// artikel

Maatschappij & wetenschap

Waarde ouders! — Een correcte brief anno 1896

Los van het object ‘computer’ zal de geletterde burger van rond 1890 gek hebben opgekeken van ‘twitter’: een boodschap overbrengen in maximaal 140 tekens? Belachelijk! Neen, een goede brief schrijven, dat is de normale manier. En dat is dan weer een vaardigheid die wij tegenwoordig niet meer kennen. Handig bij die verloren kunst zijn de vele brievenboeken van destijds en bij het voeren van mijn dagelijkse correspondentie maak ik dan ook graag gebruik van dat van A.C. Akveld:

Groot brievenboek of Volledig Handboek voor den Nederlandschen Briefstijl inhoudende geene vertaalde maar oorspronkelijke MODELBRIEVEN voor alle mogelijke gevallen en omstandigheden, die in het Maatschappelijk leven kunnen voorkomen, met voorafgaande bepalingen over de geschiktste wijze van samenstelling en inrichting der brieven benevens requesten, allerlei burgerlijke akten en akten, die in de den koophandel voorkomen alsmede Voorschriften bij Geboorte, Huwelijk en Overlijden, modellen voor telegrammen, tarieven voor de telegraaf en het zegel, een uittreksel van de Postwet, benevens Verschillende wets-en ander bepalingen waarvan de kennis voor iedereen onmisbaar is, Iets over Levensverzekering- en Brandwaarborgmaatschappijen, een Lijst der meest voorkomende verkortingen, Namen der maten en gewichten, Nominale (of omloops-)waarde van den Nederlandschen gulden.

De eerste druk verscheen in 1884. Naast mijn laptop heb ik immer liggen de vierde druk, door Servaas de Bruin opnieuw herzien en bijgewerkt, die in 1896 verscheen. Reuze handig. Zo moest ik vorige week aan mijn ouders melden dat ik de door hen uitgestippelde carrière toch niet helemaal zie zitten. Hoe dat nu te verwoorden? Welnu, zie de categorie ‘Brieven rakende het familieleven’, voorbeeldbrief nummer negen:

Over zijne vooruitzichten in de toekomst, en verandering van betrekking.

Waarde ouders!

Reeds sedert lang heb ik mijn hart eens goed lucht aan u willen geven: doch telkens heb ik mij daarvan terug laten houden door, ik weet zelf niet welke, schroomvalligheid. Eindelijk evenwel moet het er toe komen: leest dus dezen brief – dit is mijn dringend verzoek – met uwe gewone welwillendheid ten einde.

Toen ik, nu ongeveer twee jaren geleden, het ….. begon te leeren, geschiedde dat niet alleen om aan uw verlangen te gehoorzamen, maar teevens, omdat ik mij toen overtuigd hield, dat het ’t beste vak was, dat ik kiezen kon, en dat ik, zoo ik er mij op toelegde met hart en ziel, het eenmaal daarin tot eene hoogte zou kunnen brengen. welke een gewoon werkman nooit in staat is om te bereiken. Ik heb mij echter deerlijk in die veronderstelling bedrogen. Ongerekend, dat mijn meester, zooals alle Hollandsche werkbazen, van den ouden stempel, een geslagen vijand is van alles wat hij ‘nieuwigheden’ noemt, en stokstijf vasthoudend aan de manier van werken, zoals hij het in zijn jongen tijd geleerd heeft – zoodat ik nooit op de hoogte zou kunnen komen, waarop dit vak tegenwoordig staat, of althans moest staan – heb ik reeds veelvuldig gelegenheid gehad om mij de overtuiging te verschaffen, dat ook hierin de fabriekmatige wijze van bewerking tegenwoordig de hoofdrol speelt, zoodat een handwerksman al, wat elegant en werkelijk fraai is, niet kan leveren zonder verlies, waaruit vanzelf voortvloeit, dat de eenvoudige ambachtsman zijn tijd gehad heeft.

Op zulke vooruitzichten de toekomst in te gaan – ik laat het aan uwe eigene beslissing over, waarde Ouders! – zou voor het minst onvoorzichtig, zoo niet roekeloos mogen genoemd worden; en ik heb aanhoudend het spreekwoord voor den geest: ‘beter ten halve gekeerd dan ten heele gedwaald.

Mijn dringend verzoek is daarom, uwe toestemming te mogen ontvangen, ten einde aan het vak, dat ik tot nu toe geleerd heb, voorgoed vaarwel te zeggen en een ander vak te kiezen. Het vak van …. zou het meest met mijne wenschen strooken, en ik twijfel niet, of ik zou zeer spoedig gelegenheid hebben, om daarin hier ter stede eene plaats te vinden. Van jaar tot jaar neemt dat vak in uitbreiding en belangrijkheid toe, en voorspelt aan allen, die er zich met een weinigje gezond oordeel en ijver op toeleggen, een goed bestaan. Dat het mij niet aan ijver ontbreekt, daarvan zult gij, hoop ik, overtuigd houden; en nogmaals verzoek ik u dus dringend, waarde Ouders! deze zaak eens ernstig te willen overwegen, en mij te verblijden met een spoedig gunstig antwoord, of – nog liever – mij te vergunnen aan mijnen meester een paar dagen vrijaf te vragen, ten einde zelf uw antwoord te komen vernemen.

Weest intusschen hartelijk gegroet, en gelooft mij steeds met de oprechtste kinderlijke liefde.

Utrecht …. 18…..                                                                         Uw gehoorzamen Zoon

                                                                                                        C. Konijnenfokker.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

(Nog) geen reacties op “ Waarde ouders! — Een correcte brief anno 1896”

Reageer

Foto van de dag