Met Komrij naar de Caribische Zee — Een pastiche

Er zaten jonge paren bij de kade. / De vissersboten deinden op en neer. / Door ’t blauwe water gleden de dolfijnen, / Daar boven zweefden meeuwen heen en weer. […]

Met Komrij naar de Caribische Zee
een pastiche

Er zaten jonge paren bij de kade.
De vissersboten deinden op en neer.
Door ’t blauwe water gleden de dolfijnen,
Daar boven zweefden meeuwen heen en weer.

Het was meer dan een sprookje of genade,
Precies zoals de folder het voorspelde:
Ballade van de stilte, vogelzang,
Alsof de Hof Van Eden zou verschijnen.

Wat moest je met een land zonder verkeer,
Een zon die al je ledematen kwelde.
Geen diefstal, moord, beroving, mes, geweer.

Twee weken duurden hier vier eeuwen lang.
Het was een dodelijke martelgang.
Je dacht, zat ik maar in de Bijlmermeer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.