Peter van Anrooy, dirigent in Groningen (1905-1910)

Podium van de grote concertzaal van De Harmonie in Groningen, omstreeks 1908, met groot koor en symfonieorkest onder leiding van Peter van AnrooyHarmonie-podium in Groningen rond 1900
De foto toont een overvol podium van de Groninger Harmonie-zaal in het begin van de twintigste eeuw. Ongetwijfeld betreft het een generale repetitie voor een groot koorwerk met orkestbegeleiding, dat onder leiding van Peter van Anrooy, die omgedraaid naar de zaal staat, daarna zal worden gegeven. Meer dan eens is gesuggereerd dat het om een uitvoering van Beethovens Negende Symfonie zou gaan, die inderdaad in Van Anrooy’s periode met een door hemzelf bijeengebracht koor en het orkest is uitgevoerd. De aanwezigheid van een harp ― links van het midden, vóór de staande mannen bij de linker podiumingang ― in het orkest maakt die veronderstelling onaannemelijk: er komt in die bewuste symfonie geen harp voor. Ook het orkest in Groningen bestond toen uit, circa 50, uitsluitend mannelijke, musici, geheel in de trend des tijds.
De grote achterwand van dat met een koepel ‘bedekte’ podium is in de tweede helft van de jaren twintig nog voorzien van een groot, vierklaviers orgel met 28 stemmen, geplaatst over de podiumdeuren heen, en de speeltafel kon daar precies tussen. Dat instrument is wel goed te zien op de foto’s die er nadien zijn genomen.

Unieke zaal
Eveneens zichtbaar is de voorste van de drie grote, bronzen luchters aan het plafond; deze hebben, tot aan de sloop van alleen de grote zaal van het gebouw in de jaren zeventig ― een nimmer goed te maken cultuurschandaal, dat enkel op grond van politiek vuile spelletjes en persoonlijk prestige van tal van volstrekt gewetenloze belanghebbenden werd gerealiseerd ― hun taak vervuld. Toen de Russische violist David Oistrach met het Noordelijk Filharmonisch Orkest in Groningen Beethovens Vioolconcert had gespeeld en vernam dat deze prachtige zaal voor afbraak was bestemd, trok hij wit weg. “Das ist Mord!” meende hij. Niet alleen hij, maar tal van andere grootheden uit de internationale muziekwereld hebben zich in die zin geuit en via brieven aan het gemeentebestuur van Groningen hun afschuw over de voorgenomen sloop geuit: Bernard Haitink die er ― weliswaar onder veelvuldig hoofdschudden achter zo menig lessenaar ― in zijn leerperiode heeft gedirigeerd, de Australische zangeres Marilyn Tyler ― die daar de sopraanpartij in de Vierde Symfonie van Mahler had gezongen ―, ook de pianist Hans Richter-Haaser, die elk seizoen met het orkest optrad, en de Hongaarse violist Tibor Varga. Zij allen wezen op de ongelooflijke akoestiek, een enkeling voegde daar aan toe dat het bovendien om historische grond ging waar Gustav Mahler (waarschijnlijk in 1902) en Max Reger nog zelf hadden gedirigeerd.
Bij een terugblik, jaren later, waren de meeste deelnemers onder de tegenstanders van afbraak het er wel over eens: had dit gebouw in de Randstad Holland gestaan of in een wereldstad, dan zou het nooit tot sloop van die unieke zaal gekomen zijn.
In een proefschrift over haar vakgebied biologie, luidde één der algemene stellingen van Han Leutscher-Hazelhof, dat deze vernietiging was gerealiseerd uit overwegingen van politiek prestige.

Tijdelijk monument
Zeer korte tijd heeft het gebouw toen op de monumentenlijst gestaan. De verantwoordelijke minister, Marga Klompé, haalde het er binnen enkele dagen ook weer af. Wilde geruchten deden de ronde: de toenmalige, uiterst drammerige, burgemeester van Groningen zou haar onder druk hebben gezet en haar zelfs uit een ministerraad hebben laten roepen. De toen vaste dirigent van het orkest in Groningen, Charles de Wolff, werd ervan beschuldigd de hand in het spel te hebben onder meer doordat hij een brief aan het toenmalige gemeentebestuur van Groningen had geschreven met het dringende verzoek het nieuw geplande cultuurcentrum, waartegen zoveel weerstand bestond, toch maar te bouwen ― en omdat hij “voortdurend bij mevrouw Klompé op schoot” zou zitten en die toch alles zou doen wat hij vroeg, zou hij de loop der geschiedenis op dit punt mede negatief hebben beïnvloed. Later, in enkele interviews die ik over andere zaken met hem heb gevoerd, heeft De Wolff dit alles nadrukkelijk ontkend.
Niet zo lang geleden heeft de huidige burgemeester van Groningen, Jacques Wallage, zichPeter Gijsbert van Anrooy (1879-1954), dirigent van het orkest te Groningen (1905-1910) ― tijdens de uitreiking van een uitzonderlijke onderscheiding aan de toenmaals belangrijkste initiatiefnemer van de strijd tegen de sloop ― verontschuldigd voor het feit dat men in de gemeente toentertijd (Jacques Wallage was in die periode cultuurwethouder in Groningen) niet had begrepen dat ook akoestiek een monument kon zijn.

Peter van Anrooy ― vijfde dirigent in successie
Toen het volkomen ten rechte als zodanig gekwalificeerde symfonieorkest ― dat sedert november 1862 als zodanig was gevestigd in Groningen, en daarmee tevens het oudste symfonieorkest van Nederland was, en dat in de huidige vorm, na 144 jaar, nog steeds is, zij het met een andere naam, sedert 1991, toen het orkest van Leeuwarden mede in het nieuwe en grotere ensemble is opgegaan: Noord Nederlands Orkest ― na strubbelingen met de dirigent, die per 1 mei 1905 het orkest verliet, weer eens een nieuwe teamleider nodig had, werd per 1 augstus van dat jaar, na een proefspel, de musicus Peter van Anrooy benoemd. Deze was in 1879 te Zaltbommel geboren en had bij zijn komst in Groningen, al relatief veel ervaring opgedaan in Zürich en Glasgow.
Zijn dirigentschap in Groningen zou op enkele punten een mijlpaal worden in de geschiedenis van de sociëteit der Vereeniging De Harmonie en haar orkest. In de daarop volgende vijf jaren zouden er, als direct gevolg van zijn uitdrukkelijke wensen, heel wat veranderingen worden doorgevoerd in de parafernalia van het concertgebeuren in de grote Harmonie-zaal.

Roken verboden
Zo maakte Van Anrooy een einde aan het roken in de zaal tijdens de woensdagse concerten. Ook de bediening aan de tafeltjes (op de foto goed te zien) werd strakker geregeld: deze mocht uitsluitend op woensdagen en dan ook alleen maar meer tussen de muziekstukken. Bij die uiterlijkheden zou het echter niet blijven: er werden meer strijkers in het orkest aangesteld en de programmering werd eveneens aangepast. Dat leverde echter klachten van de zijde van het publiek op, maar daardoor liet Van Anrooy zich in het geheel niet uit het veld slaan. Enige uitzondering vormden de zondagconcerten: dan mocht het programma blijven zoals het lange tijd was geweest.
In diezelfde periode ging Peter van Anrooy er voorts toe over solisten uit te nodigen voor de woensdagconcerten. uit de reactie van de bezoekers, onder meer uit een grotere opkomst, kon worden geconcludeerd dat deze nieuwigheid werd gewaardeerd.

Volksconcerten
Reeds in 1881, tijdens het dirigentschap van Johannes Bekker (1867-1896) was het instituut Volksconcerten in het leven geroepen. Deze uitvoeringen waren tegen betaling van een kwartje toegankelijk. Van Anrooy zette zich zeer nadrukkelijk in voor deze vorm van concerteren, en de belangstelling ervoor werd snel groter. Het bewees hoezeer deze Tekening van de grote zaal van het gebouw De Harmonie in de binnenstad van Groningeninstelling in een behoefte voorzag. Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw bleven de Volksconcerten bestaan, zij het dat de toegangsprijs via 50 cent tot een gulden was opgetrokken in ruim een halve eeuw.
Ook de tuinconcerten ― een heel interessant hoofdstuk apart ― met harmoniemuziek, in de koepel buiten bleven, tijdens Van Anrooy’s periode als dirigent, bestaan.

Bijzondere mijlpalen
Het meest glorieuze moment in Van Anrooy’s Groningse periode werd de uitvoering in mei 1909 van Beethovens Negende Symfonie. De dirigent was erin geslaagd een goed koor te vormen dat in staat bleek de problematische partituur onder de knie te krijgen. Dat was ― gelet op de beschikbare middelen in die tijd ― een zeer uitzonderlijke prestatie.
Doordat het orkest ‘slechts’ deel uitmaakte van de voornoemde sociëteit, raakten Van Anrooy en zijn musici steeds meer in een lastig parket. Mede doordat er meer stromingen binnen zo’n vereniging bestonden, bleven die problemen structureel, niet in de laatste plaats in muzikaal opzicht. Dat heeft er mede toe geleid dat Van Anrooy wegging toen hem de positie van dirigent der Arnhemse Orkestvereniging werd aangeboden. Die instelling had alleen maar een orkest. In 1910 vertrok Van Anrooy naar Arnhem, waar hij zeven jaar aan het orkest verbonden bleef. In de tussentijd, in 1914, werd Peter van Anrooy een eredoctoraat verleend door de Groningse universiteit, die toen 300 jaar bestond.
De volgende trede naar boven op de ladder van Van Anrooy’s carrière was zijn benoeming, in 1917 tot dirigent van het Residentie Orkest. Zijn carrière aldaar kwam tot een plots einde in 1937 toen hij weigerde, ter gelegenheid van de verloving van Juliana van Oranje met Bernhard Biesterfeld, het Horst Wessel Lied te dirigeren. Een wat ambitieuzer man, die minder zuiver op de graad was, nam het maar wat graag over. Ook na de oorlog is het Peter van Anrooy niet vergund geweest een vooraanstaande functie in het Nederlandse muziekleven te vervullen. Wel verzorgde hij nog radio-causerieën, waarbij hij zijn lezingen tot een direct klankbeeld wist te maken, door zelf piano te spelen. Dat hij daar helemaal in opging, bewijst onder meer een gebeurtenis waarbij hij Wagner presenteerde, en tijdens het spel op de witte en zwarte toetsen uitriep: “Hoort u die hoorns, dames en heren?”
Peter van Anrooy overleed op 31 december 1954. Zijn bekendste compositie is ongetwijfeld de Piet Hein Rhapsodie, gebaseerd op het lied De Zilvervloot van Johannes Viotta.

******

De tekst is gebaseerd op: Heinz Wallisch: 125 Jaar Symfonieorkest in Groningen ― 1862-1987 in vogelvlucht. Van Orchest der Vereeniging ‘De Harmonie’ via N.V. Groninger Orchest Vereeniging tot Noordelijk Filharmonisch Orkest (Groningen, 1987).
De zaal-foto en de tekening zijn overgenomen uit datzelfde boekje.

Afbeeldingen
1. Podium van de grote concertzaal van De Harmonie in Groningen, omstreeks 1908, met groot koor en symfonieorkest onder leiding van Peter van Anrooy.
2. Peter Gijsbert van Anrooy (1879-1954), dirigent van het orkest te Groningen (1905-1910).
3. Tekening van de grote zaal van het gebouw De Harmonie in de binnenstad van Groningen. Deze versie van de concertzaal in dat gebouw is gereedgekomen in 1891.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.