Smaak, Stand en Pudeur

Wist u dat volgens een Oudhollands ritueel de vrouw des huizes na de maaltijd aan tafel in een teiltje met sop (dat een dienstbode haar bracht) het zilver en kristal afwaste? Dat de meest chique mensen de gewoonte hadden om expres plat te praten en dat ’t zelfs een beetje zo hoorde in bepaalde periodes? Of dat het niet gek gevonden werd dat het dienstmeisje de onderbroek van de vrouw des huizes die zij ‘slechts’ drie dagen aan had gehad, vervolgens nog enkele dagen mocht ‘afdragen’? En dat een beetje middagmaal vaak uit een gang of tien bestond? […]

We leven helemaal in vormen… als mama één van haar vrienden ten eten vraagt, dan kom jij in je gewone jasje aan tafel… vraagt ze er vier, trek je je geklede jas aan… vraagt ze er tien, dan verschijn je in rok en witte das. Maar ontmoet je nu diezelfde tien aan ’n hotel-tafel, dan eet je misschien in knickerbockers en zonder ’n wit boord om je hals. ’t Lijkt onzinnig, maar zie jij kans ’t te veranderen? [1]

Wist u dat volgens een Oudhollands ritueel de vrouw des huizes na de maaltijd aan tafel in een teiltje met sop (dat een dienstbode haar bracht) het zilver en kristal afwaste? Dat er wanneer iemand roodvonk had er op de straat voor het huis zand of dennentakken werden gelegd om het lawaai van de rijtuigen te dempen en dat er een plakkaat met de letters ROODVONK tegen het huis werd gepakt om voorbijgangers te waarschuwen? Dat de meest chique mensen de gewoonte hadden om expres plat te praten en dat ’t zelfs een beetje zo hoorde in bepaalde periodes? Of dat het niet gek gevonden werd dat het dienstmeisje de onderbroek van de vrouw des huizes die zij ‘slechts’ drie dagen aan had gehad, vervolgens nog enkele dagen mocht ‘afdragen’? En dat een beetje middagmaal vaak uit een gang of tien bestond?

Al deze (voor ons) bijzondere leefgewoontes van de welgestelde bovenlaag van de Nederlandse bevolking rond 1900 worden op een rijtje gezet door historicus Ileen Montijn in het boekje Leven op stand 1890-1940. De uitgave is reeds aan zijn achtste druk toe sinds het eerste exemplaar in 1998. De auteur schept een zeer nauwkeurig sfeerbeeld van het leven van alle dag in een huis van een jonkheer of een notaris en het dienstpersoneel. Zij beroept zich daarbij op talloze damesbladen, romans en etiquette-boeken uit die tijd evenals wetenschappelijke studies van latere datum en archiefmateriaal in de vorm van brieven en reclamemateriaal. Daarnaast bevat het boekje talloze anekdotes van situaties uit haar eigen familie of via kennissen verzameld.

Ileen Montijn, Leven op stand 1890-1940, Amsterdam 2008. (Het boek is ook online te lezen via De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.)

_______________
Noot:
[1] Citaat bij aanvang van het hoofdstuk ‘Tafel’, uit Marcellus Emants, Inwijding, Amsterdam/Brussel 1978 [1900-i].

_______________
Afbeelding:
Thee-uurtje op het landgoed van een welgestelde familie, 1899.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.