Dichters van Montmartre, rond 1900 — 2. Clovis Hughes

Clovis Hugues (1851-1907)Op 3 november 1851 werd Clovis Hugues, de latere dichter en politicus, te Menerbe in de Vaucluse geboren als zoon van een molenaar. Aanvankelijk meende hij tot wat hemelser zaken op aarde te zijn geroepen en volgde hij die impuls door aan het seminarie van Sainte-Garde te gaan studeren, en na eenmaal de soutane als kledingstuk te hebben aangetrokken, ging hij de functie van repetitor vervullen. Veel verder heeft hij het er niet gebracht, en zelfstandg verliet hij het instituut om in Marseille het vak van journalist uit te proberen. Al veel eerder, en tevens tijdens zijn seminariejaren, had hij zich actief met de poëzie ingelaten.

In de journalistiek verliep het wel wat moeizamer en het penibele aspect van zijn functioneren op de redactie van Le Peuple heeft hij zelf eens in een stuk autobiografische poëzie omschreven:

Je collais quelque peu les bandes; je portais
Des paquets; j’allumai la lampe et je n’étais,
Avec tout mon latin, qu’un Ruy-Blas litttéraire.

In de politiek heeft hij eveneens carrière gemaakt als gedeputeerde voor de parti socialiste, aanvankelijk van Bouches-du-Rhône en later van het departemet Seine. Clovis Hugues is op 11 juni in 1907 te Parijs overleden.

*****

LA POÉSIE A MONTMARTRE

Montmartre est le bruyant sommet
Où la Muse surgit, pareille
A la nymphe qui chante et met
Son chapeau floré sur l’oreille.

Si nous vivions encore au tems
Où la Dryade et l’ashodèle
Se miraient aux mêmes étangs,
Les Dieux seraient amoureux d’elle.

Mais, si près qu’elle soit des cieux,
Dans les splendeurs de son Olympe,
Ce n’est point pour les vastes Dieux
Qu’elle a jeté corset et guimpe

Loin du trépid et des autels,
Cette grande soeur de Lisette
Préfère à tous ces immortels
Un gueux qui lui fasse risette.

Point de bijoux dans son coffret!
Si quelque barde peu sévère
L’approche au seuil du cabaret,
Elle accout et boit dans son verre.

Sitôt qu’elle a dit sa chanson.
Les doigts envolés sur la lyre,
La gaité de Mimi Pinson
Refleurit aux lèvres dElvire.

Si vous lui rappeliez qu’elle a
Plus de moulins que la galette.
Elle vous répondrait: Lonllà!
Et ferait une pirouette.

Ce qu’elle a suffit à ses goûts,
Dans le bonheur ou dans la peine,
Pourvu que le vieuxnid soit doux
A la grande nichée humaine.

Tout pauvre diable estson ami,
Quand un coup du destin l’affale:
Elle ne se ferait fourmi
Que pour secourir la cigale.

Dès qu’elle arrive, c’est Noël;
Et si peu qu’en les nuits sans voiles
Ses bras nus flottent dans le ciel,
On voit sourire les étoiles.

*****

Zie tevens onze eerste bijdrage in deze reeks, op dinsdag 3 april, over, en met een gedicht van, Maurice Vaucaire.

*****

Afbeelding
Clovis Hugues (1851-1907)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.