De Franse Nocturne van Stuart Fitzrandolph Merrill

Stuart Merrill. Portret van Félix VallottonAmerika en Frankrijk
Hoewel je het bij het zien van de naam Stuart Merrill niet zou verwachten, gaat het in zijn geval om een Frans dichter. Wel werd hij, als zoon van een diplomaat, op 1 april 1863 geboren in Hampstead op Long Island, in de omgeving van New York. Zijn jeugd heeft hij echter in Parijs doorgebracht en hij heeft aan het befaamde Lycée Condorcet gestudeerd. Hij was daar een volgeling van Stéphane Mallarmé. (1) Eenmaal terug in de VS — waar hij van 1884-1889 verbleef — ging hij aldaar rechten studeren aan het Columbia College, maar dat was geen succesvolle onderneming. Nog tijdens dat verblijf in het verre westen publiceerde hij bij de Parijse uitgever Léon Vanier zijn eerste verzen: Les Gammes (1887).

Drie invloeden zijn bepalend voor de poëzie van Stuart Merrill: de prerafaëlieten, de symbolisten en de Parnassiens. Sociaal gezien was hij een voorstander van broederlijk socialisme, en hij had een intense bewondering voor Walt Whitman (1819-1891). Evenals Mallarmé legde ook Stuart Merrill een sterke seizoensgevoeligheid aan de dag, getuige zijn bundel Petits poèmes d’automne (1895) en Les quatre saisons (1900). Twee andere poëziebundels van zijn hand zijn Les Fastes (1891) en Une voix dans la foule (1909). In 1890 is zijn bundel Pastels en prose uitgekomen, met daarin Engelse vertalingen van Franse auteurs, onder meer van Mallarmé, Baudelaire en Huysmans. Ander proza is verschenen in de bundel Prose et vers uit 1892. Na zijn overlijden te Versailles, op 1 december 1915, is er, onder diezelfde titel, in 1925 nog een keuze uit zijn werk verschenen. Stuart Merrills Poèmes uit 1897 en de bundel over de vier seizoenen (1900) zijn uitgegeven door (La Société du) Mercure de France.
Ten huize van Mallarmé was Suart Merrill in contact gekomen met de wat oudere collega Joris-Karl Huysmans, aan wie het navolgende gedicht is opgedragen.

NOCTURNE

La blème lune allume en la mare qui luit,
Miroir des gloires d’or, un émoi d’incendie.
Tout dort. Seul, à mi-mort, un rossignol de nuit
Module en mal d’amour sa molle mélodie.

Plus ne vibrent les vents en le mystère vert
Des ramures. La lune a tu leurs voix nocturnes:
Mais à travers le deuil du feuillage entr’ouvert
Pleuvent les bleus baisers des astres taciturnes.

La vieille volupté de rêver à la mort
A l’entour de la mare endort l’ame des choses.
A peine la fôret parfois fait-elle effort
Sous le frisson furtif de ses métamorphoses.

Chaque feuille séfface en des brouillards subtils.
Du zénit de l’azur ruiselle la rosée
Dont le cristal s’incruste en perles aux pistils
Des nénufars flottant sur l’eau fleurdelysée.

Rien n’émane du noir, ni vol, ni vent, ni voix,
Sauf lorsqu’au loin des bois, par soudaines saccades,
Un ruisseau turbulent roule sur les gravois:
L’echo s’émeut alors de l’éclat des cascades.

Uit: Les Gammes (1891)

*****

(1) Zie ons uitgebreide artikel over Stéphane Mallarmé, in deze krant geplaatst op dinsdag 6 februari 2007. Daarin hebben we gewezen op de dtv-uitgave met een biografie over Mallarmé; daarin wordt Stuart Merrill, zoals blijkt ten onrechte, opgevoerd als een Ierse lyrisch dichter.
Op 26 februari verscheen onze bijdrage over Debussy’s compositie Prélude à l’après-midi d un faune, op tekst van Mallarmé, en op vrijdag 16 maart hebben we Mallarmé’s Tombeau ter nagedachtenis van de dichter Paul Verlaine opgenomen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.