Kanttekeningen bij de inmiddels begonnen Salzburger Festspiele 2009

Voorafgaand aan de voorstellingen tijdens de Salzburger Festspiele is de vraagstelling rondom tijd-getrouwe uitvoeringen van klassieke drama’s weer eens aan de orde gekomen; deze keer heeft ster-auteur Daniel Kehlmann scherpe kritiek geuit op het (onder meer) Duitstalige regietheater vanwege de eigenzinnige aanpak. […]

Hofmannsthals Jedermann
Vandaag wordt op de plek vóór de Dom van Salzburg, die dan als openluchttheater dienst doet [1] — zoals inmiddels bijna een eeuw lang ieder jaar opnieuw het geval is — het stuk Jedermann uit 1911 [2] van Hugo von Hofmannsthal (1874-1929) opgevoerd. Dat is dan de negentigste achtereenvolgende keer sedert de eerste opvoering in 1920 tijdens dat festival, waarvan Hugo von Hofmanntshal, evenals de fameuze regisseur Max Reinhardt in genoemd jaar één der oprichters is geweest.
Tijdens de Salzburger Festspiele 2009 tekent Christian Stückl (* 1961) voor de regie, de decors en kostuums komen voor rekening van Marlene Poley (*1964); Markus Zwink componeerde de muziek, die zal worden uitgevoerd door Ars Antiqua Austria onder leiding van Gunar Letzbor, en als dvd verkrijgbaar zal zijn. Het spektakel was — zoals diverse andere van de 200 uitvoeringen die tussen 25 juli en 30 augustus de revue zullen passeren — reeds ruimschoots van tevoren uitverkocht. Dat geldt overigens in iets mindere mate dan voorgaande jaren. De festivaldirecteur wijt deze inkrimping van zo’n vijf procent toch aan de gevolgen vn de financieel-economische crisis die allerwegen doorwerkt.
De rol van de Dood zal dit jaar worden vertolkt door Ben Becker. Als bij tijd en wijle zeer extravert emotionele acteur zou hij zelfs meer dan de gebruikelijke kennis en kundigheid in zijn acteerbagage moeten hebben, aangezien hij een tijd geleden in diverse kranten werd geafficheerd als  “dood in huis aangetroffen”. Dat hij echter ‘slechts’ schijndood was en tot op de huidige dag verder leeft en speelt, is weliswaar een bijzonder prettige manier om de sensatiepers te logenstraffen, aan de andere kant blijkt het gebeuren niet langs Ben Becker te zijn heengegaan.
Uit de beschikbare persfoto’s van de Salzburger Festspiele blijkt dat het min of meer om  een kostuumdrama gaat, waarin zowel elementen van de tijd der abele spelen herkenbaar zijn, alsook die welke in de tijd van Hofmannsthal op de planken voorkwamen.

Traditionele ensceneringen
Precies dat thema van de uitmonstering en de eventuele aanpassingen van klassieke stukken — in alle denkbare opzichten vertaald naar nu of verplaatst naar een door de regie gewenste periode — is momenteel weer eens een heet hangijzer. De laatste halve eeuw is het veelvuldig onderwerp van discussie geweest, en niet alleen met betrekking tot het klassieke drama dat menigeen zich voorstelt als toneel bij uitstek, maar eveneens in de wereld van de hedendaagse operagezelschappen. Wij hebben in deze kolommen ook ons steentje aan die discussie bijgedragen; voor het laatst is dat op 23 mei van dit jaar geweest, met betrekking tot een uitvoering van Giuseppe Verdi’s muziekdrama Falstaff door Opera Zuid.
Dat kostuumdrama met zoveel mogelijk authentieke elementen erg populair is, bewijzen de vele verfilmingen in afleveringen van klassieke romans van Jane Austen, Emily Brontë, Charles Dickens, Wiliam Makepeace Thackeray en anderen, en dat het daarbij erop aankomt dat alles zo getrouw mogelijk wordt voorgesteld is een eerste vereiste — dus geen document met een CDA-lidmaatschap laten slingeren waardoor deze in beeld komt, of een FNV-speldje in de revers van een der medespelenden dat dan eenzelfde lot zal zijn beschoren, zoals in William Wylers speelfilm Ben Hur, van nu toch alweer een halve eeuw geleden, een van de acteurs tijdens de wagenrennen een twintigste eeuws armbandhorloge bleek te dragen.
Daniel Kehlmann (*1975), succesvol auteur van literair hoogwaardige bestsellers, heeft gisteren — zo meldt de elektronische uitgave van de Frankfurter Rundschau van heden — de voorvechters van traditionele ensceneringen in bescherming genomen door een frontale aanval te openen op al degenen, die voorstander zijn van eigentijdse interpretaties qua kostuums en decors van de werken der klassieken.
Toegegeven, in mijn puberteit had ik ook moeite met Hamlet in een moderne sportwagen en gekleed in een tennispak, doch zo geleidelijk aan is mijn primaire conservatisme ietwat genuanceerder geraakt en heb ik intussen een geheel ander standpunt dienaangaande: waarom zou men als regisseur niet het ene kunnen doen zonder het andere te laten, of — als men zelf niet meer aan de traditie wil meedoen — waardering ventileren, in woord en geschrift, voor al het andere dat kwaliteit heeft, en niet — zoals Kehlmann impliceert — de indruk willen wekken dat elke regisseur die Bühnenstücke van Friedrich Schiller (1759-1805) in een ‘ouderwetse’ vorm voor het voetlicht brengt, bij voorbaat als reactionair dient te gelden.
De Oostenrijkse Bundespräsident, Heinz Fischer, had in zijn toespraak voorafgaande aan de door hem officieel te openen Salzburger Festspiele nog gewezen op de status van de kunst in het kader van de Europese Eenwording. Hij herinnerde eraan dat Hugo von Hofmannsthal tijdens de oprichting van deze Festspiele geweten heeft dat het geloof aan Europa door een artistiek scheppingsproces kan worden versterkt. Dat is zo en het zij zo, maar het begrip “künstlerisches Schaffen” mag men evenmin per definitie ontzeggen aan eigentijdse interpretaties of een moderne uitrusting van klassieke stukken. Dat is niet alleen heel erg hemelsbreed gedacht, zonder eens te zien wat er zich werkelijk op zijpaden afspeelt, maar vooral boven en buiten de materie, niet er middenin.
Kehlmann liet geen spaan heel van de deels overjarige avantgardisten van anno ooit. En zijdelings werd, niet ten onrechte uitgehaald naar het fenomeen sport waarop controversiële discussies zich nog slechts zouden richten. En: in tijden dat niemand meer Karl Marx zou lezen, en juist de sport het centrum van de huidige aandacht opeiste, zou het regietheater zijn “gedegenereerd” tot de laatste nog overgebleven inkrimpende linkse ideologie. En zo zouden tal van zwaar gesubsidieerde absurditeiten het resultaat zijn van een ooit gesmede alliantie: de verbintenis van kitsch en avantgarde.
Hoewel niet alles wat Kehlmann daarmee wil zeggen direct naar de vuilstort moet worden vervoerd, zij erop gewezen dat juist werken van Karl Marx sedert kort nu weer wel tot de veelgelezen literatuur zijn gaan behoren. En menigeen zal het geheel van de hierbij afgedrukte foto van juist de auteur Daniel Kehlmann, zittend in een eigentijds automobiel als kitschig en wellicht zelfs absurd ervaren.
Vandaar dat we niet schromen — wij, die zelf bij tijd en wijle zeer geprononceerd uit onze uithoek te voorschijn kunnen schieten en onze veelal afwijkende opvattingen in dit forum voor het voetlicht brengen en een andere keer op andere wijze geregisseerd ten tonele voeren — om meer van het hedendaagse theater te eisen dan alleen regisseurs en romanauteurs die klassieke kunst binnen een keurslijf wensen te houden. Want een keurslijf wordt het indien men niet anders meer kan dan slechts één mogelijkheid voor alles zaligmakend te verklaren en dienovereenkomstig gerealiseerd te willen zien.
Daniel Kehlmann heeft met zijn beide laatste romans de aandacht van de kritiek en tevens van hele volksstammen literatuurliefhebbers op zich weten te vestigen, en dat is geheel in overeenstemming met de bedoeling en de waarde van goede literatuur. Zijn voorlaatste roman draagt de titel Die Vermessung der Welt en is in het Nederlands vertaald en ook in onze contreien met veel respect en enthousiasme ontvangen. De “Vermessung der Theaterwelt” mag echter geenszins beperkt blijven tot, hopelijk vruchtbare, discussies in  Salzburg en ver daarbuiten, doch dat zal met hier en daar flink wat flexibelere meetapparatuur dienen te geschieden.
Een schrijver van voortreffelijke literatuur kan mij niet wijsmaken dat ook hij niet de voorkeur zou geven aan een  eigentijdse uitvoering van een theaterstuk of muziekdrama met een klassieke voortreffelijkheid, boven een voorstelling met in de juiste kledij gestoken acteurs binnen de juiste decors, maar zodanig gespeeld dat er slechts sprake kan zijn van een nietszeggend decorum. Of, om het in de taal van Kehlmann en de Salzburgers te zeggen: peinliches Schmierentheater.
Also: das alles mit dem benötigten Augenmaß — ich darf doch sehr bitten.
__________

Lees ook:  Hugo von Hofmannsthal — Weltgeheimnis

[1] Indien de weersomstandigheden een openluchtvoorstelling niet toelaten, zal deze worden verplaatst naar het Große Festspielhaus.

[2] Jedermann werd op 1 december 1911 in Zirkus Schumann te Berlijn voor het eerst opgevoerd, onder regie van Max Reinhardt (1873-1943), met decors van de Roemeens-Duitse beeldend kunstenaar Ernst Stern (1876-1954).
In het Nederlands is het oorspronkelijke, door Hofmannstahl ‘erneuerte’ abele spel genaamd (Den Spyeghel der Salicheyt van) Elckerlijc. (Een iegelijk, noemen wij in dit elektronische tijdschrift zulks ook wel eens.)
__________

Hugo von Hofmannsthal: Jedermann — Das Spiel vom Sterben des reichen Mannes. Berlin 1911. Herausgegeben von Joseph Kiermeier-Debre. Text originalgetreu nach der Ausgabe von 1911 in der Bibliothek der Erstausgaben vom Deutschen Taschenbuch Verlag, München, März 2004.
140 pag., paperback, BdE 2656, ISBN 978-3-423-02656-1, € 5,—.
____________
Afbeeldingen

1. Ben Becker op de Salzburger Hügel. Foto: © Kerstin Joensson.
2. Peter Simonischek als Jedermann en Ben Becker als Tod tijdens de repetities van Hofmannsthals Jedermann voor de uitvoering op 26 juli vanaf 16:30 op de Domplatz in Salzburg.
3. Ster-auteur Daniel Kehlmann.
4. De Oostenrijkse Bundespräsident Heinz Fischer.
5. Afbeelding op het stofomslag van Daniel Kehlmanns voorlaatste roman.
6. Speciaal voor degenen die menen dat Karl Marx een vergeten grootheid is en daarom niet meer wordt gelezen, wijzen we hier op een Lesebuch met teksten van die Duitse filosoof en econoom. Hij staat voorop in een eigentijdse interpretatie van zijn verschijning.
7. Voorzijde van de dtv-paperback in de reeks Bibliothek der Erstauasgaben van Jedermann door Hugo von Hofmannsthal (Berlin 1911).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.