John Masefields befaamde Sea Fever en ander werk

SEA FEVERJohn Masefield in de periode dat zijn eerste gedichten in druk waren verschenen

I MUST go down to the seas again, to the lonely sea and the sky,
And all I ask is a tall ship and a star to steer her by;
And the wheel’s kick and the wind’s song and the white sails shaking,
And a gray mist on the sea’s face, and a grey dawn breaking,

I must go down to the seas again, for the call of the running tide
Is a wild call and clear call tat may not be denied;
And all I ask is a windy day with the white clouds flying
And the flung spray and the blown spume, and the seagulls crying.

I must go down to the seas again, to the vagrant gypsy life,
To the gull’s way and the whale’s way where the wind ’s like a whetted knife;
And all I ask is a merry byarn from a laughing fellow-rover,
And quiet sleep and a sweet dream when the long trick’s over.

Uit: Salt-Water Ballads [1902], opgenomen in de editie
Collected Poems, voor het eerst in 1923 verschenen.

*****

Leeshonger stillen
Hoewel hij enkele idyllsche kinderjaren heeft beleefd, die zijn latere poëzie ten sterkste zouden ‘inkleuren’, werd John Edward Masefield, die in 1878 was geboren, op zijn zesde wees doordat zijn moeder overleed. Hij werd daarna verder Het zeilschip Gilcruix, een White Star ship, waarop John Masefield zijn leertijd doorbrachtopgevoed door verwanten, bezocht de King’s School in Warwick en werd vanaf zijn dertiende jaar opgeleid voor de koopvaardij. Dat gebeurde op een trainingsschip in de rivier Mersey. Tijdens zijn eerste grote zeereis, naar Chili, leed hij aan acute zeeziekte en stortte als gevolg daarvan in, en werd naar huis gestuurd. Zestien jaar oud monsterde hij echter opnieuw aan, om de Atlantische Oceaan over te steken, maar op zijn zeventiende hield hij het werken aan boord voor gezien en werd hij zwerver in Amerika. Daar nam hij alle baantjes aan die hij kon vinden, in een bakkerij, in een stalhouderij en in een vloerkledenfabriek in Yonkers, New York. Vooral dat laatste bracht zeer lange werkdagen met zich mee. Al voor zijn achttiende verdiende hij de kost als barkeeper te Greenwich Village. Maar hij werd een boekenverslinder — zo’n twintig per week — en daarbij kwam hij in aanraking met het werk van Geoffrey Chaucer, en raakte hij vastbesloten zelf ook dichter te worden, en begon hij met het schrijven van verzen.De vloerkledenfabriek in Yonkers, waar John Masefield in 1895 lange uren heeft gemaakt
Toen hij nog geen tien jaar was, had hij voor het eerst een gedicht — over een paard — aan het papier durven toevertrouwen, maar dat was toen al lang niet meer zijn eerste poëzie. Jaren tevoren was hij reeds begonnen met het creëren van gedichtjes, maar die had hij alle in gedachten gemaakt en daar waren ze gebleven.
Diverse tijdschriften accepteerden nu zijn gedichten voor publicatie, en in 1898 werd hij door de redactie van de Manchester Guardian geëngageerd en daar heeft hij de nieuwe rubriek Miscellany geinitieerd.

*****

SORROW OF MYDATH

Weary the cry of the wind is, weary the sea, [*]
Weary the heart and the mind and the body of me.
Would I were out of it, done with it, would I could be
A white gull crying along the desolate sands!

Outcast, derilict soul in a body accurat,
Standing drenched with the spindrift, standing athirst,
For the cool green waves of death to arise and burst
In a tide of quiet for me on the desolate sands.

Would that the waves and the long white hair of the spray
Would gather in splendid terror and blot me away
To the sunless place of the wrecks where the waters away
Gently, dreamily, quietly over desolate sands!

Uit: Salt-Water Ballads [1902]

*****

Zeekoorts
In 1945 is er een Nederlandse uitgave verschenen van dertig gedichten van John Masefield, vertaald door Max Schuchardt (1920-2005), onder de titel Zeekoorts, met illustraties van Nan Platvoet, die ook het uiterlijk en binnenwerk van het boek heeft verzorgd. Het geheel werd in een oplage van duizend exemplaren uitgegeven door de Commanditaire Vennootschap v/h C. de Boer Jr. te Amsterdam. Vijftig daarvan werden genummerd en door de vertaler gesigneerd. De bundel is opgedragen aan de Nederlandse ‘zee-auteur’ Anthony van Kampen (1911-1991).

[*] Max Schuchart heeft de eerste vier regels van Smart van Mydath als volgt vertaald:

Moe is de roep van den wind en moe ook de zee.
Moe zijn mijn hart en mijn lichaam en moe ook mijn geest,
‘k Wou dat ik zijn kon, ontslagen, verlost van mijn wee.
Een witte meeuw, schreeuwend langs ’t eenzame strand.

*****

PERSONALTitelpagina van de bundel 'Salt-Water Ballads' (1902)

TRAMPING at night in the cold and wet, I passed the lighted inn,
And an old tune, a sweet tune, was being played within.
It was full of the laugh of the leaves and the song the wind sings;
It brought the tears and the choked throat, and a catch to the heart-strings.

And it brought a bitter thought of the days that now were dead to me,
The merry days in the old home before I went to sea—
Days that were dead to me indeed. I bowed my head to the rain.
And I passed by the lighted inn to the lonely roads again.

Uit: Salt-Water Ballads [1902]

*****
Ervaringen verwerken
In de vroege lyriek van John Masefield zijn de ervaringen van zijn omzwervingen terug te vinden, de voorkeur voor Chaucer — die toch als vader van de Engelse poëzie geldt — vindt zijn gevolgen echter in het verhalend proza. In zijn gedichten vinden we een bijzondere combinatie van schoonheid en grofheid. Hij sprak de taal van de gewone man. Masefield liet daarmee zien dat hij zich had afgewend van de vriendelijke dichtvorm, die kool en geit spaart, en zich profileert als de poëet die terug wil naar de directheid van de libertijn, van een zeeman die schilder wilde zijn. Spirituele exaltatie, gelijk opgaand met een vorm van lichamelijk geweld.
Dat laatste is vooral te vinden The Everlasting Mercy uit 1911, waarmee de critici werden verbijsterd, geshockeerd, verontwaardigd en ten slotte geheel en al overrompeld. Masefield was inmiddels 33 jaar toen die letteren-sensatie werd gepubliceerd. Voordien had hij al drie bundels met gedichten, twee toneelstukken en aardig wat fictie geschreven, maar daarin trad De Zee op als protagonist. En dat beroemdste van al zijn gedichten Sea Fever heeft nu juist zoveel respons gevonden doordat het een nooit vervulde hunkering beschrijft, die voor zovelen herkenbaar is qua gevoel, ook als het niet over de woelige wateren der zeelieden gaat.

*****

VAGABOND

DUNNO a heap about the what an’ why,
Can’t say ’s I ever knowed.
Heaven to me ’s a fair blue stretch of sky,
Earth ’s jest a dusty road.

Dunno the names o’ things, nor what they are,
Can’t say ’s I ever will.
Dunno about God—He’s jest the nodding star
Atop the windy hill.

Dunno about Life—it’s jest a tramp alone
From wakin’-time to doss
Dunno about Death—it ’s jest a quiet stone
All over-grey wi’ moss.

An’ why I live, an’ why the old world spins,
Are things I never knowed;
My mark ’s the gypsy fires, the lonely inns,
An’ jest the dusty road.

Uit: Salt-Water Ballads [1902]

*****

Verhalende dichtwerken en andere poëziePortret van John Masefield in januari 1912, door William Strang (1859-1921)
Na de publicatie van die eerste bundel met zout-watergedichten wist Masefield zijn positie in de eigentijdse literatuur nog te verstevigen met een opmerkelijke verzameling met korte verhalen en schetsen, die in 1906 werd uitgegeven onder de titel A Mainsail Haul. In die tussenliggende jaren was er echter nog een tweede bundeling van gedichten van zijn hand aan de wereld geopenbaard, de Ballads (1903), opnieuw opgenomen in Ballads and Poems in 1910. Na zijn eerste langere — al eerder genoemde — verhalende gedicht The Everlasting Mercy, eerst verschenen in The English Review in 1911, volgden er nog vele andere. Enkele daarvan spelen in het landelijke gebied waar John Masefield zijn jeugd heeft doorgebracht.

*****

VISION

I HAVE drunken the red wine and flung the dice;
Yet once in the noisy ale-house I have seen and heard
The dear pale lady with the mournful eyes,
And a voice like that of a pure grey cooing bird.

With delicate white hands—white hands that I have kist
(Oh frail white hands!)—she soothed my aching eyes;
And her hair about her in a dim clinging mist,
Like smoke from a golden incense burning in Paradise.

With gentle loving words, like shredded balm and myrrh,
She healed with sweet forgiveness my black bitter sins,
Then pased into the night, and I go seeking her
Down the dark, silent streets, past the warm, lighted inns.

Uit: Salt-Water Ballads [1902]

*****

Enorme literaire productie
De omvang van John Masefields productie is enorm. Hij publiceerde al met al vijftig bundels gedichten, twintig romans, acht toneelstukken en een grote hoeveelheid geschriften in tal van verschillende disciplines. Voor zover het de toneelstukken betreft, is er veel aandacht geweest voor zijn drama in dichtvorm dat de uren voorstelt waarin de Spaanse koning Philips II wacht op de uitslag van de zeeslag met zijn Onoverwinnelijke Vloot (de Armada), welke hij in het voorjaar van 1588Eenmalig exemplaar van de Collected Poems, uitgegeven in augustus 1929 als onveranderde herdruk van de eerste editie van 1923 tegen Engeland had ingezet. En tijdens dat wachten wordt hij in een visioen bezocht door de geesten van overledenen — onder wie Don Juan — die door zijn toedoen uit het aardse leven zijn weggerukt, om te komen getuigen tegen hem en zijn levenswerk. Philip The King (1914) is opgenomen in een separate bundel samen met Other Poems, en later eveneens in de Collected Poems.
Deze verschenen in 1923 en werden in enorme aantallen verkocht, hetgeen eveneens geldt voor diverse romans, die inmiddels, zo’n acht decennia na verschijnen, vrijwel geheel vergeten zijn, evenals zijn kinderliteratuur.
Toen John Masefield 52 jaar oud was, werd hij — als gevolg van het overlijden van Robert Bridges (1844-1930) — benoemd tot poet laureate, hofdichter. Vijf jaar daarna kreegt hij de Order of Merit. Hij bleef tot het einde van dat decennium in hoog tempo nieuwe verzen schrijven en twee romans. In 1952 verscheen het autobiografische boek So Long to Learn, veertien jaar later gevolgd door Grace before Ploughing. Hierin biedt hij de lezer nog een fragment van zijn eigen, leven: de eerste periode, tot aan de dood van zijn moeder, toen hij zes was. John Masefield is, ondanks het feit dat enkele van zijn werken van blijvende betekenis zijn gebleken, niet opgenomen in het nieuwe driedelige Lexicon Weltliteratur van Metzler.

Wartime Edtion
In de jaren van de Tweede Wereldoorlog ontstond er een speciale reeks van mini-boekjes in oblongvorm van 14 cm breedte en 9,5 cm hoogte, met een omvang van, die speciaal waren bedoeld voor Amerikaanse dienstplichtigen overzee [1], en die waren gecreëerd zonder winstoogmerk. Op de binnenzijde van de omslag stond:
Armed Services Edition — THIS BOOK is published by Editions for the Armed Services, Inc., a non-proft organization by the Council on Books in Wartime, which is made up of American Publishers of General (Trade) books, librarians and booksellers. It is intended for exclusive distribution to members of the American Armed Forces and is not to be resold or made available to civilians. In this way the best books of the present and the past are supplied to members of our ArmedSpeciale Armed Forces Edition van de 'Selected Poems of John Masefield', uitgegeven ten tijde van de Tweede Wereldoorlog Forces in small, convenient, and economical form. New titles will be issued regularly. A list of the current grop will be found on the inside back cover.
En daar staan dan veertig zeer gevarieerde titels, uiteenlopend van Verhalen van William Faulkner, de befaamde Dracula van Bram Stoker, wild westboeken van Zane Grey en Clarence Mulford, detectives, humoristische literatuur, de Baedeker van de New Yorker, nog wat romans en enkele populair-wetenschappelijke uitgaven. Al voordien waren er edities uitgekomen met gedichten van de inmiddels klassieke Amerikaanse auteurs Walt Whitman (1819-1892) en Edtna St. Vincent Millay (1892-1950) . De boekjes werden gedistrbueerd voor de “Armed Forces by the Special Services Division A.S.F. for the Army, and by the Bureau of Naval personnel for the Navy.” Het was en bleef U.S. Property: Not for sale. (In het begin van de jaren zestig verkocht ik ze tussen de Engelse pockets voor 49 cent per stuk.)

*****

[1] In Nederland hebben we een soortgelijke, niet alleen voor militairen bedoelde, en minder omvangrijke reeks gekend vóór en ten tijde van de politionele acties in Indië, de zogenaamde Zwaluw-reeks op dundruk papier, op een formaat van 9,7 cm breed en 15 cm hoog, uitgegeven door N.V. Uitgeverij Keizerskroon te Amsterdam — in 1948. Daarin verschenen Onstuimge Verhalen van Godfried Bomans, de dichtbundel Tempel en Kruis van Hendrik Marsman, 2 deeltjes Avonturiers, respectievelijk Avonturiers ter zee, van Arthur van Schendel, een bundel met puzzels, en ook nog wat stichtelijks. Het tiende deeltje was van Leonard de Vries en droeg de titel Triomfen der techniek. De omvang van de reeks is zeer beperkt gebleven: totaal tien deeltjes, vanzelfsprekend mede als gevolg van de kortere duur van de monsterlijkheden aldaar dan de eraan voorafgegane vijf jaar durende oorlog. Opvallend was de achterzijde van het boekje: de omslag kon meteen als envelop fungeren, en er was een voorgedrukte ruimte voor het adres. En het boekje was ook al gekenmerkt als drukwerk; op de plek voor de postzegel stond: Indië 2 ct. Overig buitenland 4 ct. Verder was er vermeld: Niet bestemd voor Nederland en Belgie; Verzending via de boekhandel. Het Motto aan de binnenzijde van de omslag luidde: De Zwaluwen leggen een band . . . . . Tussen u en Nederland. En als verklaring voor het bestaan van de reeks werd gesteld: De Zwaluw-editie is bedoeld voor Nederlanders buiten de grenzen en verder voor een ieder, waar ook ter wereld, die contact met de Nederlandse cultuur op prijs stelt. — Namaak verboden.
Voor het geheel van de tien deeltjes bestond een kleine schuifcassette, die ik veertig jaar later pas ontdekte in de nalatenschap van mijn eerste uitgever.

Afbeeldingen
John Masefield met notitiemateriaal in zijn handen, op latere leeftijd. In die periode schreef hij zeer veel buitenshuis 1. John Masefield in de periode dat zijn eerste gedichten in druk waren verschenen.
2. Het zeilschip Gilcruix, een White Star ship, waarop John Masefield zijn leertijd doorbracht, toen dit van Cardiff naar Iquique — rond Kaap Hoorn — voer in 1894.
3. De vloerkledenfabriek in Yonkers, waar John Masefield in 1895 lange uren heeft gemaakt.
4. Titelpagina van de bundel Salt-Water Ballads (1902).
5. Portret van John Masefield in januari 1912, door William Strang (1859-1921).
6. Eenmalig exemplaar van de Collected Poems, die zijn uitgegeven in augustus 1929 — als onveranderde herdruk van de eerste editie van 1923. De rode band is niet de originele van de uitgever.
7. Speciale Armed Forces Edition van de Selected Poems of John Masefield, uitgegeven ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
8. John Masefield met notitiemateriaal in zijn handen, op latere leeftijd. In die periode schreef hij zeer veel buitenshuis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.