‘Schijn en Wezen’

Zoudt ge ’t Lied van Schijn en Wezen,
Free, niet meer met Walden vullen?
Hoe gij ’t vaste pad voor ’t mulle
Dra verliet en -’t was te vreezen –
Gaandeweg er braakt uw spullen?

Zoudt gij, die ’t maatschappelijk Schijnen
Door uw Wezen dacht te bannen,
U niet zóo kunnen vermannen,
Dat gij laat uzelf verdwijnen,
Neen ter vierschaar u laat spannen?

Kunt ge ‘t? Durft ge ‘t? – Neen úw Wezen
Is zelf schijn, uw oogmerk duister,
Gij preekt vrijheid, slaand in kluister
Allen, die u minnen vreezen.
En het doel is – eigen luister.

Daarom, Free, zal Schijn uw lied
Wezen, nimmer wordt het iet.

Lees ook:  'Zoen mij met een zoen van geilheid': Over het onvindbare Zondige Vleesch (1910) van Van Goethem

Aldus ‘N.N.’ (pseud. J.H. de Veer) in zijn 89 pagina’s tellende anti-Waldenbundel Braga op Walden (1903).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.