
‘En nu is het klaar!’ ‘Nietes!’ Wat is nietes niet klaar? De Nerée natuurlijk, de Eeuwige De Nerée. Het is wel ‘soort van’ klaar: onderzoek gedaan, boek gepubliceerd, succesvolle tentoonstellingen gehad. Check! Maar wie zaait zal oogsten en er kwam allerlei vruchtbaars uit voort waarvan de Léonard Sarluis-tentoonstelling vooralsnog de vruchtbaarste was. En u kent me, ‘soort van’, heb allerlei snode vervolgplannen op de mouw waar we nu als het even kan aan werken.
Daarnaast stond er heel veel in het De Nerée-boek, maar ook heel veel niet. Als in: niet alle documenten en brieven konden uiteraard integraal gepubliceerd worden in een biografie. Neem nou deze zeer interessante brief van jongere broer Frans de Nerée, afkomstig uit de immense De Nerée-documentatie van Dick Veeze. Hij is gericht aan zijn goede vriendin, de toneelspeelster Marjon Gray. Dit pseudoniem van Ingetje Carolina van Kekem, 1892-1986 had Frans bedacht en is een combo van Marjon uit Van Eedens Johannes Viator (waar Carel zulke prachtige tekeningen op baseerde) en Wilde’s Dorian Gray. [Bron: Gray aan Veeze 6 februari 1971] Gray was goed bevriend met Van Eeden en zowel zij als Frans waren, onvermijdelijk, grote Wilde-fans. Veeze heeft haar goed gekend en had rond 1971 uitvoerig contact met haar, per brief en per uitgebreide gesprekken over haar leven en over de De Nerée’s die ze goed kende.

In Verfijnde lijnen citeren Veeze en ik uit deze brief in verband met de Johannes Viator-tekeningen. De brief gaat echter over meer, in de eerste plaats over Carel de Nerées chef d’oeuvre Henri van Booven als jonge priester (sinds 2020 Rijksmuseum Amsterdam). Gray kocht het met geld uit een erfenis rond 1927 van Frans & Constance die de artistieke nalatenschap van de 1909 jonggestorven Carel beheerden. Zij was in feite dus de eerste particuliere eigenaar van dit belangrijke werk. Zie mijn artikel in Rijksmuseum Bulletin van 2020.

De brief geeft natuurlijk ook allerlei info over Frans zelf. Zijn beeldend werk is vrijwel geheel van de aardboden verdwenen en aldus onvindbaar zeldzaam foetsie. Van de gedocumenteerde tientallen tekeningen en schilderijen die hij moet hebben gemaakt en enkele borduurwerken die Constance erop baseerde zijn er bij mijn beste weten slechts een stuk of acht overgeleverd waarvan de huidige locaties mij grotendeels onbekend zijn. Bij de atelierveilingen De Nerée 1932 en 1933 gingen naast talloze Carels ook Fransen en Constancen naar onbekende bestemmingen. Een deel van zijn nalatenschap is moedwillig vernietigd: Helena Maria van Gorkum (1895-1973, geliefde van Frans) aan Marion Gray 24 juni 1971 [documentatie D.V.:] : ‘Alles van Frans is helaas voor mij verloren gegaan. [Willem] Noorland (19?-19?, trouwde Helena in 1924) heeft alles óf vernietigd of verkocht wat maar met Frans te maken heeft gehad in wilde, krankzinnige jaloezie, omdat hij wist dat Frans mijn grote liefde is geweest. Alleen mijn kind [Lou Lou/Loesje , geboren 1919 uit haar relatie met Frans. Frans tekende haar als baby. Coll. Museum Arnhem (onjuist toegeschreven aan Carel)]. heeft hij mij niet af kunnen nemen, zij is de erfenis van Frans en eigenlijk wel het grootste deel, want in haar zie ik Frans herleven. Hij is altijd om me heen, daar ben ik rijk mee.’

‘Den Haag 21/3 [in of rond 1927]
Lieve Marjon
Voor de liefdevolle daad die je volbracht dank ik je, en hoop dat het de vruchten moge dragen, die je ervan verwacht. De jonge priester zal bij jou een liefderijk thuis vinden. Het werk dateert uit Carels meest devote kunstperiode en bezit wijding. De jonge priester is bedoeld als de drager van een roeping die zijn bestemming vindt. Het [stuk/devote? Moeilijk leesbaar woord] heeft alle schijn en is een meesterwerk. Tot op heden bleef ik antwoord schuldig omdat ik wilde dat je plannen zouden bezinken en je niet aan overhaasting wilde blootstellen want ik meende dat je een daad zou doen, die je misschien later zou kunnen [bezinnen? Moeilijk leesbaar woord]. De taxatie f. 1200 is van voor de oorlog. Toch vind ik dit bedrag nog te hoog voor overhaaste besluiten. De [sic] transport zal per boot moeten geschieden, want per auto van hier naar A’dam is uitgesloten, want de pastel verstijfd [of ‘verschuift’?].
Van mijn ziekte [niet bekend welke ziekte] vorm je je niet, geloof ik, de zuivere opvatting, het zuiver beeld. Geloof niet beste Marjon dat ik je niet graag ontvangen zou, maar ik ben erg zwak en invalide. Als ik wat sterker zal zijn zullen wij de schade zeker inhalen en dat zal dan zeker voor jou veel prettiger zijn. Het is goed dat je Van Eeden [met wie ze goed bevriend was] niet gevraagd heb te komen want het zou schandelijk van mij zijn geweest hem te weigeren en toch was dat niet uitgesloten. [Volgens nazaten van Frans kwam Van Eeden ‘en andere Tachtigers’ rond 1915 wel bij hem en Constance in Den Haag in hun tuinhuisje aan de Koningin Emmakade theedrinken. Mogelijk kwam Van Eeden in deze periode ook, samen met Louis Couperus, Rie Cramer en Reinier van Genderen Stort, regelmatig tezamen in de kunsthandel van Herman d’Audretsch (de grootste De Nerée-dealer van zijn tijd) aan de Hoge Wal.] Wij hebben altijd veel hem gehouden en zijn om zo te zeggen met zijn werk groot gegroeid. Volgens Carel is Johannes Viator een van de mooiste werken op modern letterkundig gebied. Van de Koele meren heb ik veel gehouden. De gestalte van de oude Joop vind ik uniek, enig, wonderbaar, en het is tevens een naam waar wijding van uitgaat. Carel als eerste naam brengt geen geluk!
Ik heb een aardig schilderijtje voor je. De eerste bloemetjes die ik na mijn zware instorting geschilderd heb. [Schilderij niet geïdentificeerd]. Broeder Marijannes [? Moeilijk leesbaar] die mij oppaste overraste [sic] mij bij het werk en toen ik hem onzeker vroeg, Vindt u het slecht, zei hij: ‘Niet alleen vind ik het een goed stukje maar het is een sieraad.’
Oh ja, dan zal ik nog een tekeningetje voor je maken, van je vriendin [de schrijfster] Marie Marx Koning. [Marjon Gray aan Veeze 11 aug. 1971: ‘Van dat tekenen van Van Eeden en Marie Marx Koning is niets gekomen omdat hij te ziek was.’]
In een klein formaat, iets groter dan cabinetformaat. Je zult zien ik teken verduiveld scherp. Geef dus de foto. In de Verzameling [van werken van Carel die Frans en moeder Constance na Carels dood beheerden] is er een portret van F. van Eeden. [moet zijn Cat. Bink & Veeze 2025 nr. 41]. Indien V. E. dat gebruiken wil als frontispice kan hij daarover beschikken. Het is zeker het mooiste portret van hem dat getekend is. Er bestaan ook nog ca. drie tekeningen voor Johannes Viator. [cat. 2025 nrs. 90, 91, 92, 170] Slechts enige vreemd gebogen lijnen en kleine koppen bevinden zich op het blank gehouden papier. Zeer sereen, ook deze zijn tot zijn beschikking, evenals een engelenkop met vleugels, die op zijde is getekend. [cat. 110 dat bij dezen dan mogelijk ook een Viator-tekening is. Idem cat. 111?] Dit alles is praktisch te gebruiken. Zo zie je madammeke zulle, dat er nog wel iets leuks voor je te doen is en waarover alle mensen zich zullen verheugen. Ziedega madammeke, zegt de Belg. Ge da lachtst zegt de Bayer. Zie je lieve Marjon voor jou was het huwelijk geen drang maar de bedoeling van vervulling. [Ze scheidde in 1926 van Marcel van Gestel, 1894-1982]. Dit kost altijd smarten, in elke vorm in elke omstandigheid maar momenten doorleefd te hebben waarin men de nachtegalenzang van de eeuwigheid voelt. Zelf geluk is intens smartelijk maar dat bedoel ik niet met smarten. Niet alleen zegt Pirandello in Non est una cosa seria kan ik zeggen waarom je lijd maar ik kan je verklappen dat het noodzakelijk is. Maeterlinck zegt heel mooi ‘maar de smart moet mooi, heel mooi zijn wil zij tot mij komen.’ Maar ik leef in de boeken en jij staat in de werkelijkheid. Leer je innerlijk verstaan maar dat is voor jou moeilijk spontaan je innerlijk te laten spreken, in de warrelende stromingen van het brandende leven. Voor mij makkelijk in de koele atmosfeer van het kluizenaarsleven. Toen ik een schilder sprak over Zwitserland [mogelijk rond 1905 wanneer hij met Carel door Zwitserland en Italië reist. Cf. Verfijnde lijnen Hfd. 8] en de bergen zei hij: ‘Maar beste vriend, in mijn gedachteleven is er een berg en wanneer ik de eenzaamheid wil stijg ik daarop. Trouwen is een bezigheid als een ander maar het geluk is ons zelf.
Nu ga ik weer aan het redeneren en me beklagen [?, moeilijk leesbaar woord] in mijn ééntje omdat ik nergens zo populair ben geweest als in Italië [tijdens diezelfde reis/reizen?] en de mensen verstonden me er niet, d.w.z. de taal. Met een ongelofelijke radheid sprak ik terug, ik dacht het zal mij toch benieuwen of je me kunt verstaan. Zelfs de Italianen keken beduusd en ze zijn het niet gauw. Dat [bewees? Moeilijk leesbaar woord] intussen dat de stemming die van mij uitging goed was. Maar laat ik je een ding zeggen, dat waar je ook gaat je eigen wereld van gedachten meeneemt. [Franz] Melchers (1868-1944, schilder, naast Salberg ook schilderleraar van Frans.] hield láng van dezelfde vrouw, ik ook maar hij vreesde het alleen zijn, ik niet! Marcel [van Gestel] is natuurlijk jong en niet gevormd. En vooral de [enige? Moeilijk leesbaar woord] drang spreekt wat te verwonderen is. [Einde ontbreekt?]’
