Het testimonium paupertatis van cultuurpoliticus Ronald Plasterk

Leugens, Lagen en Listen
Binnen een etmaal nadat wij hebben bericht dat de Nederlandse minister van culturele zaken had aangekondigd dat hij een voorstander was van het vrijgeven van het bekendste geschrift van het Mofrikaanse Wangedrocht Adolf Hitler — een onleesbare aaneenschakeling van idiotie door middel van al te veel letters, leestekens en paginacijfers, onder de titel Mein Kampf; in het Nederlands zowel Mijn Kamp, alsook Mijn Strijd —, heeft diezelfde minister laten weten dat hij toch geen voorstander is en niet bereid is het boek in kwestie van de zwarte lijst te verwijderen. Kortom, het was weer het gebruikelijke (partij)politieke geblaat, gegakker, gekakel, gesnoef en gezever in de vorm van leugens en laster, lagen en listen; iets waarin juist politici, overal ter wereld en altijd weer, uitblinken als geen enkele andere beroepsgroep. Daarom nogmaals het dringende advies aan iedereen, die voorstander is van een maatschappij waarin fatsoen en oprechtheid uiteindelijk toch nog weer de overhand zouden kunnen krijgen: laat u nooit in met politici, want dan bent u definitief verloren. U doet er beter aan poffertjes te gaan eten en aan iets positiefs te denken, maar wat ik u in de naam van Noé en Jeanne d’Arc bidden mag: mijdt politici, anders loopt u de kans langdurig manisch depressief te worden, en dat is zo lastig dat u er tot in de achttienhonderdzesde reïncarnatie onder gebukt zou kunnen gaan. Dat is tevens een cirkelgang, die helaas al te zeer negatief-magisch is om nog te kunnen worden doorbroken. Veel politici kunnen echt niet anders meer dan liegen en bedriegen, doordat ze dermate in eigen problematiek zitten opgesloten, dat daarvoor een behandeltijd van minimaal een halve eeuw  zou moeten worden uitgetrokken.

2 gedachten aan “Het testimonium paupertatis van cultuurpoliticus Ronald Plasterk”

  1. ik vind het maar een domme kwestie. gister kwam er natuurlijk meteen iemand in de boekentoko alhier die een vraag had over ‘dat ene boek waar nu zoveel over te doen is’ en hoorde op de radio dat een eerste druk ervan voor 13.000 ofzo verkocht was. ‘zoveel geven wij er niet voor hoor mijnheer. tot ziens’. domme burgers.

  2. Ruim veertig jaar geleden, toen ik mijn eerste schreden op het pad van het boekenvak heb gezet, kwamen er in ‘mijn eerste jaar’ relatief veel, meestal semi-fluisterend gestelde, vragen naar dat bewuste boek en of ik het ook te koop had. En die vraag breidde zich over alle tweedehands boekwinkels van Groningen heel snel als een olievlek uit, met het gevolg dat ook enkele journalisten zich voor het thema gingen interesseren, en vervolgens een inventarisatie van dat gebeuren hebben gegeven.
    Eén boekhandelaar in deze Stad gaf te kennen dat hij het ‘onder de toonbank’ wel eens had, en ik wist ook dat hij er dan flink veel voor kon vangen. Nu was de man kort na de oorlog bij verstek tot levenslang veroordeeld – toen-ie weer was opgedoken, is dat vonnis omgezet in een zeer korte straf – omdat hij bij de strijd om Arnhem nog flink uit de band was gesprongen met een of ander schietgeweertje. Hij liet dan ook later geen gelegenheid voorbij gaan om te vertellen hoe goed het tijdens de nazi-periode was geweest. Dat alleen al stond mij zo tegen, dat ik zonder verder nog na te denken, het door hem zo bewonderde boek van Dolfje H. gewoon niet wilde verkopen.
    Om een conglomeraat van redenen ben ik echter al decennia een voorstander, mede en niet in de laatste plaats omdat de inhoud zo’n intens stuk antireclame is voor de abjecte denk- en handelwijze van het nazi-tuig.
    Het verbod was en is – en blijft kennerlijk nog wel even – een symbool, en dat is, gelet op artikel 7 van onze Grondwet, al meer dan een halve eeuw scandaleus. Dat boek is waarlijk zo’n extreem wangedrocht dat de inhoud ervan simpelweg geen schade kan aanrichten, in tegenstelling tot bepaalde politici, niet alleen in het nieuwe Mofrika waar een, met mentale mond- en klauwzeer behepte, minister het Vierde Rijk voorbereidt, maar eveneens in eigen land waar zich, bijna iedere dag opnieuw, veelal dezelfde, volksvertegenwoordigers als extreem destructief profileren.
    Extreem stupide politici, en hun slechte voorbeelden zorgen in ijltempo voor heel veel, zeer slechte navolging.

Laat een antwoord achter aan Heinz Wallisch Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.