// artikel

Buitenlandse literatuur

Verschenen: Barbey d’Aurevilly – Duivelinnen en demonen

Breaking news! Alsof de goede mensen bij uitgeverij IJzer mijn wensdroom hoogstpersoonlijk hebben vervuld: zojuist verscheen eindelijke een integrale Nederlandse vertaling van Barbey d’Aurevilly’s Les Diaboliques: driewerf hoezee! Een dappere daad van rechtvaardigheid. Dapper, omdat bijna niemand meer heruitgaven aandurft van Nederlandse of buitenlandse, ietwat ‘obscure’ titels. Rechtvaardig, omdat Barbey d’Aurevilly de plaats verdient die hij nu min of meer krijgt, namelijk als – samen met Huysmans – een belangrijk voorloper van allerlei moderns en immer universeels. De uitgave past ook goed binnen het IJzer-fonds, dat zich heeft gespecialiseerd in het meer cutting edge literair(-historische) werk. Ik moet het boek nog in huis halen, want mijn budget voor nieuwe boeken is bepaald beperkt. Ik beperk me dus bij deze aankondiging vooralsnog tot de flaptekst:

Wat speelde zich af achter het geheimzinnige rode gordijn?
Wie beschouwt Don Juan als zijn mooiste verovering?
Waarom wordt de gelukkige relatie tussen Hauteclaire en comte de Savigny als misdadig bestempeld?
Welke misdaden werden er tijdens het partijtje whist gepleegd?
Over welke schandalen praten atheïsten zoal aan tafel?
Hoe ver gaat comtesse de Sierra Leone in haar wraak?

Toen Les Diaboliques in 1874 voor het eerst in boekvorm verscheen, zorgde dit voor grote beroering. Na een paar dagen werden de resterende exemplaren op bevel van het ministerie van Justitie in beslag genomen. Het duurde tot 1882 voordat het werk opnieuw werd uitgegeven en sindsdien zijn er in het Frans ontelbare publicaties geweest. Het boek wordt tegenwoordig als een klassieker beschouwd.
Barbey d’Aurevilly (1808-1889) geldt als de voorloper van de Decadente beweging, de schakel die de zwarte romantiek verbindt met de symboliek van de Decadenten. Dat blijkt uit de portretten van zijn ‘duivelse’ personages, die dankzij de krachtige psychologische schildering de moderne lezer nog altijd naar de keel grijpen.
In deze eerste Nederlandse vertaling zijn tevens de gravures opgenomen die de Belgische kunstenaar Félicien Rops (1833-1898) maakte voor de uitgave van 1882.

Oorspronkelijke titel: Les diaboliques
Uit het Frans door Katelijne De Vuyst en Marij Elias.
Met een nawoord van Katelijne De Vuyst.

Wel vraag ik mij af waarom de titel niet simpelweg Duivelinnen luidt en er een mannelijke component aan toegevoegd is: Barbey zelve heeft immers nadrukkelijk het zogezegd vrouwelijke karakter van zijn werk benadrukt? We komen er op terug wanneer we boek en nawoord gelezen hebben.
Welke snode literair-historische vertaalplannen zal IJzer overigens nog meer hebben? Laat ik eens wat vrijblijvende,volstrekt subjectieve Franse suggesties doen:

Peladan – Le vice supreme (1884).
Rachilde – La marquise de Sade (1887)
Villiers de l’Isle Adam – L’Eve future (1886)
Huysmans – En route (1895)
Jean Lorrain – Monsieur de Phocas (1902)
Verhalen van Marcel Schwob
Iwan Gilkin – La nuit. (1897)
J. d’Adelsward-Fersen – Lord Lyllian (1905)
Barrès – Le culte du moi.
Camille Lemmonier – Le fin des bourgeois (1892)
Gautier – Mademoiselle de Maupin (1835)
Petrus Borel – Madame Putiphar (1839), Champavert (1833)
Catulle Mendes – Méphistophelá (1890)
Elemir Bourges – Les crepuscule des dieux (1884)

FacebooktwitterFacebooktwitter

Reacties

(Nog) geen reacties op “Verschenen: Barbey d’Aurevilly – Duivelinnen en demonen

Reageer

Foto van de dag