Aangezien Ferdinand Bordewijk door zijn Fantastische Vertellingen en met name Rood Paleis, vrij direct met de cultuur van het fin-de-siecle in verband staat, melden we hier het volgende: op vrijdag 13 november zal er een interessant Bordewijksymposium plaatsen vinden in de Koninklijke Bibliotheek.
Aangezien Ferdinand Bordewijk door zijn Fantastische Vertellingen en met name Rood Paleis, vrij direct met de cultuur van het fin-de-siecle in verband staat, melden we hier het volgende: op vrijdag 13 november zal er een interessant Bordewijksymposium plaatsen vinden in de Koninklijke Bibliotheek.
Deze Hollandse Beardsley-aanverwante is wel volstrekt mysterieus. In het hier al eerder aangehaalde ‘De achtergronden van het symbolisme’ hebben de auteurs het naast de ondertussen bekende Gockinga over Casper Breugel Douglas. Maar de enige bekende afbeeldingen van deze kunstenaar doen helemaal niet aan Aubrey Beardsley. […]
Deze Hollandse Beardsley-aanverwante is wel volstrekt mysterieus. In het hier al eerder aangehaalde ‘De achtergronden van het symbolisme’ hebben de auteurs het naast de ondertussen bekende Gockinga over Casper Breugel Douglas. Maar de enige bekende afbeeldingen van deze kunstenaar doen helemaal niet aan Aubrey Beardsley. […]
Onze grote dichter Willem Kloos heeft enige moeite om het excentrieke werk van Beardsley te begrijpen. Hij vraagt daarom raad aan zijn kunstbroeder Willem Witsen. En dat heeft dit fraaie brieffragment opgeleverd, gedateerd 5 augustus 1910: […]
Onze grote dichter Willem Kloos heeft enige moeite om het excentrieke werk van Beardsley te begrijpen. Hij vraagt daarom raad aan zijn kunstbroeder Willem Witsen. En dat heeft dit fraaie brieffragment opgeleverd, gedateerd 5 augustus 1910: […]
Het lijkt erop dat Rene Gockinga, uiteraard ver na Carel de Nerée tot Babberich, Neerlands beste Beardsley-navolger is. Het bewijs is echter vooralsnog wat mager, doordat we vooralsnog moeten afgaan op het hier al eerder afgebeelde ‘Madame Sans-Gêne’: een illustratie die waarschijnlijk gebaseerd is op een modern femmefataleverhaal. […]
Het lijkt erop dat Rene Gockinga, uiteraard ver na Carel de Nerée tot Babberich, Neerlands beste Beardsley-navolger is. Het bewijs is echter vooralsnog wat mager, doordat we vooralsnog moeten afgaan op het hier al eerder afgebeelde ‘Madame Sans-Gêne’: een illustratie die waarschijnlijk gebaseerd is op een modern femmefataleverhaal. […]
Dankzij een trouwe lezer kan aan het vorige verhaal het een en ander worden toegevoegd.
Otto Verhagen blijkt vooral jongensboeken geïllustreerd te hebben, waarschijnlijk om het dagelijkse brood te verdienen, en dit niet bepaald in een Beardsley-achtige stijl. […]
Dankzij een trouwe lezer kan aan het vorige verhaal het een en ander worden toegevoegd.
Otto Verhagen blijkt vooral jongensboeken geïllustreerd te hebben, waarschijnlijk om het dagelijkse brood te verdienen, en dit niet bepaald in een Beardsley-achtige stijl. […]
Enkele aardige activiteiten met betrekking tot het fin de siècle, alsmede een aantal kleine nieuwe aanwinsten. En ook nog een hernieuwde oproep. […]
Enkele aardige activiteiten met betrekking tot het fin de siècle, alsmede een aantal kleine nieuwe aanwinsten. En ook nog een hernieuwde oproep. […]
De naam van de eerste Nederlandse Beardsley-epigoon die we onder de loep nemen, ken ik pas sinds kort. Ongeveer een week geleden kocht ik deze ets van Otto Verhagen (1885-1951), die volgens de verkoper was vervaardigd als illustratie van Couperus’ Psyche […]
De naam van de eerste Nederlandse Beardsley-epigoon die we onder de loep nemen, ken ik pas sinds kort. Ongeveer een week geleden kocht ik deze ets van Otto Verhagen (1885-1951), die volgens de verkoper was vervaardigd als illustratie van Couperus’ Psyche […]
Een marginale doch aardige vermelding van de marginale doch aardige schrijver Maurits Wagenvoort in The New York Times uit 1892. Dat boek is er nooit gekomen voor zover ik weet. Wel schreef Wagenvoort de roman Felicia Beveridge (1895), die zich grotendeels in New York afspeelt.
Een marginale doch aardige vermelding van de marginale doch aardige schrijver Maurits Wagenvoort in The New York Times uit 1892. Dat boek is er nooit gekomen voor zover ik weet. Wel schreef Wagenvoort de roman Felicia Beveridge (1895), die zich grotendeels in New York afspeelt.
Het onderwijs aan de universiteiten gaat ten onder, maar toch studeren er nog mensen af op eind negentiende-eeuwse, Nederlandse literatuur. Sommigen besteden daarbij zelfs aandacht aan niemand minder dan Bram van Dort. Dit afstudeerproject, genaamd ‘Het sappige vleesch eener volbloedige vrouw’ – Het beeld van de zinnelijke vrouw in het Nederlands proza van het fin de siècle , is geschreven door Letty Appel in 2008 en de scriptie blijkt hier integraal te lezen.
Het onderwijs aan de universiteiten gaat ten onder, maar toch studeren er nog mensen af op eind negentiende-eeuwse, Nederlandse literatuur. Sommigen besteden daarbij zelfs aandacht aan niemand minder dan Bram van Dort. Dit afstudeerproject, genaamd ‘Het sappige vleesch eener volbloedige vrouw’ – Het beeld van de zinnelijke vrouw in het Nederlands proza van het fin de siècle , is geschreven door Letty Appel in 2008 en de scriptie blijkt hier integraal te lezen.
Voor de Amsterdamse Vereniging Vrienden van de Binnenstad schreef Rob Delvigne eind vorig jaar een boeiend stukje over de Jugendstiltegeltableaus van het Américain. Voor degenen die dat ontgaan is, is het hier ook te lezen.
Voor de Amsterdamse Vereniging Vrienden van de Binnenstad schreef Rob Delvigne eind vorig jaar een boeiend stukje over de Jugendstiltegeltableaus van het Américain. Voor degenen die dat ontgaan is, is het hier ook te lezen.