De hier en nu historische datum 10 juni en Begeertes naar kleine wijsheden

Wie streeft naar kennis omtrent feiten van toen en nu, dan wel feiten van toen welke nu nog steeds hun invloed doen gelden, kan ‘begerig naar kleine wijsheden’ worden genoemd, en die zijn in het hier volgende artikel bijeengebracht omtrent enkele fin de siècle grootheden uit de wereld der — in dit geval Nederlandse — letteren en die der nationale en internationale architectuur. Veel meer dan kleine wijsheden kunt u aan het artikel niet, aan de eventuele gevolgen ervan wellicht toch, overhouden. […]

Gekunsteld
Bepaald dol op herdenkingen in verband met ronde getallen ben ik niet. Ik heb die meer dan eens — ook binnen dit cultuurweblog — als een vorm van fetisjisme gekwalificeerd, en ik zie met lede ogen dat de commercie zulke gelegenheden tot op de laatste druppel uitbuit, en zeker dat bevalt me niet. Al zal ik de laatste zijn die protesteert tegen bundeling van werken van een goede, ten onrechte vergeten dichter of een presentatie van nog niet eerder gepubliceerde poëzie, (her)uitgaven van muziekwerken, samenvoeging van afgebeelde kunstwerken in een nieuw boek, en al wat dies meer zij. Daartegen richt zich mijn bezwaar niet, wel tegen de twee en zestigste keer een opeenhoping van tot in detail hetzelfde, en steeds opnieuw in een ander jasje een herhaling.
In 1970 presenteerde een grammofoonplatenmaatschappij een nieuwe, voor het eerst complete, Beethoven-editie. Die componist was tweehonderd jaar eerder geboren. Zeven jaar later kwam dezelfde editie, die de etalages van grote platenzaken in binnen- en buitenland ‘sierde’, omdat het toen honderdvijftig jaar geleden was dat Ludwig van Beethoven het voor gezien hield. De uitvoering van de verpakking was een andere, de nummers van de platen in de diverse cassettes — welke samen het complete oeuvre omvatten — waren eveneens vervangen, maar inhoudelijk was er niets nieuws ten opzichte van de zeven jaar eerder gepubliceerde versie. Dan is er sprake van pure commercie en niet van een waardig herdenken.

Persoonlijke visie
Nu is die afkeer — het moet maar eens gezegd — sterk persoonlijk getint: ik kan niets met festiviteiten en/of herdenkingen welke door een datum worden opgedrongen, behalve als ze iets bijdragen tot verdere kennis en inzicht in datgene wat de herdachte aan memorabilia heeft nagelaten. Maar wel voor mij alleen en bepaald niet in groepsverband of binnen een vereniging dan wel stichting, al dan niet stichtelijk. En zo’n nogal passieve houding draagt uiteraard niet bij tot een verlangen naar deelname aan festiviteiten omwille van het feest. Mij ontbreekt het ten enen male aan een knobbel of wellicht algehele constitutie die zoiets zelfs maar als positief kan ervaren, en zo zijn er nog legio aspecten welke ik absoluut niet kan begrijpen, en derhalve wil ik mij daar evenmin klakkeloos bij aansluiten. Dergelijke rituelen hebben voor mij, letterlijk en figuurlijk, iets al te nadrukkelijk gedwongens. Dat is mede de reden waarom ik wel eens spottend over herdenkingen ‘val’. Van de andere kant: als ik voorstel om de 111de sterfdag dan maar eens te herdenken of op de negen en negentigste dag in het negen en negentigste jaar na de geboorte van een of andere grootheid uit de wereld der kunsten, dat jubelend en juichend, zwierend en zwaaiend in woeste cadans, te gaan vieren, zijn dat hooguit nauwelijks geslaagde pogingen om iets duidelijk te maken; een alternatief kunnen deze nimmer vormen, aangezien ze dezelfde verkrampte — en dus: dwangmatige — sfeer met zich meebrengen, met alle marginalia en parafernalia van dien.

Louis Couperus
Over Louis Couperus — die op 10 juni 1863 werd geboren — kunnen we in de regels van dit Nederlandse cultuurweblog op deze datum niet zwijgen, en al helemaal niet, aangezien deze eigenste elektronische cultuurkrant nog niet eens zo lang geleden onder de vleugels van de Louis Couperus Stichting is geboren, waarbij Peter Hoffman — de toenmalige initiator en huidige pleitbezorger, eigenaar, bureauredacteur en centurio, naast een wel heel klein honderdtal auteurs — als vroede vader de geboorteakte van All art is quite useless heeft verleden voor heden en toekomst.
Ik wil niet bekrompen overkomen, en ik probeer dan ook waarachtig, warempel en waarlijk iedere dag opnieuw om, binnen mijn intense begeerte naar kleine wijsheden, vrouwen en mannen als volstrekt gelijkwaardig te zien en te ervaren — nee, zeker niet als gelijk; ik ben, al weet ik niet wie, zelfs zeer erkentelijk voor de diverse verschillen —, maar ik breng het toch werkelijk niet op om Peter Hoffman — die ik weliswaar alleen maar van beelden ‘ken’ en derhalve niet echt ken [1] — als vroedvrouw te kwalificeren. Met een lichtelijk scheve blik naar de oosterburen denk ik aan het begrip Geburtshelfer, en dat geopperd hebbende, ga ik ervan uit dat u het allemaal wel begrijpt.

Jacques Perk
Al eerder, en dan is het toch weer wel een kwestie van een rond getal, heeft een andere dichter op deze datum het levenslicht aanschouwd: een voorloper van de latere dichters die bekendheid, ja zelfs — bijna volstrekt vergankelijke — roem hebben verworven als Tachtigers, en wel Jacques Fabrice Herman Perk, in 1859. Diep treurig is het wel dat deze zo veelbelovende, poëtische lettergoochelaar in de leeftijd van twee en twintig jaar naar het hiernamaals is vertrokken.
Eén van de beroemdste gedichten van Jacques Perk is getiteld Iris, en laat het toeval nu gewild, en tevens gerealiseerd, hebben dat ik — nog geen week geleden — in een der hoofdstraten van mijn woonplaats enkele regels uit Iris half luide gehoord heb, geciteerd door een boekhandelaar, dichter, en kritisch beschouwer van het dagelijks leven, diverse vormen van cultuur en de ganse wereld daaromheen, welke samen met mij de inhoud van een etalage van een bekend antiquariaat aldaar — lees: alhier — bekeek en een opvallend boek van een buitenlands auteur zag staan met de titel Iris. En zoiets maakt dan pardoes andersoortige kennis los. Over associatie(s) gesproken.

Lees ook:  Uit en thuis met Couperus

Architectuur
Het is maar goed dat niet al die lieden — welke, in de cultuur in het algemeen, van enige, respectievelijk grote, betekenis zijn geweest, dan wel gebleven — tot het fin de siècle behoren, anders zou dit een ondraaglijk lange bijdrage worden — al mag het stuk over Jack London met zo’n 5000 woorden er ook zijn —, ja, dan zou de kans groot geweest zijn dat ik er helemaal niet aan was begonnen. En het is eveneens een positieve zaak dat we — in deze brede letterkolom met hier en daar een illustratie — ons evenmin willen, respectievelijk moeten, beperken tot de schone letteren en hun beoefenaren, dan wel tot degenen die zich, eventueel minder schoon, uiten in woord en geschrift. Vandaar dat het ons een genoegen is, u in herinnering te roepen dat de in Roermond op deze dag, twee jaar eerder dan Louis Couperus, geboren architect Jos Cuypers (overleden in 1949) in de voetsporen van zijn vader Pierre (1827-1921) is getreden. Ontwierp papa onder meer het Rijksmuseum te Amsterdam, de (huidige) kathedraal Sint Jozef van Groningen en de Synagoge van Winschoten, ook zoonlief heeft zich niet onbetuigd gelaten waar het befaamde openbare gebouwen betreft. Hij wordt terecht in verband gebracht met de RK-kerk van Wehe den Hoorn in de provincie Groningen en met de basiliek van de Sint Bavo te Haarlem.

Antoni Gaudi
Om nu in de sfeer der bouwkunst te blijven, memoreren we ook nog even de befaamde Spaanse architect Antoni Gaudi i Cornet, die op deze tiende juni in 1926 is heengegaan en toen op vijftien dagen na vier en zeventig jaar was geworden. Hij stierf te Barcelona, de stad waar hij zo’n enorme invloed heeft gehad en waar enkele van zijn meest markante gebouwen zich bevinden, en welke, helaas, tevens als trekpleister voor hijgerige toeristen fungeren. Rond 1900 heeft de man, die tevens als één der grondleggers wordt beschouwd van de organische architectuur, flink wat gerealiseerd dat binnen het kader van de nieuwe kunst omtrent de vorige eeuwwisseling — voor het gemak: Jugendstil — valt.
__________

[1] Laatst heb ik de goede man — die ik tot voor kort slechts op dozijnen fotografieën, in ons land en in verre streken opgenomen, had gezien — ook nog heel kort in bewegende beelden op het huiskamer-gifscherm kunnen aanschouwen, en ook al waren die indringend genoeg om hem eventueel te kunnen herkennen in wandelgangen van concertgebouw of zittend in de tram, de uitgezonden beelden gaven toch niet de juiste indruk van de door de heer H., tijdens dat al te korte optreden, gepropageerde Couperus-letteren, en daaraan had hij zelve waarlijk geen schuld; de makers van het programma De Leescoupé, waarin één en ander over de auteur Louis Couperus is gemeld — ach, eigenlijk alleen dat ene, aangezien voor het andere de presentatrice, al dan niet in kongsi met degenen die achter de schermen nog iets te melden hebben binnen dat kader, Peter H. niet de gelegenheid hebben geboden. Bovendien zij hier nog maar eens gezegd dat u, kijkend naar dat programma, wezenloos voor het lapje en ook nog eens in het ootje wordt gehouden en genomen; dat spontaan lijkende element van te worden verrast met Couperus — voortsnellend in het IJzeren Paard — is vooropgezet èn doorgestoken kaart. Gehuichel, zeg maar. “Echt waar?” mag Karin de Groot weer vragen als haar ter ore zou komen dat zij hier wordt opgevoerd, samen met de hier niet met hun namen genoemde, andere haren van De Leescoupé: hier, in deze voetnoot bij een artikel omtrent gedenkwaardigheden met betrekking tot verschillende lieden die iets, dan wel heel veel, in het kader van het fin de siècle hebben verricht dat ook thans nog met eerbied kan worden gememoreerd. En omdat de Korte Arabesken van Louis Couperus — waaruit uw en onze Peter Hoffman, o wonder, toch nog net, zij het gedwongen overhaast, enkele woorden kon citeren — daarbij eveneens behoren, is de vicieuze cirkel weer helemaal rond.
____________
Afbeeldingen

1. Titel en eerste tien regels, met sierletter, van één der Korte Arabesken uit 1911 door Louis Couperus.
2. Peter Hoffman, rechtmatig eigenaar van het Herenleed dat Rond1900.nl heet.
3. De Spaanse architect Antoni Gaudi i Cornet als zes en twintig jarige. (Foto uit 1878.)
4. Tekst op het voorplat van de gebonden Wereldbibliotheek-uitgave van Korte Arabesken. Vijfde druk, negende duizendtal, Amsterdam, zonder jaartal. Bandontwerp van Desiré Acket.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.