Geestelijke lyriek — een stabiele factor door de eeuwen heen

Oswald von WolkensteinReligieuze beleving
Wat hadden veel van die dichters van geestelijke lyriek anno late middeleeuwen prachtige namen: Spervogel I (12de eeuw), Reinmar der Alte (ca. 1200), Der Wilde Alexander (13de eeuw), Walter von der Vogelweide (ca. 1170-ca. 1230), dan wel Oswald von Wolkenstein (ca. 1377-1445), Der Mönch von Salzburg (14de eeuw), Elisabeth Creutziger (ca. 1504-1535). Alleen al aan die namen en het verdwijnen ervan uit het dagelijks leven kan men zien welke enorme cultuurverandering er in de laatste eeuwen van het tweede millennium van onze jaartelling heeft plaatsgehad. Wel is het opvallend dat, ondanks de terechte ontkerstening — moge deze nog kort en dan intens hevig, en anders maar lang, doorzetten —, veel dichters, die al dan niet in eerste instantie religieus georiënteerd zijn, tot in onze dagen geestelijke lyriek zijn blijven schrijven. Een dergelijke poëtische uiting hoeft immers niet per definitie hetzelfde te zijn als die welke de door de mens gecreëerde god van het christendom — en, mutatis mutandis, van elke andere monotheïstische religie — als object van gesublimeerde lustbeleving in het vizier hebben.

Spiritualiteit
Rond 1900 zijn er nog steeds tal van dichters die schitterende poëzie creëren op basis van hun intens doorleefde godsgeloof en de daaraan gerelateerde wens hun gevoel in woorden te vatten. In die context komt Rainer Maria Rilke (1875-1926) (1) altijd weer ter tafel, vooral omdat hij niet alleen een door en door religieus dichter is, maar tevens als gevolg van de aan hem veelvuldig toegewezen plek: die van de belangrijkste Duitstalige dichter uit de twintigste eeuw. Rilke is met vijf gedichten vertegenwoordigd in een recent uitgegeven bundel met Geestelijke Lyriek. Van zijn directe tijdgenoten vinden we eveneens prachtige voorbeelden van weliswaar relgieuze, maar niet een blind godsvertrouwen stipulerende, teksten. Georg Heym en zijn voornaamgenoot Trakl (2) zijn aanwezig met gedichten die, ondanks de spiritualiteit, in ieder geval goed voor enkele vraagtekens aangaande de almacht van het opperwezen en de kwaliteit van diens bedoelingen zouden kunnen zijn.

Eigenzinnigheid
Andere tijdgenoten van Rilke hebben zich eveneens poëtisch geuit over het door hen wel als zodanig beschouwde, al dan niet zo van harte geaccepteerde, opperwezen. Albert Ehrenstein (1886-1950) is vertegenwoordigd met:

Jehova

Auf deinem Schild gedonnert steht
Der Tod und das Verderben.
Deine Donner wühlen Gräber
In das fluchbedeckte All,
Deine Donner thronen über Bergen,
Hinabzurollen die Nacht.
Sündern ausgießt du der Sonne morgenseligen Tag.
Vergebens war das Gebet der sechsunddreißig Gerechten.
Aus Mordnächten des Nordens
Schallt unendliche Klage,
Jammer zerhackt mein Herz,
Israel winselt im Winter,
Der Ewige
Beschneidet sein Volk.
. . . . .

De historicus, filoloog en filosoof Ehrenstein werd in Wenen geboren en promoveerde als 24-jarige in de filosofie, maar hij vestigde zich later in Berlijn als onafhankelijk schrijver annex literatuurcriticus. Hij was een kosmopoliet van de eerste orde, bereisde Europa, Afrika enDe dichter Albert Ehrenstein (1886-1950) Azië, in het bijzonder China. Eind 1932 werden de naderende, nazistische gifgaswolken hem te bedreigend; hij emigreerde naar Zwitserland en negen jaar later naar New York. In 1945 kwam hij nog eenmaal weer in Zwitserland, maar uiteindelijk keerde hij terug naar New York waar hij, na een langdurige ziekte in april 1950, volkomen verbitterd in een armenziekenhuis is overleden.
Als auteur was Albert Ehrenstein een eigenzinnig expressionist. Hoewel Ehrenstein zeer productief was en sommige van zijn boeken door Oskar Kokoschka (1886-1980) zijn geïllustreerd, is hij in onze dagen, behalve bij een kleine kring van literaire fijnproevers, niet al te bekend meer. Kurt Pinthus (3) noemde Albert Ehrenstein “der Dichter der bittersten Gedichte deutscher Sprache”. Zijn nalatenschap bevindt zich in de Jewish National and University Library in Jeruzalem.

Uitzinnigheid en schizofrenie
Afgezien van tal van overeenkomsten met Ehrenstein, zijn er ook grote verschillen met zijn collega Jakob van Hoddis. Deze werd in 1887 in Berlijn geboren als Hans Davidsohn — anagram: Van Hodddis —, studeerde aanvankelijk architectuur te München, maar veranderde van richting en volgde tussen 1906 en 1912 colleges filosofie en filologie. In 1909 behoorde hij tot de grondleggers van de Neue Club en van het Neopathetische Cabaret, waaraan ook Georg Heym heeft bijgedragen. Vanaf 1912, na het overlijden van Georg Heym, wat hem enorm heeft aangegrepen, kreeg Jakob van Hoddis steeds meer lastDe dichter Jakob von Hoddis (1887-1942) van zijn geestesziekte. Hij was, na diverse behandelingen, tijdelijk wat beter en trad weer met nieuwe gedichten op tijdens auteursavonden. Verder leidde hij nog enige tijd een reizend bestaan tussen Berlijn, München en Parijs. Vanaf 1914 vertoonde hij zo’n ernstige vorm van schizofrenie dat hij moest worden geïnstitutionaliseerd. Hij werd in diverse klinieken behandeld en uiteindelijk belandde hij, als Jood, op een transport van de Ware Krankzinnigen die in Berlijn ‘duizend jaar’ de Beest uithingen. Sommige bronnen melden dat hij bij Koblenz overleed, in 1942 tijdens de deportatie, andere melden dat het niet duidelijk is hoe en wanneer zijn leven ten einde was, maar ook worden het kamp Sobibor en de maand mei 1942 genoemd als plaats en tijd van zijn verscheiden.
Hoewel het gros van zijn gedichten en bijna al zijn proza verloren gegaan zijn, heeft men aan de hand van een essay van een vriend in Israël toch wat meer over zijn onoverzichtelijke leven en zijn raadselachtige wezen kunnen ophelderen.

Expressionist
Al heel jong had Jakob van Hoddis zijn stijl gevonden. Hij mag worden gezien als een vroege expressionist, wiens lyriek vol is met profetische en visionaire elementen, doordrongen van melancholie, vooral met betrekking tot de ondergang van de wereld. Zowel een bundel met 16 gedichten, verschenen in 1918, alsook zijn verzamelde poëzie, uitgegeven in 1958, draagt de titel Weltende. Niet voor niets eindigt zijn hieronder geciteerde gedicht zonder titel met de mededeling dat hij bidt dat God zich van hem moge afwenden.

Das Dunkel rauscht, um Gottes Lob zu künden.
Der Beter jauchzt, er wandert fern dem Licht.
Der mich dem starrenden Düster verpflicht’
Bald mit dem Haus, dem Tier und der Welle,
Bald mit dem Antlitz, das jählings als helle
Das Meer der schwankenden Träume zerbricht.

Gott!
Das Dunkel rauscht, um Gottes Lob zu künden.
Der Beter weint, er wandert fern dem Licht.

Ich bete, während grauenvoll die Hände
Ein Gott um meine nackte Seele flicht —
Ich bete, daß der Gott sich von mir wende.

Dichteressen
Naast enkele anonieme bijdragen hebben de twee samenstellers van de Reclam-bundel Geistliche Lyrik, Jörg Löffler en Stefan Willer, honderd verschillende dichters opgenomen;Voorzijde van de Reclam-utgave met ‘Geistliche Lyrik’ twaalf daarvan zijn vrouwen: de oudste, Mechtild von Magdeburg, is aan het begin van de dertiende eeuw (ca. 1207) geboren en leefde ongeveer vijfenzeventig jaar (tot 1285). De jongst vertegenwoordigde vrouw kwam zevenhonderdvijftig jaar later ter wereld: de van afkomst Turkse, in het Duits publicerende dichteres Zehra Çirak (geb. 1960).
Voor de periode van onze krant is alleen de psalmist van de Duitse avantgarde (4), Else Lasker-Schüler (1869-1945), interessant. Zij is een van de meest markante persoonlijkheden uit het Duitse literaire expressionisme. Haar werk als dichteres — met daarin eveneens een gedicht met de titel Weltende — bestrijkt een periode van ruim vier decennia.

An Gott

Du wehrst den guten und den bösen Sternen nicht;
All ihre Launen strömen.
In meiner Stirne schmerzt die Furche,
De tiefe Krone mit dem düstern Licht.

Und meine Welt ist still –
Du wehrest meiner Laune nicht.
Gott, wo bist du?

Ich möchte nah an deinem Herzen lauschen,
Mit deiner fernsten Nahe micht vertauschen,
Wenn goldverklärt in deinem Reich
Aus tausendseligem Licht
Alle die guten und die bösen Brunnen rauschen.

Overzichtelijke bundel
De samenstellers hebben een overzichtelijk boek gerealiseerd. Op ongeveer tweehonderd bladzijden zijn de gedichten chronologisch afgedrukt, dan volgt een alfabetisch overzicht met de namen van de auteurs, gekoppeld aan de van hen opgenomen gedichten en de Druckvorlagen met herkomst, data en copyrights. Het nawoord van de redacteuren beslaat 12 pagina’s en dan wordt het boek besloten met een eveneens op alfabet gerangschikt overzicht van alle titels en de eerste regels van de afgedrukte poëzie.

*****

(1) Meer over de dichter Rilke is op dit weblog te vinden in onze bijdrage van zondag 15 oktober over de teksten uit zijn Stundenbuch, op muziek gezet door de Russische componiste Sofja Goebajdoelina. Voorts zal er binnenkort meer over onderdelen van het dichtwerk van Rilke, alsmede over een nieuwe editie van al zijn gedichten op dit weblog te vinden zijn.
(2) Over de dichter Georg Heym (1887-1912) hebben we een bijdrage op woensdag 25 oktober gepubliceerd; het artikel over Georg Trakl (1887-1914) is verschenen op dinsdag 26 december 2006.
(3) Kurt Pinthus (1886-1975) is de samensteller en commentator van de vermaarde bundel met expressionistische teksten Menschheitsdämmerung, die voor het eerst is verschenen in 1920, toen met de ondertitel Symphonie jüngster Dichtung. Tussen 1959 en 1970 zijn er van deze bundel 85.000 exemplaren in paperback verspreid.
(4) Een uitspraak over Else Lasker-Schüler, die wordt toegeschreven aan Walter Mehring (1896-1981), een van de mede-oprichters van de Dada-beweging, en zo ongeveer de meest satirische schrijver uit de tijd van de Republiek van Weimar.

*****

Geistliche Lyrik. Herausgegeben von Jörg Löffler und Stefan Willer. 240 pag., kleine paperback; Reclams Universal Bibliothek 18463; Philipp Reclam jun. Stuttgart, 2006; ISBN 3-15-018463-0. Prijs € 7,— (in de BRD en in Amsterdam bij Boekhandel Die Weisse Rose).

*****

Afbeeldingen
1. Oswald von Wolkenstein – Portret van de dichter uit het Innsbrucker Handschrift van 1432 (Liederhandschrift B).
2. De dichter Albert Ehrenstein (1886-1950).
3. De dichter Jakob von Hoddis (1887-1942).
4. Voorzijde van de Reclam-utgave met ‘Geistliche Lyrik’.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.