// artikel

Muziek

Drie composities van evenzovele Scandinavische fin de siècle meesters

Niels Wilhelm Gade
De Duitse regionale radiozender WDR 3 (Westdeutscher Rundfunk) zendt op zaterdag 13 juni — ’s avonds tussen 20:05 uur en 22:30 uur — in het programma Konzert live de aflevering WDR Musikfest Münster 2009 uit, met daarin drie composities van evenzovele Scandinavische muziekmeesters, die allen tijdens — in ieder geval  de tweede helft van — de negentiende eeuw hebben geleefd, en daarmee werken hebben bijgedragen aan dat onderdeel van de Europese muziekgeschiedenis dat eveneens het epitheton ornans fin de siècle mag worden opgeplakt.
Van de Deense componist Niels Wilhelm Gade (1817-1890) — een naam die we helaas niet zoveel op de Europese concertprogramma’s buiten Scandinavië tegenkomen — zal opus 1, Nachklänge aus Ossian, voltooid in 1840, worden uitgevoerd.

Edvard Hagerup Grieg
Het werk met een solist dat daarop volgt, is het alom ter wereld, en zeer terecht, hoog gewaardeerde Concert voor piano en orkest in a kleine terts, opus 16 (1868) van de Noorse grootmeester Edward Grieg (1843-1907), aan die door dirigent Hans von Bülow (1830-1894) met de bijnaam Chopin van het Noorden werd bedacht. Dat wordt gemeld door de Nederlandse Grieg-biograaf Julius Röntgen in diens boek. [1]
Direct na een inleidende paukenroffel begint de pianist met een als uit de fjordenrotsen gehouwen thema dat intensiteit en hyper-tensie belooft en dat meteen een spanningsboog creëert die — in ieder geval de componist — tot de laatste noot op dat uitzonderlijke niveau heeft weten te handhaven.
Pianist in deze uitvoering van Griegs onsterfelijke concert is Herbert Schuch; hij wordt begeleid door het WDR Sinfonieorchester Köln onder leiding van Eivind Gullberg Jensen — een in 1972 geboren Noorse musicus — die met ingang van het nieuwe seizoen als vaste dirigent van de NDR Radiophilharmonie Hannover zal optreden. [2] Met zijn bijdragen aan dit muziekfestijn is het concert wel een zeer nadrukkelijk Scandinavisch gebeuren.

Jean Sibelius
Het concert zal worden besloten met de Eerste Symfonie van Jean Sibelius (1865-1957). Deze werd voltooid in 1899, en daarmee is het de enige ware fin de siècle compositie van deze drie werken, maar omdat hun scheppers allen in die periode hebben geleefd, hebben wij ze toch maar wat graag in de armen gesloten voor deze website.
Deze Sibelius-symfonie werd nog net bij het scheiden van de negentiende eeuw twee keer geschreven: na de oorspronkelijke versie heeft Sibelius in 1900 een omwerking gerealiseerd. Eén en ander heeft ongetwijfeld mede te maken met de in de jaren negentig van die eeuw zich bij Sibelius ontwikklende belangstelling voor Tsjajkovski, die in 1893 was overleden. In een Duitse tekst heeft de componist zelf geschreven dat hij zich nadrukkelijk bewust was van het gemeenschappelijke dat hij met zijn Russische deel-tijdgenoot had. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Sibelius-biograaf  Erik Tawaststjerna [3] heeft geopperd dat men de symfonische eersteling van deze Finse componist als diens Symphonie pathétique zou kunnen kwalificeren. Maar toen critici parallellen met de beroemdste Russische symfonicus van dat moment hoorden en zagen, beviel dat de toen — zeker gezien de hoge leeftijd die hij zou bereiken — nog jonge muziek scheppende kunstenaar helemaal niet. Later zou hij daar nog eens op terugkomen en zijn eigen symfonieën “härter” noemen.

Eigen geluid
Die parallellen bestaan, maar er zijn eveneens voldoende contrasten, die tonen dat deze beide componisten in positieve zin eigen nationalistische elementen in hun met name symfonische muziek hebben weten te postuleren. Elk zijn eigen geluid; elk vogeltje zingt het eigen nationale liedje.

In het tweede deel, Andante, weet Sibelius — zeker geïnspireerd door zijn lievelingspoëzie — het intense verlangen naar de blauwe nachten van de tuinen in zijn jeugdjaren gestalte te geven.
Het derde deel vertoont enige invloeden uit de scherzi in de symfonieën van Anton Bruckner, die in 1896 was gestorven.
De Finale, Quasi una Fantasia valt een ietwat gezwollen pathos van de nieuwe richting in vrijwel alle kunsten — welke dus eveneens tot de musici in het Hoge Noorden was doorgedrongen —, de art nouveau te ontdekken, en daarmee neemt de componist afscheid van de negentiende eeuw: een finale in meer dan één opzicht.

Nadat Felix Weingartner (1863-1942) deze symfonie — eindigend met twee pizzicati-akkooorden — in januari 1907 in Berlijn had gedirigeerd, kwalificeerde een Duitse muziekcriticus dit opus als een tragedie in vier bedrijven met muziek.
De versie van Felix Weingartner, nu meer dan een eeuw geleden, vanzelfsprekend niet gehoord (kunnende) hebben, is het desondanks helemaal geen dwaze, maar een zeer vindingrijke betiteling.
__________

[1] Dat boek is  in 1930 bij J. Philip Kruseman te ‘s-Gravenhage verschenen in de reeks Beroemde Musici (deel XIX). Hoewel het boek acht decennia na verschijnen zijn waarde heeft behouden, is de taal hier en daar wat archaïsch: “Edvard Grieg schonk zijn volk een eigen muziek. Dat is zijn onsterfelijke verdienste”, luidt de eerste zin. Hoewel bijna geen biograaf dat heden ten dage zo zou formuleren, valt er aan het in die zin gepostuleerde feit niet te tornen.

[2] Na een concert met dat ensemble waren alle musici op slag verliefd op hem; dat kon er alleen toe leiden dat Eivind Gullberg Jensen met ingang van het seizoen 2009/2010 opvolger zou worden van de na twaalf seizoenen vertrekkende Eiji Oue. In 2006 heeft hij het Residentieorkest al eens geleid.

[3] Op 7 juni 2006 is op deze website de omvangrijke biografie over Sibelius van de zeer vaardige handen en geen inspanning daarvoor uit de weg gegaan zijnde Erik Tawaststjerna besproken.
____________
Afbeeldingen

1. De Deense componist Niels Wilhelm Gade in 1860.
2. Edvard en Nina Grieg. Portretfoto uit 1899 genomen door L. Scazinskij. De foto is door de beide echtelieden gesigneerd en van de datum 24 december 1902 voorzien.
3. Componist Jean Sibelius; foto uit het jaar van ontstaan van de (eerste versie van de) Eerste Symfonie: 1899.
4. De poëtische atmosfeer van  “blauwe nachten in de tuinen van onze jeugd” wordt in het Andante muzikaal gestalte gegeven.
5. Lagere strijkers — altviolen, violoncelli en contrabassen roepen in de Finale, samen met de fagot, later aangevuld met klarinet, de sfeer van een afscheid en een intens verlangen naar het nieuwe op.
6. Eivind Gullberg Jensen, dirigent van Noorse afkomst.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

(Nog) geen reacties op “Drie composities van evenzovele Scandinavische fin de siècle meesters”

Reageer

Foto van de dag