// artikel

Buitenlandse literatuur

Engelse fin de siècle gedichten in tweetalige, fraai uitgegeven bundel

Poëzie uit vier eeuwen
In de lente van 2007 hebben we in dit elektronische tijdschrift vier gedichten van Gerald Manley Hopkins (1844-1889) gepubliceerd. In november kwam er een  reactie van Cornelis W. Schoneveld, die ons wees op zijn verleden jaar verschenen, tweetalige bundel met honderd gedichten uit de zestiende tot en met de negentiende eeuw: in principe vierhonderd jaar, maar in de praktijk van het boek in kwestie — de data van ontstaan van de opgenomen gedichten — is dat tussen ongeveer 1520 en 1890. Aangezien er in die tijd heel veel hoogwaardige poëzie is geschreven en ook uitgegeven, zal het niet gemakkelijk geweest zijn een keuze te moeten maken in plaats van zoveel mogelijk te vertalen en te publiceren, maar ook uitgevers en Vadertje Tijd stellen — elk binnen de eigen wetmatigheden — hun eisen.

Beperkingen
Aangezien we ons op deze site beperken tot de cultuur — en daarbij behorend(e) ‘goed'(eren), komen er van de honderd in Schonevelds bundel opgenomen gedichten in eerste instantie slechts tien in aanmerking. Doch . . . tien goede gedichten — aangevuld met de daaraan verbonden vertalingen, waardoor immers twintig gedichten het resultaat zijn — kunnen, binnen een gegeven kader, al heel wat zijn, en tevens veel betekenen.
Naast de tien volbloed uitingen van fin de siècle-poëzie komen we ook nog enkele ‘twijfelgevallen’ tegen, die eveneens onderhevig zijn aan de wetten van de kalender. Zo ligt het, qua tijd, voor de hand dat er op uw — en onze — site niet van en over Emily Brontë (1818-1848) wordt gepubliceerd, maar wel over Alfred Tennyson (1809-1892), ook al is die negen jaar eerder geboren dan de voornoemde Brontë-zuster. Hier geeft het jaar van overlijden de doorslag. Datzelfde geldt, in het kader van de onderhavige bundeling, voor Robert Browning (1812-1889), diens echtgenote Elisabeth Barrett-Browning (1806-1861), alsmede voor Matthew Arnold (1822-1888).
Andere dichters die in de bundel voorkomen en zonder twijfel behoren tot de periode die door deze elektronische publicatie als min of meer afgebakend gebied van ‘werkzaamheid’ geldt, zijn Christina Rosetti (1830-1894) en haar broer Dante Gabriel (1828-1882), George Meredith (1828-1908), Thomas Hardy (1840-1928), Algernon Charles Swinburne (1837-1909) en Rydyard Kipling (1865-1936). Ook Gerald Manley Hopkins ontbreekt niet.

Een nocturne van de wederzijdse vriend [2]
Zou het velen van u verbazen dat onze keuze voor publicatie van één van die laatste in de bundel afgedrukte gedichten is gevallen op Oscar Wilde (1844-1900)? Dat is geschied mede omdat juist uit diens koker de titel van ons cultuurweblog afkomstig is, en omdat bij hem de titel van de bundel — Bestorm mijn hart — voortreffelijk past, en wel tweeledig: hij is het schoolvoorbeeld van het fenomeen dat tal van harten heeft bestormd — niet alleen van ene Bosie, maar van talrijke anderen van beide sexen en in tal van maatschappelijke geledingen — tot in onze eenentwintigste eeuw toe. Daarnaast heeft hij zijn eigen rikketik laten bestormen, waardoor zijn bloeddruk niet zelden flink zal zijn gestegen, overgevoelig, en voor al dergelijke impulsen toegankelijk, als hij was.

Impression du matin
The Thames nocturne of blue and gold
Changed to a harmony in gray:
A barge with ochre-coloured hay
Dropped from the wharf: and chill and cold

The yellow fog came creeping down
The bridges, till the houses’ walls
Seemed changed to shadows, and St. Paul’s
Loomed like a bubble o’er the town

Then suddenly arose the clang
Of waking life; the streets were stirred
With country wagons; and a bird
Flew to the glistening rofs and sang.

But one pale woman all alone,
The daylight kissing her wan hair,
Loitered Beneath tha gaslamps’ flare
With lips of flame and heart of stone.

OSCAR WILDE, 1881

*    *    *    *    *

Indruk van de ochtend

De Theems nocturne in blauw en goud
Werd tot een harmonie in grijs;
Een hooibark stak van wal op reis,
Oker van kleur: en kil en koud

Zocht van de bruggen af zijn pad
De gele mist, tot overal
Steen slechts een schim leek, en als ’n bal
St. Paul’s hoog oprees uit de stad.

Wat dan ineens veel drukte bood
Was ’t opstaan; ’n koetsenrij bewoog
Zich voort door elke straat; er vloog
Een vogel ’t glansdak op en floot.

Maar ’n bleke vrouw geheel alleen,
Een dagglimp op haar vaal gezicht,
Liep talmend voort bij ’t gaslamplicht,
De lip in vlam en ’t hart van steen. [2]

Prachtige bundel
Hoewel het niet onze taak is om suggesties te doen aangaande geschenken, is het wellicht niet verkeerd om u even te wijzen op het feit dat dit fraai uitgegeven boek, gebonden en wel en grafisch uitmuntend verzorgd, relatief weinig kost, en dat in een tijd dat nieuw verschenen boeken niet meer behoren tot de categorie cultuurgoed dat voor een appel en een ei kan worden aangeschaft. In dat licht en in het besef dat de auteur van de Nederlandse vertalingen niet alleen maar honderd gedichten heeft hoeven over te zetten naar onze taal, maar dat hij voordien monnikenwerk heeft moeten verrichten — aangezien hij niet op basis van het negeren van auteurs tot de kwalificatie De beste Engelse gedichten uit die vier eeuwen heeft mogen besluiten —, is het een bijzondere prestatie op tal van fronten. Maar we hebben gelezen dat de Engelse taal en letteren gedurende geruime tijd het vak bij uitstek in het leven van Cornelis Schoneveld waren, en uit de wijze waarop hij al die dichters in hun waarde heeft gelaten zonder zich over te geven aan al te letterlijke vertalingen die meer dan alleen het metrum had kunnen verstoren, valt af te lezen over welk een groot gevoel voor in ieder geval de beide talen in kwestie en voor poëzie de man beschikt. Vandaar dat we niet alleen met een gerust hart en volle overtuiging dit boek in uw belangstelling aanbevelen, maar dat we er tevens zeker van zijn dat dit voor menigeen, die eventueel al die gedichten in hun oorspronkelijke versie kent, nog aardige teksten op ontdekking liggen te wachten, die als Engelse literatuur van oorsprong, onze Nederlandse letteren met dit boek hebben kunnen verrijken. Misschien kan de uitgever over enige tijd eens bezien of het de moeite en de kosten zou kunnen lonen om een tweede bundel te realiseren: diezelfde auteurs en nog andere hebben nog voldoende dat het bestuderen waard is, alsook de moeite van het bekijken, waardoor de auteur van de Nederlandse tekst, al boetserend in grammatica en syntaxis en penselend met sitilistiek en interpuncties, een tweede aanvaardbare product van nieuwe poëzie zou kunnen creëren. Want van dat proces hangt het af of succes zou kunnen zijn verzekerd. In deze eerste verzameling is die doelstelling  zeker verwezenlijkt.
__________

[1] ‘Wederzijdse vriend’ is hier bedoeld als dubbele bodem. De roman Our mutual Friend uit 1864-65 van Charles Dickens (1812-1870) heeft de Theems als protagonist. Oscar Wilde was de man die niet alleen het hart van ene Bosie heeft bestormd, maar tevens van zovele anderen: heel direct lijfelijk èn overdrachtelijk tijdens zijn leven, en daarna in overdrachtelijke zin tot in de eenentwintigste eeuw toe dat van zo menig bewonderaar. Anderzijds was hij iemand die het eigen hart ook maar wat graag liet bestormen.

[2] Zowel in de Engelse, alsook in de Nederlandse coupletten dienen steeds de tweede en de derde regel in te springen. Op geen van mijn eigen sites en evenmin op deze van Rond1900.nl beschik ik over de mogelijkheid dat in de praktijk te realiseren.
____________
Afbeeldingen
1. Voorzijde van het stofomslag van de bundel Bestorm mijn hart.
2. Oscar Wilde als leider van the Aestethic Movement (1881).
__________

BESTORM MIJN HART — De beste Engelse gedichten uit de 16e – 19e eeuw. Gekozen en vertaald door Cornelis W. Schoneveld. Tweetalige editie, 296 pagina’s, gebonden met stofomslag. Rainbow Essentials, Uitgeverij Maarten Muntinga bv, Amsterdan 2008. ISBN 978-90-417-4058-8. Prijs € 9,95.

FacebooktwitterFacebooktwitter

Reacties

(Nog) geen reacties op “Engelse fin de siècle gedichten in tweetalige, fraai uitgegeven bundel”

Reageer

Foto van de dag