Anti-Freud in Groningen (2)

De zestienjarige, geniale jongeman Sigmund FreudAndere benadering
Gelukkig bestaat er in de stad Groningen (en omgeving) nog een ander huis-aan-huis blad dan de twee voor de woensdag bedoelde, extreem schreeuwerig-stuitende vodjes, welke beide op tabloid-formaat tussen woensdagavond en zaterdagmiddag door de brieven-gleuf van alle Stadjers worden geperst. De Groninger Gezinsbode is een van oudsher ― want inmiddels al meer dan een halve eeuw bestaand en eveneens gratis verspreid ― ietwat, tot flink veel, serieuzer medium met echte artikelen en niet alleen maar mededelingen en berichtjes van horen zeggen, die dan veelal in de stijl van een ernstig dementerende Tante Betje zijn, maar toch worden afgedrukt. Redacteur Hans Berens van dat tweemaal per week verspreide blad komt in de editie van vandaag met een aardig wat genuanceerdere bijdrage over de Anti-Freud expositie, waarover we in onze voorafgaande aflevering reeds hebben bericht. Zo schrijft Hans Berens terecht dat er kritiek is geweest vanaf het begin van Freuds carrière ― en dus niet reeds van de wieg af, wat het artikel in dat andere ― in ons eerdere stuk vermelde, oogverblindend lelijke ―, krantje werd gesuggereerd.

Selectie
In het artikel dat heden is afgedrukt in de Groninger Gezinsbode, wordt gemeld dat de selectie van de ‘kritische’ boeken is gerealiseerd door Hilda Schram, vakreferent psychologie van de Groninger UB, die in onze aflevering 1 al even aan het woord kwam. En ook nu steekt ze haar afschuw voor de persoon, de auteur en de psycholoog Freud niet onder stoelen of banken, en stalt ze die door middel van gedrukte bijdragen van derden uit in de UB, tot en met 15 december. Haar persoonlijke afkeer verpakt ze in onder meer de volgende zin: “Het aantal psychonalytici neemt sterk af en de filosofische denkbeelden van Freud zijn gebaseerd op drijfzand.” En dan vervolgt ze: “Er zijn mensen die Freud als een groot schrijver beschouwen maar volgens mij is hij hooguit als sprookjesschrijver interessant.”
(Een tekstanalyse van eigen bewoordingen kon volgens Freud geen kwaad.)
Maar mevrouw Schram heeft nog meer te vertellen: “Freud is onder andere zo populair omdat veel mensen zich met zijn werk hebben verbonden. Er is een soort oorlog gaande. Bij kritiek op Freud voelen psychoanalytici zich in hun eer aangetast. In reacties op critici wordt op de man gespeeld.”
Niet alleen getuigt die laatste zin van de wens zich in te dekken tegen kritiek jegens haar eigen opstelling, maar is deze evenmin fatsoenlijk ten opzichte van al die analytici welke zich wel degelijk uiterst kritisch hebben beziggehouden met Sigmund Freuds oeuvre, en er ondanks meningsverschillen met datgene wat zij (menen te) hebben gelezen, in hoofdlijnen met diens mensbeelden zich blijvend hebben kunnen verenigen.
Wat mevrouw Schram op basis van haar gevoelsmatige vooroordeel doet, is generaliserenSigmund Freud op 13 juni 1938 in Parijs en daarmee tegelijkertijd discrimineren. Die Sigmund Freud had over zulke uitingen zo zijn eigen, zeer interessante gedachten. Sommige van die, zich maar lukraak ‘kritisch’ uitende, lieden schijnen, zonder waarschuwing vooraf, te zijn weggelopen uit de verzamelingen vol praktijkgevallen van zo menig analytica (v/m).

Malcolm Macmillan
De in Australië werkzame hoogleraar Malcolm Macmillan (Melbourne), fungeerde als één van de twee inleiders van de tentoonstelling die vanaf vandaag te bezichtigen valt. Hij noemt Freud een kluizenaar, die een hele schare volgelingen heeft opgebouwd. Volgens hem maakten al dezen nooit ruzie en hebben zij zich alleen maar beijverd om Freuds gedachtegoed te verspreiden.
Met die heiligverklaring, welke Freud ten deel is gevallen door adepten, die elk baardhaartje van de man nog een kunstwerk vonden, en voor geen enkel redelijk argument vatbaar waren, bleek niemand gediend: de ‘patiënten’ niet, de leer ook al niet, de beroepsgroep evenmin en het subject Sigmund al helemaal niet. Het andere uiterste, kritiek om der wille van het afwijzen, en alles aangrijpen wat ook maar even lijkt te kunnen dienen als een stok om de hond te slaan, bewerkstelligt uiteraard evenmin iets nuttigs. De wegwijzers naar het gulden middenpad zijn kennelijk weer eens zoek.
Ook Macmillan vraagt zich af waarom zoveel mensen in Freud geïnteresseerd zijn. En hij wijst er dan op dat deze Weense grootheid van rond 1900 verklaringen bood op de gebieden van seksualiteit en de interpretatie van dromen en foutieve acties, waar mensen graag informatie over willen. Het antwoord op zijn eigen vraag luidt: “Wat een geweldige verzameling driften, impulsen en motieven lijken we te vinden, verborgen in het onderbewustzijn!” Aan dat antwoord kleeft slechts één heel petieterige omissie: het koppelwerkwoord lijken mist de beginletter B. Een minieme Freud’sche Fehlleistung.

Afbeeldingen
1. De zestienjarige, geniale jongeman Sigmund Freud; foto overgenomen uit: Sigmund Freud ― Jugendbriefe an Eduard Silberstein 1871-1881. S. Fischer Verlag, Frankfurt am Main, 1989. ISBN 3-10-0022886-5.
2. Sigmund Freud op 13 juni 1938 in Parijs. Foto overgenomen uit: Paul Roazen ― Freud And His Followers. Da Capo Press, New York (paperback edition) 1992. ISBN 0-306-80472-7.
Freud wordt hier afgehaald door Marie Bonaparte en auteur William Bullitt. Met laatstgenoemde heeft Freud in 1932 het manuscript voltooid voor een boek over de Amerikaanse president (1913-1921) Thomas Woodrow Wilson. Er is een slordige Nederlandse vertaling verschenen in 1967, op basis van de oorspronkelijke Engelse editie die een jaar tevoren was uitgekomen. Die versie had nog de ondertitel A Psychological Study.

3 gedachten aan “Anti-Freud in Groningen (2)”

  1. Gelukkig is het zo, Sander: het één sluit het ander niet per definitie uit. Vergelijk het maar met opmerkingen, die objectief weliswaar heel flauw zijn, maar waar je toch onbedaarlijk om moet lachen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.