Van en over de volstrekt onbekende proto-expressionistische werken van Carel de Nerée

1. Naakt in landschap voor balustrade. 1905-’06. Aquarel op papier. 28 x 46 cm. Particuliere collectie, Nederland

Recent trof ik in het De Nerée-archief van Dick Veeze dat ik in bruikleen heb voor mijn grote De Nerée-biografie (die zijn voltooiing nadert) een eerste opzet aan van een voorgenomen artikel over de bijzondere en onwijs zeldzame aquarellen van naakten in berglandschappen. Veeze denkt dat deze opzet is gemaakt rond 1985. Hij was extra geïnteresseerd geraakt in deze werken doordat Joop Smid van Galerie Monet – in Nederland degene die altijd grote belangstelling heeft gehad voor expressionistische kunstenaars uit Nederland en Duitsland – dit soort werken van De Nerée o.a. op veilingen steevast aankocht. Helaas is de verblijfplaats van de meeste van deze  werken thans onbekend. In Nederland is over deze  kant van De Nerée’s werk nauwelijks geschreven, vandaar dit ‘artikel’ (zoals Dick het tussen aanhalingstekens noemt, ik vind het een volwaardig en kunsthistorisch spectaculair artikel zonder aanhalingstekens) waarvoor Veeze met schroom de bereidheid gegeven heeft het te publiceren. Dank, Dick!

2. Naakt. Circa 1906. Potlood. 45 x 28 cm. Particuliere collectie, Nederland.

Het werk van Carel de Nerée tot Babberich werd voor het eerst tentoongesteld na zijn overlijden op negentwintigjarige leeftijd (1909) en wel in oktober 1910 in de Haagse Kunstkring en in december 1910 in het hoofdstedelijke Arti et Amicitiae. Voordat de tentoonstelling in de jaren 1912-’14 verder rondtoerde door het land (Groningen, Scheveningen, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam) werden de werken in 1911 eerst nog geëxposeerd in Duitsland in München (Kunstverein, september 1911),  Berlijn (Keller & Reiner, november 1911) en mogelijk Galerie Ernst Arnold te Dresden.

3. Staand naakt met bloem. 1905. Potlood. 28 x 17 cm. Huidige locatie onbekend (/collectie Smid).

Alleen van de tentoonstelling in München is een catalogus bekend. Vergelijking tussen deze catalogus en die van de Nederlandse tentoonstellingen levert enige opvallende verschillen op: ten eerste ontbreken in München alle dateringen en ten tweede zijn er diverse naakten en naaktstudies aan toegevoegd. In Den Haag en Amsterdam waren bij ieder twee naaktstudies [Een daarvan mogelijk afb 2, sb], in München maar liefst acht stuks: een in de rubriek Pentekeningen (A82), een in die van de Potloodtekeningen (B27) en zes in de groep: ‘Pastelle, kolerierte Zeichnungen, Kompositionen etc.’ waarbij de nummers C11 en C13 als titel hebben Akt in eines Landschaft en C15 t/m 18 Aktstudien (Pastelle). Daarbij komt nog dat C12 Venus ook waarschijnlijk een naakt betreft. [Afb. 13]

4. Portretstudie van een vrouw naar links. 1905-’07. Aquarel. 42 x 30 cm. Particuliere collectie, Nederland
5. Portretstudie van een vrouw. 1905. O.i. inkt. Particuliere collectie, Nederland

‘Im kunstverein was wohl zeit Jahr und Tag merkwürdigeres zu sehen als die etliche hunderdreibig Nummern umfassende Kollection von Arbeiten des 1909 im Alter von noch nicht 30 Jahren verstorbenen Christophe Karel Henri de Nerée tot Babberich. Diese Kunst vereinigt in sich Elemente des Stils von Jan Toorop, Fernand Khnopff und Beardsley ist aber manchmal phantastischer als diese Dreie zusammen (…)’

6. Studie van een vrouw. 1905. Potlood. Bubb Kuyper 2013.

Zo opent de ‘Kunstchronik’ in de Münchner Neueste Nachrichten van 20 september 1911. Na een bespreking van invloeden, thematiek en de uit het werk sprekende sfeer, komt de criticus tot de volgende opvallende uitspraak:

‘Das der Frühgeschiedene nicht bloss mit einer reichen, fremdartigen Phantasie, sondern auch mit gesundem Malertalent begnadet war, zeigen ein paar malerisch vorzüglich empfunden Akstudien in Bleistift und etliche Aquarelle von leuchtender Farbenpracht.’

Dit mag een stevige uitspraak heten in het München van 1911, op dat moment naast Dresden het brandpunt van het expressionisme. Overigens werd deze tentoonstelling als gezegd overgenomen door de Galerie Keller & Reiner in Berlijn én, nog veel belangrijker, mogelijk ook de door de fameuze expressionistenpromotor Galerie Ernst Arnold in Dresden.

In de besprekingen van de twee daarvoor in Nederland gehouden tentoonstellingen wordt voornamelijk gesproken over het min of meer decadente, veelal op Beardsley en De Feure geïnspireerde en het symbolistische, door Toorop beïnvloede werk, waarom De Nerée tot op dit moment bekend is gebleven. Nadere vergelijking van de catalogus van de Münchener tentoonstelling met die van de twee voorgaande exposities in Nederland leert dus dat er in München vooral op het gebied van de naaktstudies aanvullingen waren.

Des te opmerkelijker daar de catalogi van de volgende exposities in Nederland (1912 Groningen, 1913 Scheveningen & Arnhem, 1914 Rotterdam) steeds weer dezelfde twee naaktstudies worden genoemd (A75 en B22). Naar het waarom van de aanvulling in München is niets bekend, maar gezien de aard van de tekeningen lijkt het voor de hand te liggen om te denken dat men in Duitsland voor deze werken meer oog zou hebben dan in Nederland. Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen welke naakten in München werden geëxposeerd, wijzen bovengenoemde recensie en titels als Akt in einen Landschaft naar een serie aquarellen, merendeels naakten in een berglandschap die in het gebruik van onnatuurlijk felle en sterk contrasterende kleuren, in combinatie met een veelal sterk gedeformeerd vrouwelijk naakt, doen denken aan vroege expressionistische werken. [Afb 1]

Door de aandacht voor het vooral decadente aspect van De Nerée’s werk zijn deze aquarellen tot nu toe nogal stiefmoederlijk behandeld. Zo ook in de publicatie door Els Derksen t.g.v. de tentoonstelling van het werk van De Nerée in het gemeentemuseum Arnhem, dat twee van deze opvallende aquarellen bezit. Over de naakten in Arnhem wordt onder meer opgemerkt dat ‘de anatomische weergave van de figuren nog tamelijk gebrekkig is.’ (p. 23), waarbij geheel voorbij wordt gegaan aan het deformerende aspect van de werken.

7. Liggend naakt in landschap. 1905-’07. Aquarel en dekkende verf. 48 x 41 cm. Museum Arnhem.

Alvorens De Nerée als ‘modernist’ te kunnen bestempelen moet duidelijk worden wanneer deze werken ontstaan zijn. Hier wreekt zich het feit dat De Nerée die niet voor een ‘markt’ werkte en zijn werk vrijwel nimmer voorzag van een signatuur, datering en titel. De catalogi van de eerste tentoonstellingen vermelden bij de Naaktstudies steeds 1906. Hoewel de aldaar genoemde dateringen lang niet altijd nauwkeurig zijn, lijkt het genoemde jaartal 1906 toch door meerdere gegevens ondersteund te worden. Als belangrijkste mag men een dagboeknotitie van Plasschaert beschouwen die op de hoogte was van De Nerée’s werk: hij was de enige die over De Nerée schreef tijdens diens leven [Kritiek van Beeldende Kunst en Kunstnijverheid, febr. 1905, sb] en in het jaar 1904 zelfs eens expositie overwoog. Deze door Derksen opgedoken notitie d.d. 4 juli 1906 vermeldt: ‘Karel de Nerée tot Babberich gesproken, met [Friedrich] Salberg, een hele avond. Zag zijn werk. Hij zei dat hij nu over wou gaan van wat je mocht noemen platte vlakversiering tot het meer vormen van lichamen.’ (Derksen p. 23)

8 Liggend naakt in landschap. 1905-’07. Aquarel. 51 x 72 cm. Huidige locatie onbekend (/Smid).
9. F. Hodler. Le désir. Vóór 1907. Olie op doek. 128 x 129 cm. Musée d’Art et Histoire, Geneve.

Voorts zijn er enkele voortekeningen voor de aquarellen bekend, waarvan er twee zijn getekend op briefpapier van het English Sanatorium, Leysin (Zwitserland). [Afb 3] De Nerée verbleef van 2 september 1904 tot 1 april 1905 in Leysin en het is kunsthistorisch natuurlijk aantrekkelijk deze tekeningen ook zo vroeg te dateren. Echter iemand die in zijn werk zich toch vooral liet inspireren door anderen te bestempelen als een ‘voorloper’ gaat iets te ver. En hoewel er dan ook geen gegevens bekend zijn dat De Nerée in latere jaren voor langere tijd vertoefde in Leysin, is het toch waarschijnlijk dat hij daar in elk geval wel in het voorjaar van 1906 geweest is. Hij verbleef eind maart 1906 nog in Montreux, waarna hij zeker enige tijd in het hoger gelegen Glion vertoefde. Blijkens een briefje van Margaretha Lagos (dd. 29 mei 1906) heeft zij daarvoor De Nerée ontmoet in Hotel Les Chamois  in Leysin. Uit deze en andere brieven van haar mag men opmaken dat zij en De Nerée min of meer een relatie (van korte duur?) hebben gehad, zodat het niet onwaarschijnlijk is dat De Nerée gedurende het voorjaar van 1906 vaker in Leysin is geweest. Baedeker’s reisgids voor Die Schweiz (1907) vermeldt weliswaar dat het Grand Hotel Anglo-Americain Les Chamois ‘nicht für Kranke’ is (p. 299) toch is het niet onmogelijk dat De Nerée gemakkelijk aan het genoemde briefpapier kon komen. Deze redenering lijkt kunsthistorisch acceptabeler te zijn, sluit aan bij de dateringen in de catalogi van 1910-’14 en wordt niet ontkracht door de aantekening van Plasschaert, ook al heeft hij toen kennelijk deze aquarellen niet gezien. Tot zover de aquarellen met naakten.

10. Abstract landschap [Verso Zittende figuur/Androgyn]. Aquarel. 1905-’07. 50 x 34 cm. Rijksmuseum, Amsterdam
11. Meisje in landschap. 1905-’07. Aquarel. 34 x 26 cm. Particuliere collectie, Nederland.

Aan genoemde naakten moeten waarschijnlijk vooraf gaan enkele aquarellen die tot de portretstudies gerekend kunnen worden. Een ervan [Afb 4] sluit direct aan op een studie in Oost-Indische inkt gemaakt op papier van Hotel de Rome in Viareggio. [Afb. 5 ] Op hetzelfde paper immers schreef hij een brief aan zijn moeder die blijkens de inhoud moet zijn geschreven in de zomer van 1905. Daarbij komt dat vermoedelijk dezelfde dame is afgebeeld op een van de gedateerde tekeningen uit 1905. [Afb. 6] De mening dat deze aquarellen reeds uit 1905 zijn wordt nog versterkt door het feit dat de streperige wijze van het aquarelleren van het fond overeenstemt met een met waterverf opgewerkte pentekening die te dateren valt 1904-’05.

Een andere complicatie bij de datering van de aquarellen wordt gevormd door een tweede dagboeknotitie van Plasschaert d.d. 8 juli 1907: ‘Carel de Nerée tot Babberich gesproken die het over Hodler had (hij zei: ‘Ik heb wat ge-Hodlerd.’) Bij Hodler-invloed is men geneigd te denken aan twee zaken: berglandschappen én plastisch weergegeven mannen- en vrouwenfiguren in vaak dramatische en licht geforceerde standen. [Afb. 11] Het blijft mogelijk dat de geaquarelleerde naakten in een berglandschap voorjaar 1907 zijn ontstaan. Hij vertoefde van januari tot maart in Montreux, dus een bezoek aan Leysin (zie voorstudie op papier van English Sanatorium) is niet uitgesloten. Maar het is ook mogelijk dat een serie krijtstudies naar naakten in vreemde stand door hemzelf als ‘naar Hodler’ zijn aangemerkt. [Afb. 7, 8,]

De enige tekeningen waarvan zeker is dat ze uit 1908 stammen – twee zeer realistische portretten uit december – vertonen in elk geval geen enkele overeenkomst met de aquarellen. Het meest waarschijnlijk lijkt dus de datering 1905 en 1906.

12. F. Hodler. De Grammont in de ochtendzon. Olie op doek 1906.

Genoemd werd reeds Hodler als invloed op De Nerée. Vrijwel zeker moet hij diens werk hebben gekend, òf van expositie in Genève òf van afbeelding, vooral nadat Hodler tot de expositie in 1904 in Wenen behoorde tot de belangrijke moderne kunstenaars, wiens werk met enige regelmaat werd afgebeeld in tijdschriften die De Nerée zeker op de rijk voorzien leestafels van de sanatoria in de omgeving van Montreux heeft ingekeken. [Afb. 9, 10, 12

Een andere bron kan geweest zijn de Salon d’Automne te Parijs (geopend 18 oktober 1905) die in de pers zeer ruim aandacht kreeg en waarvan verschillende werken werden afgebeeld in tijdschriften als L’Illustration e.a.Van invloed van de Duitse Brucke-kunstenaars op De Nerée lijkt daarentegen geen sprake te zijn.

13. Naakt in landschap. 1905-’07. Potlood en aquarel. 47 x 20 cm. Noord-Brabants Museum.

Ook al heeft De Nerée – die voor zover bekend amper tot geen actief contact had met andere grote kunstenaars – op het eind van zijn leven gewerkt naar de voorbeelden die hij waarschijnlijk kende uit de kunsttijdschriften, in elk geval is zeker dat hij expressionistisch getint werk maakte op een moment dat dit in Nederland op andere wijze alleen gebeurde door schilders als Gestel, Sluyters of Mondriaan. Zonder hem daarmee op een lijn te stellen – het gaat uiteindelijk ook om een zeer beperkt aantal werken – kan wel gesteld worden dat de aquarellen en hun voorstudies te belangrijk zijn om afgedaan te worden als half mislukte probeersels waarvan de anatomie gebrekkig is gebleven. Dat men dit in 1911 in Duitsland wel begreep, zegt meer over de critici in Nederland destijds dan over het kunstenaarschap van De Nerée.

Dick Veeze, geschreven 1985/2022.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *