer werkzaam was. In 1954 keerde hij terug naar Duitsland en was eerst verbonden aan het dagblad Die Welt, later aan het populaire weekblad Stern. Naast de reeds in bovenstaande tekst geoemde boeken schreef Haffner een aantal historische bestsellers, onder meer over Pruisen, Winston Churchill en tal van andere thema’s. Na zijn overlijden in 1999 werden zijn memoires over de periode 1914-1933 in het jaar daarop direct een bestseller.
(7) Helm Stierlin (geboren in 1926) studeerde filosofie en medicijnen. Hij is onder meer arts, psychiater en psychotherapeut, waarbij de nadruk onder meer ligt op gezinstherapie, hetgeen ook tot uitdrukking is gekomen met en in het door hem opgerichte en geredigeerde tijdschrift Familiendynamik. Helm Stierlin, die tussen 1974 en1991 was verbonden aan de Universiteit van Heidelerg, is (co)auteur van 13 boeken en zo’n 250 wetenschappelijke essays en artikelen. Opvallende titels in zijn bibliografie zijn: Das Tun des Einen ist das Tun des Anderen (1971, vanaf 1976 als suhrkamp taschenbuch 313) en Separating Parents and Adolescents (1974). Eltern und Kinder stamt uit 1980 (en is als suhrkamp taschenbuch 618 verkrijgbaar).

*****

Norman Mailer: The Castle in the Forest. A novel; Random House, Inc., New York, januari 2007. Zowel gebonden, alsook in paperback verkrijgbaar. Prijs $ 27,95, resp. $ 17,95. (In Nederland eventueel 30-50% meer.)

Sebastian Haffner: Anmerkungen zu Hitler, 204 pagina’s, gebonden; Kindler Verlag, Berlin, (oorspronkelijk uitgegeven in München, 1978); ISBN -3-463-40352-6. Prijs € 15,—.

Sebastian Haffner: Geschichte eines Deutschen — Die Erinnerungen 1914-1933. (Aangevuld met Als Engländer maskiert.) 432 pag., gebonden; Deutsche Verlags Anstalt München. In augustus 2006 is deze Sonderausgabe verschenen in verband met het 175-jarige bestaan van deze uitgeverij. ISBN 3-421-04234-9. Prijs € 15,—.

Sebastian Haffner: Geschichte eines Deutschen — Die Erinnerungen 1914-1933. Mit einer Vorbemerkung zur Taschenbuchausgabe und einem Nachwort zur Editionsgeschichte von Oliver Pretzel. 304 pag., paperback; DeutscherTaschenbuch Verlag, München, 2002; ISBN 3-423-30848-6. Prijs € 9,50.

Helm Stierlin: Adolf Hitler — Familienperspektiven (1975). Mit einem Vorwort von Alexander Mitscherlich und einem neuen Vorwort des Autors zur Neuausgabe von 1995. 186 pag., paperback; Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main, Leipzig; (st 2361) ISBN 3-518-38861-7. Prijs € 6,99.

(De genoemde €-prijzen gelden algemeen voor de Bondsrepubliek; in Nederland slechts bij Boekhandel Die Weisse Rose te Amsterdam.)

*****

Afbeeldingen
1. De Amerikaanse schrijver Norman Mailer.
2. Klein Dolfje, geboren (1889) in een Oostenrijks sprookjesbos.
3. Adolf H. als opgeschoten jongen.
4. Illustratie op de voorkant van Norman Mailers nieuwste pennenvrucht.
5. Omslag van de Signet-edition uit 1971 de New American Library van Normal Mailers boek The Prisoner of Sex dat The New York Times indertijd Mailers beste boek noemde.
6. Voorplat van de Nederlandse editie van Mailers boek The Presidential Papers. Deze versie, vertaald door H.J. Oolbekkink, is in 1965 verschenen als nummer 18 in de paperbackreeks Grote Beren van uitgeverij A.W. Bruna te Utrecht onder de titel Witboek voor de president.
7. Omslag van de dtv-uitgave van Sebastian Haffners memoires van 1914 tot en met 1933.
8. Konrad Heiden, de eerste ware biograaf van Adolf Hitler.

FacebooktwitterFacebooktwitter

Reacties

één reactie op “Feiten en fictie over de incarnatie van het Kwaad”

  1. Beste Heinz,

    Je hebt op ons prille weblog een record gevestigd: het 250ste artikel was van jouw hand. En wat voor een artikel!

    Vriendelijke groeten,
    Karin

    Door Karin Peterson | 1 februari 2007, 20:44

Reageer

Foto van de dag