// artikel

Beeldende kunst

Over Droomkunst en De Man van het Jaar

Image155Lezer, u dient nu reeds te stoppen met lezen en onmiddellijk de deur uit te gaan om de tentoonstelling ‘Droomkunst’ in Singer, Laren te bezoeken: hupsa! Voor de Amsterdamse lezers: fietst u naar Station Amstel, stap op bus 320 naar Blaricum en vanaf daar wandelt u zo naar een van de meest fenomenale tentoonstellingen die wij in tijden mochten aanschouwen: de collectie van Gerard van Wezel. Van wie? Van Gerard van Wezel, De Man van het Jaar. Gerard van Wezel ís The Next Big Thing!

Nu weer even een toontje lager. Wat is Droomkunst? We citeren het museum:

Droomkunst toont een nog nooit vertoonde sprookjesachtige wereld van schilderkunst, fotografie en tekeningen van rond 1900 en 2000. Een eeuw die ten einde loopt brengt kunst voort die zich beweegt op de randen van de afgrond. Een decadente kunst, waarin alles mogelijk is. Kunst in het fin de siècle rond 1900 was symbolistisch van karakter, met kunstenaars als Toorop, Antoon Van Welie en Antoon Derkinderen. Rond 2000 was er sprake van een vergelijkbare stroming. Erwin Olaf, Danielle Kwaaitaal en Inez van Lamsweerde representeren die parallelle wereld. Droomkunst toont een sprookjesachtige wereld. Alle kunstwerken zijn afkomstig uit één particuliere verzameling met een uitzonderlijke signatuur. De collectie van Gerard van Wezel is een volstrekt eigen schepping, over lange jaren tot stand gekomen, vanuit een strikt persoonlijke liefde voor een bepaald type kunst. Een uitbundige, complexe, soms buitensporige maar bovenal aantrekkelijke en in Nederland zelden getoonde wereld.

Uw razende rond1900.nl-reporter was – reuze chique – bij de opening van de expositie, en zag dat het goed was. Want toen bij de presentatie in een zaal vol dure Larense meneren en mevrouwen, zeker 300 in getal, het eerste kunstwerk werd uitgelicht, zag ik dat het om Bachanaal van Gockinga ging! Mijn eigenste femme fatale en ik keken vervolgens onze oogjes uit. We wisten dat het mooi zou worden, maar zó mooi?

Hulde voor het Singer Museum, dat rustig acht zalen heeft gevuld met 250 symbolisten, decadenten, mystici, abstracten van toen en nu, bekend, maar voornamelijk ‘onbekend’. Hulde ook voor WBooks dat de catalogus uitgeeft; prachtig gedaan, alle de werken in kleur afgebeeld: geweldig!  Meteen een nieuw standaardwerk erbij.

Het is de gedroomde fin-de-siècle-tentoonstelling. In 1976 kon ik, aangezien ik toen net geboren was, niet bij de symbolistententoonstelling ‘Kunstenaren der Idee’ zijn; een epochemachende expo waarvan de catalogus nog steeds het uitgangspunt is voor elk onderzoek naar het symbolisme. Gerard van Wezel was er wel bij, gaf zijn ogen goed de kost, en is toen nog naarstiger symbolisten gaan verzamelen.

Wat is er nu zoal te zien? In ieder geval al uw en onze favoriete kunstenaars van rond 1900, zoals naast de genoemde Gockinga Carel de Nerée tot Babberichs Redon-achtige Van Booven als jonge priester uit 1901 (lees daarover overigens dit nieuwe artikel over Van Booven, De Nerée en dit portret); Antoon Derkinderens fraai-mystieke Maagd (1892-’94); een Salomé-illustratie van Beardsley; schilderijen, litho’s, etsen en tekeningen van Khnopff, Moulijn, Von Stuck, Toorop, de Mesquita, Thorn Prikker, Molkenboer, Etienne Bosch, Van Moerkerken, Henricus,Karsen, Roland Holst, Janus de Winter, Zilcken, Henry de Groux, De Bazel, Ko Cossaer, Lodewijk Schelfhout, Herman Hana, Jacob Bendien, Van Daalhoff, Van Welie en noem maar op. Het is als een fin-de-siècle-feestje waarvoor iedereen is uitgenodigd én is op komen dagen.

Erg mooi en verrassend vond ik enkele aquarellen van de ondergewaardeerde(?) P.C. de Moor: Princesse de Lamballe en Cythera, gemaakt tussen 1895 en 1900. Echte symbolistische werken die in de handboeken doorgaans ontbreken, maar bewijzen dat het symbolisme in Nederland wel degelijk voet aan de grond kreeg. Leest u in deze context vooral ook het interview met Van Wezel in de catalogus.

Geweldig indrukwekkend zijn enkele werken van Albert Plasschaert, niet de criticus, maar zijn neef, de vroeg-abstracte mysticus, en dan in het bijzonder zijn Opus 3119-3131, Rosa Eirèna. Een werk van ruim 2 bij 1,5 meter, dat een soort abstracte Moreau-droomvoorstelling is. Ook grote indruk maakte, en niet alleen op ons, het werk van Janus van Zeegen: abstracte onderwatergezichten. Nooit gezien, erg mooi, misschien wel dé ontdekking van de tentoonstelling. Vroege tekeningen van Jan Toorop waren ook om van te smullen, terwijl de decadente portretten van F.F. van Hengelaar ook gezien mogen worden. En had u ooit Joyzelle van J.G. Hamel gezien? Precies. En dan hebben we het nog niet eens over de rond-2000-kunstenaars die óók goed waren!

Het is simpelweg te mooi om allemaal op te noemen. Na het lezen en bekijken van de catalogus heb ik van pure overweldiging de hele nacht wakker gelegen; niks geen gedroomkunst. Gaat u er nu gewoon naar toe verdikkeme! Wijzelf gaan ook spoedig terug om nog eens rustig alles te bekijken en de audiotour te beluisteren.

Beschouw bovenstaande dan ook als niets meer dan een rammelende aanbeveling. Ik hoop de komende tijd op iets meer kritisch-beschouwende wijze enkele (het liefst alle 250) kunstenaars of werken er uit te lichten en nader te bespreken. Overigens, ook al zulk mooi nieuws: we hoorden van de museumdirecteur dat Van Wezel, die nu de laatste hand legt aan diens oeuvrecatalogus, bezig is met een grote Jan Toorop-tentoonstelling. Deze zal meen ik in 2016 in het Gemeentemuseum Den Haag te zien zijn (en reist daarna door naar Parijs). Men belooft dat dan alleen het allerbeste van onze grote symbolist te zien zal zijn. Het is om wild van te worden!

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

(Nog) geen reacties op “Over Droomkunst en De Man van het Jaar”

Reageer

Foto van de dag