Morfinisten

Afbeelding van geschiedenis.nlAan het begin van de negentiende eeuw slaagde men erin de werkzame stof morfine uit opium te winnen. Die bleek een wonderbaarlijk sterk pijnstillende werking te hebben en behoorde daardoor al snel tot de standaarduitrusting van een arts.
Er kleeft één groot nadeel aan opium: het is zeer verslavend. In eerste instantie had men weinig oog voor dit aspect. Drugsgebruik en -verslaving raakten pas vanaf 1870 in opspraak, althans in Amerika en Groot-Brittannië.
De morfinisten, zoals morfineverslaafden werden genoemd, waren de harddrugsverslaafden van het fin de siècle. Geleidelijk werden drugs steeds vaker bestempeld als een sociaal probleem. Niet alleen artsen hielden zich bezig met het morfinisme; al snel dook het onderwerp op in kranten, opiniebladen en romans.

Terwijl in een aantal westerse landen, zoals Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, er inmiddels behoorlijk wat onderzoek is verricht naar de culturele beeldvorming over drugsverslaving, is dit fenomeen in Nederland nog nauwelijks onderzocht.
Op de site geschiedenis.nl geeft Priscilla Brandon in haar artikel ‘Ziekte of schuldig’ een eerste aanzet tot de verkenning van dit onbekende terrein in de Nederlandse cultuurgeschiedenis. De auteur heeft zich geconcentreerd op de beeldvorming over morfinisten in Nederland tijdens de periode 1880-1935. In historisch perspectief stelt de auteur de centrale vraag in de discussie rondom drugsverslaving: is een verslaafde zelf verantwoordelijk voor zijn verslaving?

5 gedachten aan “Morfinisten”

  1. Literair-historische voetnoot: in de Nederlandse letteren van rond 1900 voor zover ik weet geen recreatieve drugsgebruikers zeg ik uit mijn hoofd. In datzelfde hoofd weet ik dat in Johan Broedelets roman ‘Hofstad’ (1909) een vrouwelijk personage [lesbisch] voor haar genoegen drugs neemt en Eduard Veterman ‘De hoornen van de maan’ (ca. 1924) wordt recreatief drugs ebruikt.

  2. Wat weer een taal- en letterkundige warboel.
    Alleen maar haastwerk, slordigheid en totale ongeïnteresseerdheid van degene die het neerkalkt. Als de basis voor het (kunnen) schrijven ontbreekt, laat het dan toch achterwege. Houd hagepreken of zoiets, want daar is spreektaal eventueel eerder aanvaardbaar.
    De taal is hier niet gansch een volk, niet gansch een conglomeraat van de tot een elektronisch tijdschrift behorende groep van scribenten, met – heel graag – veel onderscheid, en zelfs niet gansch één pennenlikker, respectievelijk toetsentikker.

    Zoiets als de bovenstaande Reactie hoort niet in een cultureel (web)magazine thuis: een zin zonder gezegde en één zonder benodigd voorzetsel vormen geen geheel, doch zijn niet meer dan een onsamenhangend conglomeraat van losse woorden.
    En drugs is een meervoud, al menen inmiddels hele volksstammen binnen de boven aangeduide gansch-heid dat woorden als drugs en media inmiddels tot singularis zijn gedegradeerd.

    Als iemand in geschrifte de grammatica van zijn eigen taal niet beheerst, moet ik het hier dan nog over syntaxis, ortografie en interpunctie hebben? Het begrip stilistiek is in deze context dan al helemaal niet meer dan een pijnlijke vloek.

  3. “totale ongeïnteresseerdheid ” Ja, uiteraard, dat ben ik volstrekt ongeinteresseerd, vandaar dat ik dit soort dingen uit mijn hoofd weet, al razend over de virtuele snelweg. Ik beheers de Nederlandse taal overigens prima. Zie bijv. mijn bibliografie. toedeloeties!

  4. Totale ongeïnteresseerdheid slaat op de wijze waarop je met de taal omgaat in de context van dit medium.. De mededeling dat je de taal prima beheerst, maakt – vooropgesteld dat deze in overeenstemming met de werkelijkheid is – de zaak alleen maar erger, doch zelfs dat begrijp je niet. En precies dat bewijst mijn stelling van ongeïnteresseerdheid. Volstrekt schaamteloos!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.