Giacomo Puccini’s Turandot rechtstreeks vanuit New York

Laatste Puccini-opera
Op deze zaterdag 14 april ’s avonds wordt via twee radioprogramma’s in buurlanden het muziekdrama Turandot (1920-24) van Giacomo Puccini uitgezonden in het kader van even zovele operaprogramma’s. Op de Belgische klassieke radiozender Klara begint de inmiddels bekende uitzending Scala reeds om 19:10 uur, op BBC Radio 3 begint het programma Opera on 3 om 19:30 uur en zal zeker direct worden overgeschakeld naar de Metropolitan Opera in New York waar het dan half twee in de middag is en de Matinee kan beginnen. De belangrijkste rollen worden vertolkt door Andrea Gruber, sopraan (Prinses Turandot); Hei-Kyung Hong, sopraan (Liù); Richard Margison, tenor (Kalàf); en Oren Gradus, bas (Timur). Koor en orkest van de Metropolitan Opera worden gedirigeerd door Marco Armilato — dit laatste in tegenstelling met de gegevens van Klara en BBC, die Richard Armstrong als dirigent noemen.

Giacomo Puccini, die op 22 december 1858 was geboren, overleed op 29 november 1924, en heeft derhalve geen opvoeringRenato Simoni, die samen met Giuseppe Adami het libretto voor Turandot heeft geschreven van zijn laatste opera meer kunnen meemaken, aangezien de première van Turandot op 25 april 1926 in de Milanese Scala is gegeven. Nog in hetzelfde jaar, op 16 november, is Turandot in de New Yorkse Metropolitan Opera voor het voetlicht gebracht. Het libretto voor dit laatste muziekdramatische werk van Puccini is afkomstig van Giuseppe Adami (1878-1946) en Renato Simoni (1875-1952), die toen beiden in Milaan leefden. Als uitgangspunt namen zij een oud-Perzisch sprookjesgegeven dat terug te leiden valt tot de Vertellingen van 1001 Nacht. In 1762 werd de stof door de Venetiaanse dichter Carlo Gozzi (1720-1806) voor het toneel bewerkt. In 1802 heeft Friedrich (von) Schiller (1759-1805), die precies in dat jaar in de adelstand was verheven, er een Duits drama van gemaakt, en Carl Maria von Weber (1786-1826) heeft daarvoor in 1809 de toneelmuziek gecomponeerd.

Tweeslachtigheid
Als je, zoals ik zelf, een wat tweeslachtige houding ten aanzien van Puccini’s oeuvre hebt, en niet al te dol bent op de dikwijls overgedoseerde zoetigheid van de melodieën, maar anderzijds vindt dat het stemmenmateriaal daar enorm veel kan compenseren — en dat is dan alleen nog een kwestie van kwaliteiten —, blijf je ondanks het laatste enigszins gereserveerd, en hoop je dat er dan eveneens in de aankleding — decors en kostuums — nog een en ander wordt goedgemaakt. Het leven van een scribent, die zich bij tijd en wijle — en in bepaalde perioden van zijn leven veelvuldig zeer nadrukkelijk als eigenzinnig recensent heeft geprofileerd — gaat niet altijd over rozen, dikwijls over doornen en niet zelden over de inmiddels platgetreden paden tussen de valkuilen van de vrees enerzijds met daarin procesdreigingen, pijnlijk onzinnige lezersbrieven, en aan de andere kant het slachthuis van de nacht. Als men echter bedenkt dat juist dreigementen een enkele recensent bijzonder kunnen stimuleren omdat hij dan toch nog over voldoende prikkels uit het eigen reservoir blijkt te beschikken, dat hij zelfs een hele avond Turandot zou kunnen uitzitten . . . Ach, misschien is het gewoon een kwestie van ouder worden, en daarvoor hoeft niemand ook maar het geringste te ondernemen, en zich evenmin al te diep te schamen.

Kitschverhaaltjes
Dat het fenomeen opera niet altijd even sterke literaire achtergronden heeft, blijkt wel uit de vele klachten, die heel veel mensen uiten, die wel degelijk gesteld zijn op de muziek en ook het stemmenmateriaal, de aankleding en het theaterbezoek,Scène uit de versie van 'Turandot', zoals deze dit seizoen door de New Yorkse Met wordt gepresenteerd maar die de stuiversverhaaltjes vaak een gruwel vinden, of beseffen dat de synoptische verwerking van literatuur zeer te lijden heeft gehad in handen van thans voormalige, niet-elektronische, tekstverwerkers.
Ach, het verhaal over die ijskoude Prinses Turandot doet ook wel wat Courths-Mahler-achtig aan, en om dat in grote lijnen aan geïnteresseerden kond te doen, betekent wel even op de tanden bijten, maar kom, het leven is nu eenmaal geen lolletje en we hebben jegens u een uitzonderlijk plichtsbesef, en zeker nu we, juist dezer dagen, opnieuw hebben vernomen dat deze elektronische krant in bepaalde culturele kringen enorm en met veel genoegen wordt gelezen en dito geprezen. — Ooit zal het er wel op uitdraaien dat de makers van deze krant allen worden overdonderd met een heel hoogwaardig lintje-plus-tepelklem, waarna tal van daaraan verbonden psychologische tests eventueel zullen uitwijzen dat allen over een zekere geschiktheid voor òf het ministerschap dan wel voor de functie van herintredende lantaarnopsteker zullen blijken te beschikken. Dat wordt dan nog even dringen. Maar goed, laten we eerst even beginnen bij het

Eerste bedrijf
Vóór het paleis van de keizer leest een Mandarijn (Tsjang Wei Foe of ééntje uit de verzameling van Simone de Beauvoir) een bericht van prinse Turandot voor, waarin wordt medegedeeld dat zij slechts die man tot echtgenoot zal nemen, welke in staat blijkt drie raadsels, die zij hem opgeeft, op te lossen. Indien hem dat niet lukt, zal hij aan de beul worden uitgeleverd.
— Een bevrijdingsfront voor mannen zoals er tegenwoordig zogenaamd voor dieren bestaat, had je nog niet, en dus moest iedere man, die met de toet vol kunstgebitten stond na de schrik- en strikvragen van de blauwbloeddorstige juf in koningsgewaad, er net zo hard aan geloven als al die proefdieren die thans nog altijd zijn overgeleverd aan de beulen die zijn behept met de geest van Mengele. En ook was er nog geen Maarten ’t Hart die zo’n prinsesselijk wezen recht op de man af zijn vertrouwen opzegde in haar als voorman van die hoog-adellijke kringen, en eventueel, in de taal der mannenbroeders,Piano waaraan Puccini zijn 'Turandot' heeft gecomponeerd haar zou hebben gemeld dat zij, als vrouw, helemaal niet bestond. —
En dat uitgeleverd worden overkwam de prins van Perzië, die ietwat minderbegaafd bleek te zijn op het terrein van de drie adellijke vraagstukken van de ploerterig-perverse prinses, en zo moest hij er, bij het opgaan van de maan, aan geloven.
Midden tussen het gewone volk ontwaart prins Kalàf zijn vader Timur, de Tartarenkoning die door de boosaardige keizer van China is onttroond. Aan zijn zijde bevindt zich de trouwe slavin Liù, die zelfs nog op de vlucht voor vader Timur zorgt, en dat alleen omdat Kalàf eens tegen haar heeft gelachen: een slavinnenhart is gauw gevuld.
Het doorgaans sadistische, necrofiele klootjesvolk dat op de ondergang en het verderf van een iegelijk uit is, wordt geheel plotsklaps ‘door innerlijke ontferming bewogen’ en smeekt dan die prinses om mededogen met, en ten faveure van, de veroordeelde prins. — Men weet immers maar nooit of dat later niet toch nog eens een officierslintje van de Oranjes of een militaire Willemsorde als onderscheiding oplevert . . .

Bedrijvigheid alom
U begrijpt natuurlijk allang dat dit nog een hele tijd zo doorgaat: het Noodlot dient in deze Story voor de cultureel ontwikkelde, al dan niet intellectuele, toehoorder danig toe te slaan; koppen moeten rollen, tranen moeten vloeien, en Turandot-kostuum in een van de vertrekken van het geboortehuis van Puccinibloeddorstige kijkers en luisteraars moeten waarlijk ook eens aan hun trekken komen, daar is geen ontkomen aan! Enfin, er gebeurt weer iets, en de muziek verraadt het steeds, en de ellende werpt zijn of haar schaduwen al heel ver vooruit, maar dat heeft het voordeel dat een ieder zich een beetje kan instellen op wat komen gaat, en dat dat niet zo heel veel goeds kan zijn daar in het extreem verre China (sommige dertiendenachtsadventisten beweerden al geruime tijd dat het Boek der Boeken heel lang geleden reeds voor juist dat gele gevaar — in dit muziekdrama dus al die bloeddorstige voorlopers van de Extremistische Krankzinnige genaamd Mao Zedong — had gewaarschuwd) met zulk een letterlijk dood-enge prinses — met een hart op Kelvin-temperatuur— is uiteraard al heel lang duidelijk, en in onze dagen van verlicht despotisme, vertrouwd als we zijn met de analytische verklaringen van ter zake kundige lieden, begrijpt elk allang waar dit moet eindigen: in een hoogtepunt, zij het via een climax. Doch vooreerst het

Tweede Bedrijf
Ping, Pang en Pong, respectievelijk maarschalk, keukenmeester en mandarijn, voelen zich eigenlijk niet meer dan hoger geplaatste beulsknechten, en terecht! Doch wie misgunt hun desondanks de lieflijke, nostalgische gedachten aan lotusvijvers in de verte? Hoe dan ook, in het tweede bedrijf gaan de zaken gewoon verder, al nemen sommige elementen een geheel onverwachte wending. In het eerste bedrijf had Kalàf zich vanzelfsprekend al gemeld voor de drie raadsels, en nu kan hij eindelijk laten zien wat hij waard is. De bloeddorstige, kille prinses — een verre nicht van de Sneeuwkoningin, vermoeden wij, aangezien al die koningshuizen zodanig in elkaar omhuwden dat je de draad verloor, maar slechte eigenschappen laten zich nimmer verloochenen — meent dat ze hem wel kan vangen (zij het in een andere zin dan hij zich gaarne wilde laten verschalken), doch neen, de listige prins krijgt zelfs gelijk van de Oudste Wijzen van het Hof, simpelweg omdat hij de juiste antwoorden heeft gegeven. Dat vermag Turandot echter niet tot andere gedachten te brengen. Ze is en blijft ijskoud in tal van opzichten. Een hofgynaecoloog en dito psychiater bevonden zich helaas niet tussen al datDe sopraan Andrea Gruber, die als Turandot in de versie van de Metropolitan Opera van de gelijknamige opera optreedt huispersoneel, evenmin als een Petrus die als Hof-man of een stoere bink, die wel iets anders te zeggen zou hebben gehad — ook dit alweer in meer dan één opzicht.
De keizer blijkt toch nog — geheel onverwacht, na wat we inmiddels over hem aan de weet gekomen zijn — over enig eergevoel te beschikken, en hij eist dan ook dat Turandot zich eveneens aan het decreet houdt en de vreemdeling in haar sponde ontvangt. Die hele opera zou dan echter een al te spoedig einde vinden in roemloos trompetgeknor, dus moest de auteur van het oorspronkelijke sprookje er toch nog weer wat op vinden.
Kalàf wil echter geen dwang, doch Liefde. Kijk, dat is nou eens een man met waarlijk eergevoel! Hij van zijn kant geeft de prinses een raadsel op (jaja, elk zijn beurt): als Turandot erin slaagt vóór het ochtendkrieken achter zijn naam te komen, behoort zijn leven haar toe, en niet als kersverse echtgenoot aan haar zijde, doch in die uitzinnig perverse betekenis. Hier begint het toch veel te lijken op een inmiddels ouderwets Privé-verhaaltje van de heer Meyden. Doch wacht, daar begint warempel reeds het

Derde Bedrijf
waarin zich ook nog wel één en ander gaat afspelen. Niemand mag die bewuste nacht slapen, en Kalàf loopt, geheel en al zeker van zijn overwinning, in de tuin rond, waarbij zijn gezang door een vrouwenkoor op afstand wordt overgenomen — dat is nou het mooie van opera, dat kan allemaal zomaar, en zelfs zonder tussenkomst van een raaskallende Yomanda of andere, De bariton Richard Margison zingt de rol van Kalàf in de Met-versie van ‘Turandot’doodenge en/of levensgevaarlijke, wezenloze gestalte —, en dan komen de drie mannen met die zo op elkaar gelijkende, en dus eenvoudig te verwisselen, namen weer op de proppen, en die doen verwoede pogingen om achter de naam van de prins te komen, waarvoor zij een heel arsenaal aan verleidingskunsten aan de dag leggen: vleien, dreigen en meer zulks — zoals dat in het ware leven, onder meer in echtelijke onenigheid of burentwist ook geschiedt — en dan worden Timur en Liù er met de haren bijgesleept. Laatstgenoemde is stervende na folteringen, maar ze heeft zoveel ruggegraat aan de dag gelegd door de naam van de prins niet te verraden, dat zelfs Turandot eindelijk onder de indruk raakt van zoveel liefde en dat doet ook bij haar de Vlam — die het hout mint dat zij verteert, zegt Hein Boeken — weer in de pan slaat. Ondertussen legt Liù onder treurende muziek definitief het loodje, waana zij regelrecht naar Gene Zijde vertrekt, doch ook dat zal niet baten: Rosemary Brown en haar dooie componisten, alsmede de handlangers van Yomanda, inclusief Mevrouw Millecam, zullen haar weten te vinden en zich over haar ontfermen. Daar is in de geestenwereld nimmer aan te ontkomen. Nee, verwacht u ook daar vooral geen Gerechtigheid.

Puccini volgt slavinnetje
Op dat punt aangeland, bezweek Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini onder de last van al die voornaamheid en legde zelf het loodje, en zo gebeurde het op zekere dag, om precies te zijn 29-11-1924, dat ene FrancoGiacomo etc. Puccini (1858-1924) Alfano Puccini’s schetsen ter hand heeft genomen, om de opera alsnog naar een goed einde te doen spoeden.
Kalàf rukt Turandot de sluier af en kust haar — beiden toch echt geen lieden om, tijdens een hernieuwde Mofse, of een Moskous-Mongoolse, bezetting van ons land, mee te maken te hebben: dezen laten zich niet leiden door morele overwegingen doch door voze en abjecte, vunzige en verderfelijke instincten, doch wie is zo dom daar in te stinken? — en de prinses beseft dat ze maar beter kan bekennen voordat ze zal worden gearresteerd en gevankelijk afgevoerd, en zo vertrouwt ze Kalàf toe dat ze heeft bemind èn gehaat tegelijk, en wel HEM, Kalàf. (Nou schijnt dat toch minder pathologisch te zijn dan je in eerste instantie zou denken: een nicht van mij, die toch volkomen normaal was, had dat eveneens, en zelfs een jarenange verbanning naar — en vervolgens in — Ooltgensplaat heeft daar geen verandering in gebracht.)

Ongelooflijk
Huilend doet de prinses deze bekentenis, en ja hoor, die mislukte leverworst trapt er met kruidenboter en aangelengde rietsuiker in, en noemt haar vrijwillig zijn naam, en geeft zich vervolgens met zijn hele hebben en houden — op dat moment Hei-Kyung Hong, sopraan, is Liù in de Metropolitan-opvoering van 'Turandot'slechts huid en haar — aan de prinses over. Het is een moment dat het allen bang om het hart hoort te worden. Doch nee, Turandot verkondigt ten overstaan van het gehele hof dat zij de naam van de vreemdeling kent: hij heet Echtgenoot. Zou hij van die verklaring nou echt genoten hebben?
Dat is echt wel om van te genieten, menen sommigen. Nou, ikzelf, die vind dat zelfs Hedwig Courths-Mahler en haar beide dochters samen tegen zoveel romantiek niet op kunnen, word hier ook al aangetast door de bekentenisgolf, die kennelijk nogal besmettelijk is: ik had zo’n onbedaarlijk gruwelspook nooit meer aangekeken, zelfs niet als ze nog zo mooi, jong èn Scandinavisch blond was, en al evenmin als ze onmetelijk was gezegend met geld, goed èn ridderorden.
Die uiteindelijk toch weer nare Kalàf schijnt de dode, ja vermoorde!, slavin al helemaal te zijn vergeten, hoewel hij haar toch eens — en we mogen aannemen dat dat niet voor niets was — heeft toegelachen. (“Uit het oog, uit het hart,” moet u dan maar denken. In dat opzicht is zo’n opera weer wel heel levensecht!) Nog een geluk dat die trouwe ziel inmiddels veilig in het Hiernamaals is aangekomen. Het valt te hopen dat die andere protagonisten met allen niet alleen een plaat voor de kop, maar ook een kubieke meter schokbeton achter iedere elleboog, nog lang het aardse bestaan mogen voortzetten, opdat zij die arme slavin niet al te spoedig opnieuw kunnen teisteren.

*****

Afbeeldingen
1. Giacomo Puccini.
2. Renato Simoni, die samen met Giuseppe Adami het libretto voor Turandot heeft geschreven.
3. Scène uit de versie van Turandot, zoals deze dit seizoen door de New Yorkse Met wordt gepresenteerd en op zaterdag 14 april rechtstreeks via de ether op de Belgische zender Klara en via BBC Radio 3 te beluisteren valt.
4. Piano waaraan Puccini zijn Turandot heeft gecomponeerd. Deze bevindt zich in het Museo della casa natale di Giacomo Puccini.
5. Turandot-kostuum in een van de vertrekken van het geboortehuis van Puccini, dat thans als museum is ingericht.
6. De sopraan Andrea Gruber, die als Turandot in de versie van de Metropolitan Opera van de gelijknamige opera optreedt.
7. De bariton Richard Margison zingt de rol van Kalàf in de Met-versie van Turandot.
8. Giacomo etc. Puccini (1858-1924).
9. Hei-Kyung Hong, sopraan, is Liù in de Metropolitan-opvoering van Turandot.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.